rhadders schreef: ↑Gisteren, 01:07Zonde blijft zonde, van goedkeuren of goedpraten is geen sprake. Wat ik duidelijk maak is dat God de mens niet heeft losgelaten. Dat betekent toch niet dat God de zonde heeft toegelaten? Of dat Hij het niet erg zou vinden?
In die lijn: als afwijkende gemeenten niet worden losgelaten, betekent dat toch niet dat het afwijken wordt gelegitimeerd?
Over je laatste vraag: denk je dat David aan het avondmaal zou mogen deelnemen? Het avondmaal gaat immers over het deel hebben aan Christus, het verbonden zijn met Hem. En er is toch weinig twijfel over dat God diepverbonden bleef met David - ondanks zijn veelwijverij. Dus wat denk je, zou God hem aanzien als hij zou deelnemen aan het avondmaal? En zo ja, waarom zouden wij hem dan weigeren? Zo niet, waarom zouden wij wél worden aangezien als wij aangaan?
De HEERE laat David aanspreken, waarschuwen, bestraffen: 2 Sam. 12:7-12. Davids' inkeer, berouw, schuldbelijdenis: 2 Sam. 12:13; 2 Sam. 24:10. De HEERE verliet en verlaat David niet, maar de straf volgt wel: 2 Sam. 12:14; 2 Sam. 24:12-13. Dan is er ook weer herstel van de gemeenschap met de HEERE: 2 Sam. 12:24; 2 Sam. 24:25.
Geen enkele CGK, noch de Rijnsburggroep, noch de Hoogeveen-lijn, is vergelijkbaar met de HEERE. Maar als consequent sprake zou zijn van aanspreken, waarschuwen en bestraffen (lees: toepassing kerkelijke tucht), dan zou de vlag nu anders hangen. Als sprake zou zijn van inkeer, berouw en schuldbelijdenis, dan is er reden om uit de patstelling te komen. Dit laatste is door de Rijnsburggroep consequent geuit, tot nu toe.
Om in de analogie verder te gaan: niemand beweert dat de HEERE individuen of gemeenten verlaat. Wel wordt vanuit de Bijbel de zonde aangewezen en gewaarschuwd voor het gevolg dat op volharding in de zonde staat geschreven.
Conclusie: je David-voorbeeld gaat niet op voor de patstelling in de CGK.
Eindigend met een -isme, jouw redenering valt onder een paraplu genaamd: antinomianisme.