Maarten Luther schreef: Het fundament van het Evangelie is dat u Christus vooraf, voordat u Hem tot een voorbeeld neemt, ontvangt en erkent als een Gave die u van God gegeven en uw eigendom is. Dit zo, dat als u Hem ziet of hoort: dat Hij iets doet of lijdt, dat u er niet aan twijfelt of Christus zelf met al dat doen en lijden is van u. Hierop kunt u net zoveel vertrouwen alsof u het zelf had gedaan, ja alsof u zelf die Christus was. Zie, dat is het recht kennen van het Evangelie, dat is Gods overvloedige goedertierenheid, die geen profeet, geen Apostel en geen Engel ooit heeft kunnen uitspreken, geen hart ooit genoeg kunnen bewonderen noch begrijpen: dat is het grote vuur van Gods liefde tot ons, daaruit wordt het hart en de consciëntie vrolijk, gerust en tevreden, dat is het preken van het Christelijk geloof. Daarom heet zulke prediking 'Evangelie', dat betekent in het Nederlands zoveel als: 'een vrolijke, goede en troostelijke boodschap', en van deze boodschap worden de Apostelen boden genoemd.
Daarover zegt Jesaja: een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, Jes. 9:5. Is Hij dus aan ons gegeven en moet Hij de onze zijn, dan moeten wij Hem ook aannemen als de onze. En: heeft Hij ons niet alle dingen gegeven met Zijn Zoon, Rom. 8:32? Zie, als u Christus zo aangrijpt, als u een Gave die u tot eigendom gegeven is, twijfel daar niet aan: dan bent u een Christen, dat geloof verlost u van de zonde, dood en hel, het maakt dat u alles overwint. O daar kan niemand genoeg over spreken. Het is te beklagen dat zulke prediking in heel de wereld verzwegen is, en er toch elke dag over het Evangelie geroemd wordt.
...Als u dan het boek van het Evangelie open doet en leest of hoort hoe Christus hier of daar heen gaat, of dat iemand tot Hem gebracht wordt, dan moet u dat opvatten als de prediking of als het Evangelie, waardoor Hij tot u komt of u tot Hem gebracht wordt. Want Evangelie preken is niets anders dan het komen van Christus tot ons, of het gebracht worden van ons bij Hem. Als u dan ziet hoe Hij doet en iedereen helpt, dan moet u weten dat het geloof dat in u werkt en dat Hij uw ziel precies diezelfde hulp en goedheid biedt door het Evangelie. Sta hier dan stil en laat u goed doen, dat is: geloof dat Hij u weldoet, dan hebt u het zeker. Dan is Christus van u en u tot een Gave geschonken.
Gelezen (geloofsopbouwend)
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
“Uit God geboren zijn”
Die niet uit het bloed, of uit de wil van het vlees, of uit de wil van een man, maar uit God geboren zijn.
Tekst JOHANNES 1:13 (weergave DB 1545)
“Alleen Jezus Christus, onze Heere, brengt deze geboorte en geeft de vrijheid, het recht en de macht aan hen die in Hem geloven, om kinderen van God te zijn (v.12). Hij alleen geeft het kindschap. Daarom zijn Gods kinderen uitsluitend diegenen die uit God geboren zijn, dat wil zeggen: die in Jezus Christus, Gods en Maria’s Zoon, geloven, en deze gelovigen zijn niet uit het bloed, of uit de wil van het vlees, of uit de wil van een man, maar uit God geboren (v.13).
Zo snijdt de evangelist alle heerlijkheid, macht en kracht van de wereld af en wil hij zeggen: het helpt niet tot de zaligheid dat iemand keizer, koning, vorst, vroom, wijs, geleerd of rijk is, want alle mensen – al zijn zij van hoge of lage geboorte in deze wereld – zijn slechts vlees. Zoals de profeet Jesaja zegt: ‘Alle vlees is gras en als een bloem van het veld. Het gras verdort, de bloem verwelkt, maar het Woord van God blijft in eeuwigheid’ (40:6-8).
Wie zich nu aan het Woord houdt en Johannes’ getuigenis aanneemt (zie v.6 vv), namelijk die in Zijn Naam gelooft, komt tot deze onuitsprekelijke heerlijkheid, dat hij een kind van God is. Het maakt niet uit of hij nu keizer, koning, burger, boer, knecht, herder of bedelaar is. Het geldt voor allen, niemand uitgezonderd, man of vrouw, die Christus’ Woord horen en in Hem geloven, die hebben recht en macht, dat zij in waarheid kunnen zeggen: Ik ben door Christus Gods kind en een erfgenaam van al Zijn hemelse genadegoederen, en God is mijn Vader.
Daarom zouden wij deze zalige prediking met ons hele hart moeten horen en graag op onze knieën – wanneer wij deze prediking niet zouden hebben – deze van meer dan honderd mijlen halen en in onze harten inprenten, zodat wij van deze dingen ten volle verzekerd zijn. Want wie vast en zeker kon geloven dat hij Gods kind is, die zou een zalig mens zijn, veilig beschermd en onbevreesd voor alle ongeluk, duivel, zonde en dood.
Dit is nu de prediking van het Evangelie, die geheel anders luidt dan dat in de boeken van alle filosofen, wereldwijzen en hooggeleerde scribenten te vinden is, die, waar zij op z’n best zijn, toch in de delen waarin wij hier over het geloof spreken, niet in het minste raad kunnen geven. Terwijl zij helaas veel meer leerlingen hebben dan het lieve Evangelie, dat alleen de christenen toebehoort, zoals de Heere zegt: ‘…en aan de armen wordt het Evangelie verkondigd’ (Mattheüs 11:5).”
[Auslegung des ersten und zweiten Kapitels Johannis, 1537 und 1538. WA 46, 623ff]
Luther-citaat via de mailinglist van https://www.maartenluther.com/ (via die site kun je vragen om de citaten wekelijks te ontvangen)
Die niet uit het bloed, of uit de wil van het vlees, of uit de wil van een man, maar uit God geboren zijn.
Tekst JOHANNES 1:13 (weergave DB 1545)
“Alleen Jezus Christus, onze Heere, brengt deze geboorte en geeft de vrijheid, het recht en de macht aan hen die in Hem geloven, om kinderen van God te zijn (v.12). Hij alleen geeft het kindschap. Daarom zijn Gods kinderen uitsluitend diegenen die uit God geboren zijn, dat wil zeggen: die in Jezus Christus, Gods en Maria’s Zoon, geloven, en deze gelovigen zijn niet uit het bloed, of uit de wil van het vlees, of uit de wil van een man, maar uit God geboren (v.13).
Zo snijdt de evangelist alle heerlijkheid, macht en kracht van de wereld af en wil hij zeggen: het helpt niet tot de zaligheid dat iemand keizer, koning, vorst, vroom, wijs, geleerd of rijk is, want alle mensen – al zijn zij van hoge of lage geboorte in deze wereld – zijn slechts vlees. Zoals de profeet Jesaja zegt: ‘Alle vlees is gras en als een bloem van het veld. Het gras verdort, de bloem verwelkt, maar het Woord van God blijft in eeuwigheid’ (40:6-8).
Wie zich nu aan het Woord houdt en Johannes’ getuigenis aanneemt (zie v.6 vv), namelijk die in Zijn Naam gelooft, komt tot deze onuitsprekelijke heerlijkheid, dat hij een kind van God is. Het maakt niet uit of hij nu keizer, koning, burger, boer, knecht, herder of bedelaar is. Het geldt voor allen, niemand uitgezonderd, man of vrouw, die Christus’ Woord horen en in Hem geloven, die hebben recht en macht, dat zij in waarheid kunnen zeggen: Ik ben door Christus Gods kind en een erfgenaam van al Zijn hemelse genadegoederen, en God is mijn Vader.
Daarom zouden wij deze zalige prediking met ons hele hart moeten horen en graag op onze knieën – wanneer wij deze prediking niet zouden hebben – deze van meer dan honderd mijlen halen en in onze harten inprenten, zodat wij van deze dingen ten volle verzekerd zijn. Want wie vast en zeker kon geloven dat hij Gods kind is, die zou een zalig mens zijn, veilig beschermd en onbevreesd voor alle ongeluk, duivel, zonde en dood.
Dit is nu de prediking van het Evangelie, die geheel anders luidt dan dat in de boeken van alle filosofen, wereldwijzen en hooggeleerde scribenten te vinden is, die, waar zij op z’n best zijn, toch in de delen waarin wij hier over het geloof spreken, niet in het minste raad kunnen geven. Terwijl zij helaas veel meer leerlingen hebben dan het lieve Evangelie, dat alleen de christenen toebehoort, zoals de Heere zegt: ‘…en aan de armen wordt het Evangelie verkondigd’ (Mattheüs 11:5).”
[Auslegung des ersten und zweiten Kapitels Johannis, 1537 und 1538. WA 46, 623ff]
Luther-citaat via de mailinglist van https://www.maartenluther.com/ (via die site kun je vragen om de citaten wekelijks te ontvangen)
-
Bewaar het Pand
- Berichten: 122
- Lid geworden op: 21 apr 2026, 22:21
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
De onderstaande meditatie stond in ons kerkblad van 16 april.
Van Simon gezien
“Welke zeiden: De Heere is waarlijk opgestaan, en is van Simon gezien.”
Lukas 24: 34
Dit getuigenis beluisteren we bij de blijde uitroep van de verheugde discipelen tot de wedergekeerde Emmaüsgangers aan het einde van de dag der opstanding: De Heere is waarlijk opgestaan. Hoe groot was de trouw en liefde van de Herder Die hen uit de strikken en banden van het ongeloof verloste! Aan het einde van die eerste dag zijn ze dan ook in verheugde zielenstemming bijeen. De lofzang klimt uit Sions zalen tot U met stil ontzag. Toch Pasen! De Heere is waarlijk opgestaan, ook voor Simon! Als er één in de banden heeft gezeten, is hij het geweest. Niet voor niets lezen we dat hij afzonderlijk een boodschap van de opstanding kreeg: "Zegt het zijn discipelen, en Petrus!"
Wat een rijke bemoediging! Het allergrootste is echter wel dat Christus Zichzelf openbaart aan hem, ongetwijfeld op de middag van die eerste dag. En dat nog wel als eerste van de discipelen. Opmerkelijk!
Bij de vrouwen is Maria Magdalena de eerste aan wie Jezus verschijnt. Bij de jongeren is dat Petrus. Welk een vrijmacht des Heeren, welk een liefde! Dat verstaan de andere discipelen, want ze zeggen niet: ‘en is van Petrus gezien’, maar ‘van Simon’. Daarin komt God alleen de eer toe. Petrus werd als Simon, zoon van Jonas, geroepen. Simon betekent 'gehoorzamende, horende', dat wil zeggen: luisterende naar elke stem, de licht bewogene, de onvaste. Zonder God in de wereld en zonder hoop voor de toekomst. Maar de Heere heeft hem gemaakt tot een 'rotsman'. Hoe rijk kwam die genade uit in zijn belijdenis: "Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods. " Maar het geldt van ieder kind des Heeren: Petrus werd een twee-mens. We zien duidelijk in zijn leven de strijd tussen de oude en de nieuwe mens: als hij, wandelende op de zee, in de golven zinkt, bij zijn verklaring in de paaszaal: "Ik zal mijn leven voor U zetten ". En wel in het bijzonder in de zaal van Kajafas, waar hij zijn Heere driemaal verloochende en zich openbaarde als een vreesachtige, als een wereldling, een leugenaar, ja een meinedige en vloeker! En daarom is het enkel 's Heeren ondoorgrondelijke trouw waardoor hij beweldadigd wordt en de Heere mag ontmoeten. Onvergetelijk wordt voor Petrus Jezus' verschijning op die middag van de opstandingsdag. We lezen niets van wat er gesproken wordt in deze ontmoeting. We weten daar niets van en toch ook weer wel, want zeker is dat de Heere menigvuldig geeft en niet verwijt. Dit ervaren allen die in hun zonden en ellenden tot Hem zich ter genezing wenden. Dat juist wordt het grote wonder: Hij handelt nooit met ons naar onze zonden, hoe zwaar, hoe lang wij ook Zijn wetten schonden. Petrus moet erkennen: Ja Heere, ik ben waardig het eeuwig verderf. Maar Christus betuigt: “Mijn kind, Ik ben voor u naar de hel gegaan om de straf uit te boeten.” Schrijft Petrus niet later in zijn brief: “Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout"? En schrijft hij niet: “Want Christus heeft ook eens voor de zonden geleden, Hij rechtvaardig voor de onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen"! Welk een troost vloeit er voort uit deze verschijning: voor Petrus want het is tussen zijn Heere en hem vlak, voor de discipelen, want: hetzij dat één lid lijdt, zo lijden al de leden mede; hetzij dat één lid verheerlijkt wordt, zo verblijden zich al de leden mede; voor Gods kind, opdat het moed mag scheppen uit zijn behoudenis: en is van Simon gezien. Maar nu is het voor ons de vraag: is Hij ook van mij gezien? Ken ik Hem door bevindelijke kennis, uit het Woord, door de Heilige Geest? Paulus getuigt: en ten laatste is Hij ook van mij, als van een ontijdig geborene, gezien. Verstandelijke kennis van Christus is niet genoeg. Er kan veel beschouwende kennis zijn welke straks bij het sterven wegvalt. Onderzoeken we onszelf in deze. Smeek om ontdekkend licht, opdat ge u niet bedriegt voor de eeuwigheid. Het is nog het heden der genade.
Welk een ontmoeting in die opperzaal! Ja, het wordt daar rijk. Wat zal het groot zijn wanneer Gods kinderen elkaar eens zo mogen ontmoeten met: Komt, luistert toe, gij Godsgezinden, gij, die de HEER' van harte vreest, Hoort wat mij God deed ondervinden, wat Hij gedaan heeft aan mijn geest! Dan worden de voorsmaken genoten van de eeuwige zaligheid, bereid voor allen die Zijn verschijning hebben liefgehad op de bruiloft des Lams! Daarvan deelgenoot te mogen worden is het grootste wonder voor hen die zich als 'Simon' leren kennen.
ds. H. van Leeuwen (1906-1988)
Bovenstaande meditatie heb ik tevens al eerder in het onderwerp 'Uit uw kerkbode' (viewtopic.php?t=12429&start=285) geplaatst, maar omdat ik denk dat daar niet zo veel mensen in actief zijn plaats ik hem ook hier.
Van Simon gezien
“Welke zeiden: De Heere is waarlijk opgestaan, en is van Simon gezien.”
Lukas 24: 34
Dit getuigenis beluisteren we bij de blijde uitroep van de verheugde discipelen tot de wedergekeerde Emmaüsgangers aan het einde van de dag der opstanding: De Heere is waarlijk opgestaan. Hoe groot was de trouw en liefde van de Herder Die hen uit de strikken en banden van het ongeloof verloste! Aan het einde van die eerste dag zijn ze dan ook in verheugde zielenstemming bijeen. De lofzang klimt uit Sions zalen tot U met stil ontzag. Toch Pasen! De Heere is waarlijk opgestaan, ook voor Simon! Als er één in de banden heeft gezeten, is hij het geweest. Niet voor niets lezen we dat hij afzonderlijk een boodschap van de opstanding kreeg: "Zegt het zijn discipelen, en Petrus!"
Wat een rijke bemoediging! Het allergrootste is echter wel dat Christus Zichzelf openbaart aan hem, ongetwijfeld op de middag van die eerste dag. En dat nog wel als eerste van de discipelen. Opmerkelijk!
Bij de vrouwen is Maria Magdalena de eerste aan wie Jezus verschijnt. Bij de jongeren is dat Petrus. Welk een vrijmacht des Heeren, welk een liefde! Dat verstaan de andere discipelen, want ze zeggen niet: ‘en is van Petrus gezien’, maar ‘van Simon’. Daarin komt God alleen de eer toe. Petrus werd als Simon, zoon van Jonas, geroepen. Simon betekent 'gehoorzamende, horende', dat wil zeggen: luisterende naar elke stem, de licht bewogene, de onvaste. Zonder God in de wereld en zonder hoop voor de toekomst. Maar de Heere heeft hem gemaakt tot een 'rotsman'. Hoe rijk kwam die genade uit in zijn belijdenis: "Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods. " Maar het geldt van ieder kind des Heeren: Petrus werd een twee-mens. We zien duidelijk in zijn leven de strijd tussen de oude en de nieuwe mens: als hij, wandelende op de zee, in de golven zinkt, bij zijn verklaring in de paaszaal: "Ik zal mijn leven voor U zetten ". En wel in het bijzonder in de zaal van Kajafas, waar hij zijn Heere driemaal verloochende en zich openbaarde als een vreesachtige, als een wereldling, een leugenaar, ja een meinedige en vloeker! En daarom is het enkel 's Heeren ondoorgrondelijke trouw waardoor hij beweldadigd wordt en de Heere mag ontmoeten. Onvergetelijk wordt voor Petrus Jezus' verschijning op die middag van de opstandingsdag. We lezen niets van wat er gesproken wordt in deze ontmoeting. We weten daar niets van en toch ook weer wel, want zeker is dat de Heere menigvuldig geeft en niet verwijt. Dit ervaren allen die in hun zonden en ellenden tot Hem zich ter genezing wenden. Dat juist wordt het grote wonder: Hij handelt nooit met ons naar onze zonden, hoe zwaar, hoe lang wij ook Zijn wetten schonden. Petrus moet erkennen: Ja Heere, ik ben waardig het eeuwig verderf. Maar Christus betuigt: “Mijn kind, Ik ben voor u naar de hel gegaan om de straf uit te boeten.” Schrijft Petrus niet later in zijn brief: “Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout"? En schrijft hij niet: “Want Christus heeft ook eens voor de zonden geleden, Hij rechtvaardig voor de onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen"! Welk een troost vloeit er voort uit deze verschijning: voor Petrus want het is tussen zijn Heere en hem vlak, voor de discipelen, want: hetzij dat één lid lijdt, zo lijden al de leden mede; hetzij dat één lid verheerlijkt wordt, zo verblijden zich al de leden mede; voor Gods kind, opdat het moed mag scheppen uit zijn behoudenis: en is van Simon gezien. Maar nu is het voor ons de vraag: is Hij ook van mij gezien? Ken ik Hem door bevindelijke kennis, uit het Woord, door de Heilige Geest? Paulus getuigt: en ten laatste is Hij ook van mij, als van een ontijdig geborene, gezien. Verstandelijke kennis van Christus is niet genoeg. Er kan veel beschouwende kennis zijn welke straks bij het sterven wegvalt. Onderzoeken we onszelf in deze. Smeek om ontdekkend licht, opdat ge u niet bedriegt voor de eeuwigheid. Het is nog het heden der genade.
Welk een ontmoeting in die opperzaal! Ja, het wordt daar rijk. Wat zal het groot zijn wanneer Gods kinderen elkaar eens zo mogen ontmoeten met: Komt, luistert toe, gij Godsgezinden, gij, die de HEER' van harte vreest, Hoort wat mij God deed ondervinden, wat Hij gedaan heeft aan mijn geest! Dan worden de voorsmaken genoten van de eeuwige zaligheid, bereid voor allen die Zijn verschijning hebben liefgehad op de bruiloft des Lams! Daarvan deelgenoot te mogen worden is het grootste wonder voor hen die zich als 'Simon' leren kennen.
ds. H. van Leeuwen (1906-1988)
Bovenstaande meditatie heb ik tevens al eerder in het onderwerp 'Uit uw kerkbode' (viewtopic.php?t=12429&start=285) geplaatst, maar omdat ik denk dat daar niet zo veel mensen in actief zijn plaats ik hem ook hier.
- FlyingEagle
- Berichten: 3345
- Lid geworden op: 23 apr 2005, 22:34
- Locatie: air
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
Het schokt me telkens opnieuw als ik zie hoeveel mensen, ondanks alle waarschuwingen, hun eeuwig verderf tegemoet gaan! God wil dat niet! God wil dat u gered wordt! Daartoe heeft Hij zijn Zoon gezonden. Daarom heeft Hij voor uw schuld betaald.
U hoeft slechts uw schuld te bekennen en de betaling van Jezus in het geloof aan te nemen! Toen ik tijdens het Derde Rijk weer eens bij de Gestapo werd ontboden, moest ik wachten in een ruimte waar alleen maar archiefkasten stonden. In die kasten lagen de dossiers hoog opgestapeld.
En uit elk dossier hing een briefje. Daarop stond een naam: "Meier, Karl' of 'Schulze, Friedrich'. Toen ik daar zo eindeloos lang moest wachten, temidden van die archiefkasten, heb ik God gedankt dat ik mijn leven niet tussen al die dossiers hoefde door te brengen. En uit verveling, begon ik de namen te lezen: 'Meier, Karl', 'Schulze, Friedrich'. Opeens lees ik: 'Busch, Wilhelm'! Dat was een dossier over mij! Op slag waren die archiefkasten niet vervelend meer, dat kunt u zich voorstellen! Daar lag mijn dossier! Ik had het vreselijk graag even gepakt om te zien wat die kerels over mij geschreven hadden. Maar dat risico durfde ik niet te nemen.
Tk stond gewoon te trillen voor die kast. 'Mijn dossier!' En zo is het mij ook vergaan bij het kruis van Jezus. Er waren tijden in mijn leven waarin niets mij langdradiger voorkwam dan het christendom, iedere borrel vond ik interessanter - tot het uur waarin ik voor het eerst het kruis van Jezus op de juiste wijze zag: 'Daar gaat het om mijn dossier! Daar is sprake van mijn schuld en mijn behoud!' Sedertdien boeit het kruis van Jezus mij zo! O, zie toch die man met de doornenkroon! Hij is de grote Levensredder!
Daar aan het kruis wordt uw en mijn leven gered! Het gaat u aan, ook al weet u het nog niet.
Ds. Wilhelm Busch
U hoeft slechts uw schuld te bekennen en de betaling van Jezus in het geloof aan te nemen! Toen ik tijdens het Derde Rijk weer eens bij de Gestapo werd ontboden, moest ik wachten in een ruimte waar alleen maar archiefkasten stonden. In die kasten lagen de dossiers hoog opgestapeld.
En uit elk dossier hing een briefje. Daarop stond een naam: "Meier, Karl' of 'Schulze, Friedrich'. Toen ik daar zo eindeloos lang moest wachten, temidden van die archiefkasten, heb ik God gedankt dat ik mijn leven niet tussen al die dossiers hoefde door te brengen. En uit verveling, begon ik de namen te lezen: 'Meier, Karl', 'Schulze, Friedrich'. Opeens lees ik: 'Busch, Wilhelm'! Dat was een dossier over mij! Op slag waren die archiefkasten niet vervelend meer, dat kunt u zich voorstellen! Daar lag mijn dossier! Ik had het vreselijk graag even gepakt om te zien wat die kerels over mij geschreven hadden. Maar dat risico durfde ik niet te nemen.
Tk stond gewoon te trillen voor die kast. 'Mijn dossier!' En zo is het mij ook vergaan bij het kruis van Jezus. Er waren tijden in mijn leven waarin niets mij langdradiger voorkwam dan het christendom, iedere borrel vond ik interessanter - tot het uur waarin ik voor het eerst het kruis van Jezus op de juiste wijze zag: 'Daar gaat het om mijn dossier! Daar is sprake van mijn schuld en mijn behoud!' Sedertdien boeit het kruis van Jezus mij zo! O, zie toch die man met de doornenkroon! Hij is de grote Levensredder!
Daar aan het kruis wordt uw en mijn leven gered! Het gaat u aan, ook al weet u het nog niet.
Ds. Wilhelm Busch
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
Maar het is, zoals ik gezegd heb, een hoofdkenmerk van het zaligmakende geloof, dat het rust op Christus zoals Hij in het Woord wordt voorgesteld, en dat het op grond van het Woord Hem aangrijpt en op Hem rust. (…) Het geloof neemt Gods getrouwheid in Zijn Woord aan, en grijpt Hem hierin aan. Christus is de zaak Die gelukkig maakt, maar Gods getrouwe belofte is de grond waardoor wij een recht daarop verkrijgen. (…) Velen begeren en verwachten het goede van God, maar krijgen dit niet omdat hun verwachting niet gegrond is op Zijn Woord en omdat men Gods getrouwheid in Zijn Woord niet aangenomen heeft.
James Durham (dit stukje haalde ik uit een blog: "Hoe weet ik of mijn geloof echt is? https://aanbodvangenade.nl/blog/hoe-wee ... of-echt-is/)
James Durham (dit stukje haalde ik uit een blog: "Hoe weet ik of mijn geloof echt is? https://aanbodvangenade.nl/blog/hoe-wee ... of-echt-is/)
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
uit een nieuwsbrief, een schrijfsel van dr. P. de Vries, gestaan in de Veluwse Kerkbode
De beleving van Gods volk
Alweer heel wat jaren geleden beluisterde ik in de auto een preek op een cassettebandje. Ik had
hem van een kennis gekregen. Duidelijk kwam erin naar voren dat er slechts twee wegen zijn. De
noodzaak van waarachtige bekering tot God en van het geloof in Christus werden beklemtoond.
Dat is uiteraard positief. Bij de nadere invulling van het één en ander had ik wel mijn vragen. Als
het er om ging hoe de Heere het geloof en de bekering werkt en hoe het geloofsleven zich
ontwikkelt en ontplooit, was het hoofdargument niet: ‘Alzo zegt de HEERE’, maar ‘Zo heb ik het
vroeger kinderen van God horen vertellen en God heeft hen in mijn leven willen gebruiken’. Dat
was dan ook de grote zwakte van de preek.
Gemeenschap der heiligen en gemeenschap met God behoren bij elkaar, maar dat wil niet
zeggen dat wij de inzichten van kinderen Gods altijd kunnen volgen. Ook al hebben kinderen
Gods veel voor ons betekend, dat wil niet zeggen dat wij ervan uit mogen gaan dat zij alle zaken
op de juiste wijze hebben belicht. Zij kunnen voor Gods werk aangezien hebben wat in
werkelijkheid eigen menselijk inzicht was. Zij kunnen hun – op zich waarachtige geestelijke
belevingen – in een heel fout raamwerk hebben geplaatst. En deze dingen kunnen niet alleen
gebeuren, maar gebeuren ook echt. Daarom hebben wij het Woord van God als richtsnoer
nodig; ook om eigen bevindingen en die van anderen te toetsen op hun waarachtigheid en die
belevingen de juiste plaats te kunnen geven. Wie de beleving van Gods kinderen als laatste
richtsnoer neemt, loopt vast als kinderen Gods elkaar tegenspreken. Ik kan er zelf vele
voorbeelden van noemen dat – als het gaat om de wijze waarop het geestelijk leven zich
ontplooit – het ene kind van God deze zaak heel anders benadert dan het andere. De prediker
van wie ik in de auto een preek beluisterde, oriënteerde zich op kinderen van God die hij als
jongeman had ontmoet en die veel voor hem hadden betekend. Hij ging zelfs zover dat het zo
ook hoorde te gaan zoals die mensen het hem hadden verteld en het volstrekt niet anders kon.
Wat hij daarbij noemde over bepaalde geestelijke leidingen heb ik ook wel sommige kinderen
Gods horen vertellen, maar ik heb ook weer andere kinderen Gods ontmoet, die het weer
anders benaderden. Daarbij kwam het voor, dat de één met evenveel stelligheid ontkende, wat
de ander met alle klem beweerde. Kinderen God uit de kringen van de Gereformeerde
Gemeenten heb ik bij voorbeeld zaken naar voren horen brengen die door kinderen Gods uit de
kringen van ds. Paauwe werden bestreden en dat is nog maar één voorbeeld.
Wien heb ik nevens U in den hemel? Nevens U lust mij ook niets op de aarde!
Bezwijkt mijn vlees en mijn hart, zo is God de Rotssteen mijns harten, en mijn Deel in eeuwigheid.
Gib dich zufrieden und sei stille
Bezwijkt mijn vlees en mijn hart, zo is God de Rotssteen mijns harten, en mijn Deel in eeuwigheid.
Gib dich zufrieden und sei stille
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
Ook heeft God nooit gezegt: zoekt Mij te vergeefs. Maar zoekt den Heere, terwijl Hij te vinden is. Klopt, en u zal geopent worden. Zoekt, en gij zult vinden. In Jezus Christus te zoeken, en te vinden ligt de ware troost der zielen en de gelovigen roepen met reden volijverig uit: wien heb ik nevens U in den hemel? Nevens u lust mij ook niets op de aarde. Die Jezus Christus vindt heeft niets te vrezen en bezit alles. Want wie zou den zulken scheiden van de liefde Gods in Jezus Christus bewezen? Tegen zulken is zelfs geen beschuldiging meer: en wat zeg ik beschuldiging? Daar is geen verdoemenis meer voor die in Jezus Christus zijn. Daarom zegt de heilige engel, die wist dat de vrouwen Jezus zochten: vreest niet. Gij zoekt Dien Abraham zocht. Vreeft dan niet gij dochteren Abrahams. Gij zoekt Dien Jakob op zijn sterfbed verwachtte tot zijne zaligheid: daarom vreest niet. Hoe vreselijk de schitterstralen des engels, hoe verbazend zijn gelaat, en klederen waren, de heilige engel gebood haar alle vrees af te leggen. Dus mochten en moesten zij redenkavelen gelijk de vrouw van Manoach: Zo de Heere lust had ons te doden, gelijk hij vreesde, om dat zii God hadden gezien, Hij zou ons dit alles niet laten zien en horen. Maar ziet hier ook de gadeloze barmhartigheid Gods doorstralen in 't midden der schrik- en bliksemstralen: de vrouwen zochten Jezus Christus maar zeer verkeerd, en daar Hij niet te vinden was want zij zochten Hem in 't graf en onder de doden. Des niet te min vertroost haar de heilige engel en zegt haar: vreest niet. Zo toont hij ons dat God de misslagen en zwakheden der zijnen niet straft gelijk zij verdienen maar vaderlijk en goedgunstig vergeeft en de oprechtigheid des geloofs aanschouwt. Wat zouden wij ook zijn indien God handelde gelijk we verdient hebben? Hij doet ons niet naar onze zonden, Hij vergeldt ons niet naar onze ongerechtigheden, roept de kerk uit. Zo hoog de hemel is boven de aarde, is Zijne goedertierendheid over die Hem vrezen. Waarlijk onze beste werken zijn gebrekelijk en moeten ons overtuigen dat in ons niets goeds woont. Verre van daar, dat wij iets bij God verdienen zouden. Christus, Christus ALLEEN, Die gekruist is om onze zonden en opgewekt tot onze rechtveerdigmaking, kan ons Gode aangenaam maken en voor Zijn gericht doen bestaan.
Matthéüs Gargon
Matthéüs Gargon
- Johann Gottfried Walther
- Berichten: 5712
- Lid geworden op: 05 feb 2008, 15:49
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
https://aanbodvangenade.nl/boek/modern- ... alvinisme/
Duidelijk hoe de Strict Baptist, eerst vrijwel hetzelfde beleden als de Puriteinen en later door Gill, Philpot en Gadsby daar duidelijk verder vanaf raakte en zich er zelfs tegen afzette.
Duidelijk hoe de Strict Baptist, eerst vrijwel hetzelfde beleden als de Puriteinen en later door Gill, Philpot en Gadsby daar duidelijk verder vanaf raakte en zich er zelfs tegen afzette.
"Zie, de Heere is gekomen met Zijn vele duizenden heiligen, om gericht te houden tegen allen, en te straffen alle goddelozen onder hen, vanwege al hun goddeloze werken, die zij goddelooslijk gedaan hebben, en vanwege alle harde woorden, die de goddeloze zondaars tegen Hem gesproken hebben"
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
Vijfde tegenwerping
Maar, zegt een ander, ik vrees dat ik te laat kom. Ik twijfel of ik niet te lang gewacht heb en ben bang dat de deur gesloten is.
Antwoord: U kunt nooit te laat tot Jezus Christus komen, als u maar komt!
Dit wordt door twee voorbeelden verduidelijkt:
In de eerste plaats door de man die te elfder ure tot Hem kwam. Deze man had de gehele dag doorgebracht zonder te werken. Een hele dag van genade stond hem ter beschikking om binnen te komen, maar hij verbeuzelde die helemaal, behalve het laatste uur. Maar uiteindelijk, te elfder ure, kwam hij en ging de wijngaard binnen om te werken met de rest van de arbeiders, die de last en de hitte van de dag gedragen hadden. Welnu, hoe werd hij ontvangen door de heer van de wijngaard? Toen de tijd van uitbetaling aanbrak, kreeg hij net zoveel als de anderen, ja, hij ontving zijn geld zelfs het eerst. Het is waar, de anderen mopperden over hem. Maar welk antwoord gaf de Heere Jezus hen? "Is uw oog boos, omdat Ik goed ben? Ik wil aan deze laatste ook geven, gelijk als aan u".
Het tweede voorbeeld is de moordenaar aan het kruis. Ook hij kwam laat, zelfs pas een uur voor zijn dood. Ja, hij bleef van Jezus Christus verwijderd, zolang hij de vrijheid bezat om zijn moorddadige praktijken voort te zetten en zelfs nog langer. Want als hij de rechter had kunnen misleiden en door bedrieglijke woorden aan zijn rechtvaardige veroordeling had weten te ontsnappen, dan was hij, voor zover ik kan nagaan, nog niet tot Zijn Zaligmaker gekomen. Maar nu was hij veroordeeld en gedoemd om te sterven, ja, hij was aan het kruis gehecht om de doodstraf te ondergaan als de ergste schurk - wat hij tijdens zijn leven ook geweest was. En zie, toen deze boosdoener op dat ogenblik om genade smeekte uit de handen van de Heere Jezus, zei Hij tot hem, zonder hem in het minst verwijten te maken over het feit dat hij zijn vroegere leven vergooid had: "Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn. Laat niemand nu deze genade van God veranderen in een vrijbrief voor een bandeloos leven. Het is hier mijn bedoeling om de ziel die tot Christus komt, aan te moedigen.
J. Bunyan
Maar, zegt een ander, ik vrees dat ik te laat kom. Ik twijfel of ik niet te lang gewacht heb en ben bang dat de deur gesloten is.
Antwoord: U kunt nooit te laat tot Jezus Christus komen, als u maar komt!
Dit wordt door twee voorbeelden verduidelijkt:
In de eerste plaats door de man die te elfder ure tot Hem kwam. Deze man had de gehele dag doorgebracht zonder te werken. Een hele dag van genade stond hem ter beschikking om binnen te komen, maar hij verbeuzelde die helemaal, behalve het laatste uur. Maar uiteindelijk, te elfder ure, kwam hij en ging de wijngaard binnen om te werken met de rest van de arbeiders, die de last en de hitte van de dag gedragen hadden. Welnu, hoe werd hij ontvangen door de heer van de wijngaard? Toen de tijd van uitbetaling aanbrak, kreeg hij net zoveel als de anderen, ja, hij ontving zijn geld zelfs het eerst. Het is waar, de anderen mopperden over hem. Maar welk antwoord gaf de Heere Jezus hen? "Is uw oog boos, omdat Ik goed ben? Ik wil aan deze laatste ook geven, gelijk als aan u".
Het tweede voorbeeld is de moordenaar aan het kruis. Ook hij kwam laat, zelfs pas een uur voor zijn dood. Ja, hij bleef van Jezus Christus verwijderd, zolang hij de vrijheid bezat om zijn moorddadige praktijken voort te zetten en zelfs nog langer. Want als hij de rechter had kunnen misleiden en door bedrieglijke woorden aan zijn rechtvaardige veroordeling had weten te ontsnappen, dan was hij, voor zover ik kan nagaan, nog niet tot Zijn Zaligmaker gekomen. Maar nu was hij veroordeeld en gedoemd om te sterven, ja, hij was aan het kruis gehecht om de doodstraf te ondergaan als de ergste schurk - wat hij tijdens zijn leven ook geweest was. En zie, toen deze boosdoener op dat ogenblik om genade smeekte uit de handen van de Heere Jezus, zei Hij tot hem, zonder hem in het minst verwijten te maken over het feit dat hij zijn vroegere leven vergooid had: "Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn. Laat niemand nu deze genade van God veranderen in een vrijbrief voor een bandeloos leven. Het is hier mijn bedoeling om de ziel die tot Christus komt, aan te moedigen.
J. Bunyan
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
JC Philpot schreef:
En jaagt naar gerechtigheid. 1 Timotheus 6:11
Wij kunnen twee zaken door deze woorden verstaan. Ten eerste: de ontdekking aan het geweten van Christus’ toerekenende gerechtigheid, in de weg der rechtvaardigmaking, en ten tweede: de mededeling aan de ziel van een Goddelijke of rechtvaardige natuur, waardoor zij de vruchten voortbrengt van oprechtheid en zuiverheid voor God. Beide moeten nagejaagd worden. Maar men kan vragen: „Waarom het eerste, indien een man kennis heeft aan zijn rechtvaardigmaking en een gevoel van door God aangenomen te zijn?” Maar kan het bewustzijn van deel te hebben aan Jezus’ heerlijke rechtvaardigmaking en de inwendige getuigenis van de Geest juist niet in het genot er van verloren gaan, of althans voor een tijd zeer verminderen? Wij lezen (Lukas 15 : 8) van de vrouw, die een zilveren penning verloren had. Ontstak zij niet een kaars, en veegde zij niet het huis, en zocht zij niet in elke hoek, totdat zij de penning weergevonden had? De penning der vrouw was niet in werkelijkheid verloren; hij was nog in huis; maar voor haar gevoel was hij zo goed verloren, dat zij hem nimmermeer weer in haar bezit zou krijgen. Zo kan ook een gevoel van aangenomen en gerechtvaardigd te zijn door de rechtvaardigmaking van Christus, die kostbare penning van de munt des hemels, voor het gevoel, schoon niet in werkelijkheid, uit het hart verloren zijn. En wat zal de ziel, die hem verloren heeft, anders doen dan ijverig het huis in elke hoek bij de kaars des Geestes doorzoeken, totdat zij de penning wedergevonden heeft.
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
Veel aan meditaties van Philpot gehad deze week
JC Philpot schreef:
Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve, en ons reinige van alle ongerechtigheid. 1 Johannes 1:9
Heeft de Heere uw zonde tot een last gemaakt? Heeft Hij u ooit doen gevoelen, dat gij schuldig voor Hem waart? Heeft Hij ooit uw geweten neergedrukt op het gezicht en bij het gevoel van uw ongerechtigheden, uw zonden en afwijkingen? En ontlokt de Heere van tijd tot tijd een eerlijke, oprechte, onbewimpelde belijdenis dier zonden van uw lippen? Wat zegt de Heilige Geest tot u? Wat heeft die gezegende Geest voor uw lering en uw troost opgetekend? „Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig om ons onze zonden te vergeven.” Niet alleen op grond van genade, nog minder omdat gij ze beleden hebt. Niet uw belijdenis van zonden, maar het is aldus: uw belijdenis van zonden is een bewijs van Goddelijk licht; uw belijdenis van zonden komt voort uit een werk van genade op uw hart. Zo gij dus het Goddelijke leven in u hebt, indien gij genade hebt in uw ziel, zijt gij een kind van God. Jezus gehoorzaamde voor u; Jezus leed voor u, Jezus stierf voor u; Jezus heeft uw zonden weggedaan. En daarom, omdat gij een kind van God zijt en omdat Jezus dat alles voor u gedaan heeft, is God nu „getrouw” aan zijn belofte, dat Hij een belijdend zondaar wil aannemen; en „rechtvaardig” aan zijn eigen onveranderlijk en waarachtig karakter. En daarom zowel uit rechtvaardigheid als genade, uit trouw zowel als uit medelijden, kan en wil Hij vergeven en vergeeft Hij, en wist genadig alle ongerechtigheid en elke overtreding van een belijdend boeteling uit.
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
ISAAK AMBROSIUS schreef:
Overdenk dit, o mijn ziel! God zou u hebben kunnen opsluiten in de verblindheid met de wereld, of Hij zou u alleen giften en gaven hebben kunnen geven, of ten hoogste: Hij zou uw verstand hebben kunnen verlichten om de uitwendige kennis van het Evangelie aan te nemen. Maar heeft Hij Christus ín u geopenbaard? Heeft Hij u de wonderen van Zijn heerlijkheid laten inzien? Heeft Hij u inwendig het licht van Zijn heerlijkheid gegeven? O, dan is dit een bewijs van het getuigenis van de Geest van Christus! Dit voelt alleen hij, die inderdaad een christen is. Chrysostomus, zoals hij soms spreekt van de verborgenste en bijzonderste beginselen van het christendom, gebruikt deze uitdrukking: die hun intrede gedaan hebben, of toegelaten zijn tot onze verborgenheden, die begrijpen wat ik wil zeggen. Zo mogen de dienstknechten van Christus, die preken over deze inwendige openbaring, ook wel zeggen: alleen de geestelijke mens kan deze dingen begrijpen, want die moeten geestelijk onderscheiden worden. O mijn ziel, peins hier zo lang over, totdat u de Geest van God in uw geest, deze inwendige genade, heerlijkheid en openbaring voelt werken. Het is Christus in u, Die de hoop is der heerlijkheid.
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
Voordat ik verder ga, laat mij een ogenblik stilstaan bij de kracht van Jezus' naam, gebruikt
als een pleitgrond. Ik heb tegen God gezondigd, God is op mij vertoornd: ik heb behoefte aan
zijn vergeving. Hoe durf ik voor Hem te komen, om die kwijtschelding af te smeken? Ik
verschijn bevend voor zijn aangezicht en roep: “O God, vergeving!” God antwoordt: “De
zonde kan niet ongestraft blijven”. Ik buig mijn hoofd en ween; en ik hoor de vriendelijke
stem van de Heilige Geest, die mij toefluistert: “Jezus is voor U gestorven!” maar ik luister
toe, als een die droomt, ik kan niet spreken, smart en vertwijfeling maken mij stom. Daar
verneem ik een andere stem uit de hoge: “Al wat gij de Vader bidden zult in Mijn naam, dat
zal U geschonken worden”. En de Geest moedigt mij aan met de woorden: “Kom en
beproef!”; en ik verhef mijn stem en roep het schreiend uit: “Schenk mij vergeving, o God!
om Jezus’ wil!” En ik verneem woorden, plechtig en liefelijk, aangrijpend als de stem van de
oceaan, kalmerend als de hemelwind, komend uit de afgrond van grondeloze liefde: “Uw
zonden zijn u vergeven, ga heen in vrede!”
O mijn hoorders! Ik wend mij tot U, laat geen aards of hels vermogen U bewegen' om een
andere pleitgrond te bezigen buiten de naam van Jezus, geen naam van een engel, apostel of
heilige, want God zegt: “Er is onder de hemel geen andere naam de mensen gegeven, door
welke wij moeten zalig worden”.
En u, broeder in de Heere!, verzegel al uw brieven die u naar de hemel opzendt met deze
naam. Hij zal vleugelen geven aan het kortste gebed, zodat het in een ogenblik Gods oor
bereikt. Hij zal een sleutel aan uw gordelriem zijn, waardoor de schatkamer van de genade
ontsloten wordt. Een geheime klink aan de deur die u de toegang zal verlenen tot de weiden
van innige gemeenschapsoefening met uw God; de staf waarmee u de oevers van de Jordaan
verdeelt, en een wachtwoord, dat de poort van het hemelse Jeruzalem voor u zal doen
opengaan!
Beroep U dan in het gebed op deze naam! Indien mij vergund werd een blik te slaan in het
boek van de gedachtenis, dat voor Gods aangezicht openligt, dan zou ik meer verhoorde
gebeden kunnen aanwijzen, waaraan de naam Jezus tot pleitgrond heeft gestrekt, dan dat er
zandkorrels aan de kust van de zee zijn! O gezegende naam!
Door U vindt mijn gebed verhoor,
Ofschoon bevlekt met schuld,
En dringt in ‘s Allerhoogsten oor,
En wordt zo ruim vervuld!
Gedeelte uit een preek van H. Grattan Guinness
als een pleitgrond. Ik heb tegen God gezondigd, God is op mij vertoornd: ik heb behoefte aan
zijn vergeving. Hoe durf ik voor Hem te komen, om die kwijtschelding af te smeken? Ik
verschijn bevend voor zijn aangezicht en roep: “O God, vergeving!” God antwoordt: “De
zonde kan niet ongestraft blijven”. Ik buig mijn hoofd en ween; en ik hoor de vriendelijke
stem van de Heilige Geest, die mij toefluistert: “Jezus is voor U gestorven!” maar ik luister
toe, als een die droomt, ik kan niet spreken, smart en vertwijfeling maken mij stom. Daar
verneem ik een andere stem uit de hoge: “Al wat gij de Vader bidden zult in Mijn naam, dat
zal U geschonken worden”. En de Geest moedigt mij aan met de woorden: “Kom en
beproef!”; en ik verhef mijn stem en roep het schreiend uit: “Schenk mij vergeving, o God!
om Jezus’ wil!” En ik verneem woorden, plechtig en liefelijk, aangrijpend als de stem van de
oceaan, kalmerend als de hemelwind, komend uit de afgrond van grondeloze liefde: “Uw
zonden zijn u vergeven, ga heen in vrede!”
O mijn hoorders! Ik wend mij tot U, laat geen aards of hels vermogen U bewegen' om een
andere pleitgrond te bezigen buiten de naam van Jezus, geen naam van een engel, apostel of
heilige, want God zegt: “Er is onder de hemel geen andere naam de mensen gegeven, door
welke wij moeten zalig worden”.
En u, broeder in de Heere!, verzegel al uw brieven die u naar de hemel opzendt met deze
naam. Hij zal vleugelen geven aan het kortste gebed, zodat het in een ogenblik Gods oor
bereikt. Hij zal een sleutel aan uw gordelriem zijn, waardoor de schatkamer van de genade
ontsloten wordt. Een geheime klink aan de deur die u de toegang zal verlenen tot de weiden
van innige gemeenschapsoefening met uw God; de staf waarmee u de oevers van de Jordaan
verdeelt, en een wachtwoord, dat de poort van het hemelse Jeruzalem voor u zal doen
opengaan!
Beroep U dan in het gebed op deze naam! Indien mij vergund werd een blik te slaan in het
boek van de gedachtenis, dat voor Gods aangezicht openligt, dan zou ik meer verhoorde
gebeden kunnen aanwijzen, waaraan de naam Jezus tot pleitgrond heeft gestrekt, dan dat er
zandkorrels aan de kust van de zee zijn! O gezegende naam!
Door U vindt mijn gebed verhoor,
Ofschoon bevlekt met schuld,
En dringt in ‘s Allerhoogsten oor,
En wordt zo ruim vervuld!
Gedeelte uit een preek van H. Grattan Guinness
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
Vanaf begin mei stonden er meditaties in het RD van Alexander Shields, predikant te Londen, die ons, denk ik toch, wel veel te zeggen hebben. Ze moeten wel leiden tot een ernstig zelfonderzoek.
Alexander Shields (1660/61 – 1700)
Alexander Shields werd in 1660 of 1661 geboren in het Schotse gehucht Haughead. Hij studeerde in Edinburgh en in Utrecht. Shields groeide uit tot een van de boegbeelden van de zogenoemde Covenanters, en zat gevangen in Londen, in Edinburgh en op het beruchte eiland Bass Rock. Een van zijn bekendste werken is ”A Hind Let Loose” (Een losgelaten hinde, 1688). Shields overleed in het jaar 1700 in Port Royal, Jamaica
Evangelieverkondiging
„Wij dan, wetende de schrik des Heeren, bewegen de mensen tot het geloof.” 2 Korinthe 5:11a
Het is een grote genade dat u in dit land het Evangelie hebt. Wat een onuitsprekelijke genade! Maar hoe zult u van al het prediken dat u gehoord hebt verantwoording afleggen voor de rechterstoel van de grote God des hemels? Ik vrees dat het maar een droevig verslag zal zijn wanneer u voor Hem gedaagd zult worden.
Hier hebben wij een verklaring van de instrumenten waarvan Hij Zich bedient om het Evangelie te doen zegepralen. Hij heeft het nodig geoordeeld deze schat aan aarden vaten toe te vertrouwen. Aangezien dit zo is, kunnen sommigen denken: dat Hij voor dit verheven werk geen gebruik wil maken van de groten en edelen dezer wereld, maar in Zijn neerbuigende goedheid een groep arme vissers geroepen heeft om hen tot dit edele werk te bekwamen! Dit is inderdaad een groot wonder.
Sommigen kunnen menen dat de Heere, sinds het Hem behaagde deze waardigheid aan arme, geringe mensen te schenken, hen dan mocht bewaren voor moeite en lijden op deze aarde. Maar Zijn gedachten zijn niet de gedachten van de mens, want moeite en zorg zijn in alle eeuwen het lot van de Kerk van God geweest, zowel inwendig als ook uitwendig: moeite en verdrukking van de wereld. Maar indien dit in alle eeuwen haar deel geweest is, wat zal haar dan onder dit alles ondersteunen?
Hemels verlangen
„Want ook in dezen zuchten wij, verlangende met onze woonstede die uit de hemel is, overkleed te worden.” 2 Korinthe 5:2
Waarom mag Gods Kerk de Evangelieprediking niet opgeven? Er zijn drie zaken die de Kerk ondersteunen, zodat zij niet terzijde kan gesteld worden: geloof, vrees en liefde.
Het geloof ondersteunt de Kerk van God. Indien u de kostelijkheid en waardij van dit Evangelie geloofde, het geloof zou u alle tegenstand doen vertreden. De Kerk gelooft in een dag der overwinning, wanneer Gods kinderen over al hun vijanden zullen triomferen, en kronen der overwinning en palmtakken in hun handen zullen ontvangen. De verwachting van die kroningsdag zal u in alle moeiten en zorgen ondersteunen, zodat u al deze verliezen en verdrukkingen als niets zult achten.
Gods volk gelooft in een ontbinding van deze aardse tabernakel. U ziet met veel voorbeelden dat u een broos en zwak lichaam mee moet dragen, en wanneer dit lichaam verbroken wordt, zijn diegenen gelukkig te achten die een huis betreden, niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen. Het bewustzijn van uw ontbinding moest u uitdrijven naar het Evangelie!
Gods Kerk gelooft dat zij een erfenis zal ontvangen. In dat bezit zal zij zich boven alles verheugen. Hier hebt u maar geleende goederen. Daarom bent u pelgrims op de aarde en dit doet u de erfenis van het volk van God zoeken, dat nieuwe Jeruzalem. Gods kinderen zullen immers het nieuwe Jeruzalem binnentreden en nimmermeer verlaten, als inwoners en burgers des hemels.
Getuigenis
„Zo zijn wij dan gezanten van Christuswege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christuswege: Laat u met God verzoenen.”
2 Korinthe 5:20
Het getuigenis van de Geest zet de predikers tot dit werk aan. Wat een dringende beweegreden is dit! Zij maakt hen moedig en doet hen met vertrouwen Zijn boodschap verkondigen. Deze gezanten geloven dat zij eens voor God zullen verschijnen om rekenschap af te leggen van hun getrouwheid in dit Evangeliewerk.
Wat een jammerlijke verschijning zal het zijn voor degenen die niet getrouw zijn geweest aan de zending van hun Meester. Zij die niet durven zeggen dat zij Zijn gebod hebben gehoorzaamd om tijdig en ontijdig het Woord te prediken om de Kerk Gods te bouwen. Maar het zal een heuglijke verschijning zijn voor hen die getrouw zijn bevonden. Zij mogen die dag aanspraak op Hem maken als hun Heere en Meester.
De tweede zaak die de predikers aandrijft om het Evangelie te prediken, is vrees. De vrees en de schrik des Heeren dienden de mens te bewegen getrouw te zijn om vrij en openhartig met het volk te handelen over de toestand en staat van hun zielen. Ik zeg: deze vrees en schrik des Heeren zouden de predikers moeten aanzetten tot hun plicht om het Evangelie vrijmoedig te prediken, opdat de Heere niet de zielen der mensen van hun handen eist en hen veroordelen zal wegens gebrek aan getrouwheid door de waarheid niet zonder verschil te prediken. Verder moet een beginsel der liefde de predikers tot hun werk aanzetten.
Vreze des Heeren
„De vreze des HEEREN is rein, bestaande tot in eeuwigheid; de rechten des HEEREN zijn waarheid, tezamen zijn zij rechtvaardig.”
Psalm 19:10
Als wij Gods volk zijn, laten we dan het werk om het Evangelie te prediken en te beluisteren in het openbaar ter hand nemen. Wij willen aantonen wat de schrik des Heeren is, die de predikers beweegt om in deze zaak ernstig met het volk te handelen en wat de toepassing hiervan is.
Er is geen ware christen die niet iets van deze zaak kent. Deze schrik des Heeren betekent meer dan een gewone vrees, en hij kan zo verstaan en opgevat worden voor de hele plicht van een mens tot de Heere, zoals er staat: „De vreze des Heeren is rein, bestaande tot in eeuwigheid.” Dat kan deze verklaring hebben, dat men bevreesd is om zijn broeder in zonden te laten leven. Als u iets kende van de ware godsdienst en de natuur der zonde, zal het u voorzeker aanzetten om het goede voor anderen te zoeken. Ook kan het in deze zin verstaan worden dat er een gedurige vreze blijft, zoals bij Heman, die van zijn jeugd af bedrukt en doodbrakende was. Maar hier wordt melding gemaakt van de schrik des Heeren, waarbij wij zullen letten op drieërlei vreze: een heilige vreze, welke de uitverkorenen voor (of liever op) de tijd van de bekering vervult; een eerbiedige vreze of schrik des Heeren na de bekering, en een knechtelijke vreze.
Bedrukt en doodbrakend
„Van de jeugd aan ben ik bedrukt en doodbrakende; ik draag Uw vervaarnissen, ik ben twijfelmoedig.”
Psalm 88:16
De vreze die in de gelovigen aangetroffen wordt tijdens hun bekering, kan een beproevende vreze genoemd worden: de weeën van de nieuwe geboorte en het begin van een werk van reformatie of wedergeboorte. Deze vrees en schrik zijn zeer noodzakelijk. Dat is een schrik die gekend moet worden. Om u dit alles duidelijker te maken, dienen we te weten dat deze beproevende vreze uit de volgende zaken voortspruit: zij spruit voort uit die geestelijke dienstbaarheid en schrik van de verbroken wet Gods, die het geweten met vreselijke striemen bewust wordt. Deze schrik doet het ongelukkige schepsel schreeuwen en brullen als een beest. Sommigen hebben al de dagen van hun leven hierin verkeerd. Heman was verbijsterd vanwege de verschrikkingen des Heeren: „Ik draag Uw vervaarnissen; ik ben twijfelmoedig” (Psalm 88:16).
O mensen, indien u een gezicht van uzelf in die toestand kon bekomen, dan zou u eraan ontdekt worden dat u in de gevangenis leeft, met de duivel tot cipier, die als het ware telkens tot u komt en zegt: „Nu, mijn gevangenen, u moet sterven, u moet sterven.” Welaan, mensen, is dit geen vreselijke en jammerlijke toestand? Deze beproevende vreze spruit voort uit een schuldig geweten. Dit zal een ongelukkig mens vreselijk schokken en inwendig aan zijn geweten knagen en hem (met Paulus) doen uitroepen: „Mannen broeders, wat moeten wij doen om zalig te worden?”
Ik ben Jezus
„En hij zeide: Wie zijt Gij, Heere? En de Heere zeide: Ik ben Jezus, Dien gij vervolgt.”
Handelingen 9:5a
Wij hebben de Heere der heerlijkheid onrecht aangedaan en Hem met onze zonden doorstoken. Nu, wat zullen wij doen? Wij zijn verloren! Wij hebben de Heere der ere gekruisigd en gedood.
Welaan, mensen, bent u hiertoe reeds gekomen? Ik zeg u, tenzij u uw verloren staat en toestand leert zien, tenzij u uzelf verloren leert zien, zult u nooit recht tot Christus komen. U ziet dit bewaarheid in de stokbewaarder die, toen hij door de schrik des Heeren werd bevangen, haastig wanhoopte en zichzelf zou hebben doorstoken, waarna Paulus uitriep: „Doe uzelf geen kwaad.” Toen zei hij: „Wat moet ik doen, opdat ik zalig worde?” Daarna diende hij hen.
Deze beproevende vreze spruit voort uit een gewaarwording van des Heeren ongenoegen. De apostel Paulus verkeerde drie dagen onder deze schrik; een tijd zonder te kunnen zien. Hij was op weg naar Damascus om als een schelm of dragonder de Kerk van God uit te roeien; maar hij kon zeggen wat velen van de vervolgers uit deze tijd niet ter verontschuldiging kunnen aanvoeren, dat hij dat onwetend deed. Maar de stem kwam tot hem en zei: „Saul, Saul, wat vervolgt u Mij?” Toen viel hij ter aarde en zei: „Wie zijt Gij, Heere?” En de Heere zei: „Ik ben Jezus, Dien gij vervolgt.” Wanneer verkeerde u in zo’n staat of toestand als deze?
De Koning der ere
„Wie is Hij, deze Koning der ere? De HEERE der heirscharen, Die is de Koning der ere. Sela.”
Psalm 24:10
Er is een eerbiedige vreze in de gelovigen na hun bekering, gewerkt door zaligmakende genade. „Zo zegt de Heere der heirscharen, de God Israëls: Neem deze brieven, deze koopbrief, zo de verzegelde als deze open brief, en doe ze in een aarden vat, opdat zij veel dagen mogen bestaan. Want zo zegt de Heere der heirscharen, de God Israëls: Er zullen nog huizen, en velden en wijngaarden in dit land gekocht worden.” Hier hebt u een heerlijke belofte om op te bouwen. Hij die een recht of bewijs van deze koop heeft verkregen, mag in de Heere aangemoedigd worden. Maar u die geen verzegelde of open brief van de koop hebt ontvangen, hebt geen deel aan Hem.
Welaan, om u deze zaak een weinig nader te ontvouwen, zullen wij onderzoeken waarin deze vreze bestaat. Deze vreze bestaat hierin, dat wij hoge gedachten van God hebben. Wat een hoge, goedertieren en liefelijke gedachten koestert Gods volk van dat heerlijke Wezen. Hoe vaak zal het arme schepsel Hem in overpeinzing hebben, wanneer het zijn onwaardigheid en de grootheid van de macht en ere Gods leert zien en inleven! Deze vreze bestaat hierin, dat de ziel leeft onder een indruk van de ere Gods. En hoe zoet en aangenaam is het voor een teergevoelige ziel om Zijn eer, heerlijkheid en heiligheid in overdenking te hebben!
Heilige engelen
„De serafs stonden boven Hem; een iegelijk had zes vleugelen: met twee bedekte ieder zijn aangezicht en met twee bedekte hij zijn voeten en met twee vloog hij.”
Jesaja 6:2
„Leer mij Uw weg”, zegt de psalmist. Zijn hart moet bij de Heere vertoeven. Het moet niet slechts een voorbijgaande gedachte zijn, maar een bijblijvende overdenking. Het moet als het ware een natuurlijke of hebbelijke indruk van Gods eer in het hart worden.
De vreze des Heeren bestaat in een plichtmatig en gehoorzaam gadeslaan en opmerken van des Heeren wijsheid en wijze handelingen in Zijn werken. Hij zij uw vreze en Hij zij uw verschrikking. Daar is of moet zijn een soort knechtelijke vreze of schrik. En deze is tweeledig: daar is een beproevende schrik om de zwakheid van Zijn kinderen te ontdekken, wanneer de Heere hun ziel met vreze vervult om hen te doen vluchten tot hun Sterkte. Zo’n gezicht van die heerlijkheid, zoals Mozes kreeg op de berg Sinaï bij de wetgeving, was een vreselijk gezicht. De mens kan niet bestaan wanneer hij een gezicht van die heerlijkheid verkrijgt; ja, zelfs de engelen moeten zich bedekken wanneer die heerlijkheid hun beschijnt. Om die reden hebben zij vleugels om daarmee hun aangezichten te bedekken.
Het is een verschrikkende vrees of schrik wanneer Gods volk Zijn komst tot het land met Zijn oordelen vreest. Dan worden zij met schrik bevangen: „Heere als ik Uw rede gehoord heb, heb ik gevreesd”. Hier kreeg de profeet een visioen van des Heeren komst met Zijn oordelen, en hij vreesde.
Mijn toevlucht
„Wees Gij mij niet tot een verschrikking; Gij zijt mijn Toevlucht ten dage des kwaads.”
Jeremia 17:17
Naar ik vrees, komt er soms een sterke vrees voor God openbaar bij het volk van God, omdat zij de hand des Heeren zien, en dat maakt hen bevreesd. Dit is geen slaafse vrees. Toen David verschrikkelijke tijden zag naderen, vervulde dit gezicht hem met vreze en beving. Hieruit ziet u met wat een grote vrees het volk des Heeren beangst kan zijn. „O”, zegt David, „gruwen overdekt mij”, toen hij de goddeloosheid van het hof van Saul en de zonden van het land aanschouwde.
Het is een droevig teken wanneer de zonden van de vijand u niet op de rechte wijze ter harte gaan. Indien de smaad en hoon die God in dit land op deze dag worden aangedaan u niet smarten, zo beoefent u geen ware liefde en doet niets dan uzelf bedriegen.
Evenwel moge ik nog opmerken dat er een vrees of schrik is die bij het volk van God aankomt vanwege de verlating of verberging van Zijn aangezicht. Hij is hun vijand niet, maar Hij ziet hen als het ware misnoegd aan. Dit doet hen bevreesd zijn. Deze vrees deed Job uitroepen: „Waarom verbergt U Uw aangezicht en houdt mij voor Uw vijand?” En Jeremia zegt: „Weest Gij mij niet tot een verschrikking; Gij zijt mijn Toevlucht, ten dage des kwaads.” Hier bestond een vrees voor het verbergen van Zijn aangezicht in verlating.
Vreze des HEEREN
„De vreze des HEEREN is het beginsel der wijsheid; allen die ze doen, hebben goed verstand; Zijn lof bestaat tot in der eeuwigheid.” Psalm 111:10
De vreze des Heeren gaat samen met de liefde Gods, die altijd bezorgd is om geen arme zondaren te verliezen. De vreze Gods is afkerig om God te honen door alles wat voor Hem naar hun weten kwetsend is. Maar de huichelaar of ongelovige kent niets van deze vreze Gods en zijn ongeloof is de oorzaak van zijn haat en vijandschap tegen God. En omdat hij Gods gerechtigheid veracht, zal dit oordeel over hem geveld worden.
De vreze des Heeren gaat gepaard met de verzekering der gelovigen van hun aandeel in Hem als hun Heere en Meester. Maar de slaafse vrees leidt de goddeloze tot wanhoop.
Verder is de ware vreze Gods bevreesd voor de zonde, maar de vrees der goddelozen is een angst voor de hel. Daar zijn sommige verfoeilijke zonden, waarvoor zij bevreesd zijn, zoals godslastering, doodslag, overspel en dergelijke. Evenwel is de vrees van de godvruchtigen over de geringste zonde bevreesd, omdat deze Godonterend is.
Verder vreest de godvruchtige mens de Heere om Hemzelf. Hoewel de duivel een leugenaar is vanaf het begin, sprak hij evenwel dit ware woord: „Is het om niet, dat Job God vreest?” Maar de goddelozen dienen Hem uit vrees voor de straf. Beproeft uzelf dan bij deze dingen, wat voor vreze u bezit, opdat u niet moogt bevonden worden onder degenen die huichelaars en zondaren in Sion zijn.
Proefondervindelijk
„Wij dan, wetende de schrik des Heeren, bewegen de mensen tot het geloof.” Korinthe 5:11a
Wát zal de predikers bewegen, om met ernst in deze zaak met het volk te handelen, namelijk hun kennis van de schrik des Heeren: „Wij dan, wetende de schrik des Heeren, bewegen de mensen.”
Er is velerlei kennis die geen rechte kennis is. En wij zullen hier in het algemeen opmerken dat indien u meent deze schrik te kennen, u nog niet weet zoals u behoorde te weten. Maar daar moet zijn: een proefondervindelijke kennis. U moet weten dat de zonde in haar aard altijd verderfelijk is. U moet weten dat u verloren bent, indien u uw zonden niet geestelijk gevoelt, indien u niet daartoe gebracht bent, dat het gevoel van uw zonde u in het stof doet neerliggen en uitroepen: „Wat zal ik doen om zalig te worden?”
Er is ook een ingebeelde kennis. De ware kennis werkt nochtans ware geestelijke oefeningen. „De geest van een man zal zijn krankheid ondersteunen; maar een verslagen geest, wie zal die opheffen?” Deze kennis doet een mens de zonde ontvlieden. Daar moet een zaligmakende indruk gevestigd zijn, dat men verloren is zonder Christus. De apostel kon zeggen dat hij alles wat hij voor Christus deed, maar weinig achtte. Dit is de schrik die de predikers moesten hebben.
Maar hoe wordt deze schrik zo bevindelijk gekend? Daarvan zullen we u enkele kentekenen geven.
Schrik des Heeren
„Ik heb de HEERE gezocht, en Hij heeft mij geantwoord, en mij uit al mijn vrezen gered.” Psalm 34:5
Een mens met de ware vreze des Heeren zal begerig zijn om God te kennen en het heil dat hij door die vrees verkregen heeft. David onderricht ons om de Heere te vrezen, want hij zegt dat hij veel goeds verkregen heeft door de Heere te vrezen. „Ik heb de Heere gezocht, en Hij heeft mij geantwoord, en mij uit al mijn vrezen gered”. En elders: „Komt en ik zal vertellen wat Hij aan mijn ziel gedaan heeft.”
Indien u de zonde voedt, zal de Heere u niet horen. David, die er ondervinding van had, zegt: „Had ik naar ongerechtigheid met mijn hart gezien, de Heere zou niet gehoord hebben.”
Neem de ervaringen in acht. David was een groot man, een profeet, en evenwel beging hij een erge misstap, die een verbrijzeling van zijn beenderen veroorzaakte. Iemand die veel bevindingen heeft, kan niet anders dan anderen opwekken en bewegen. Welaan dan, wetende de schrik des Heeren, bewegen zij de mensen. De schrik des Heeren wordt bevindelijk gekend wanneer men besef heeft van de naderende oordelen over een land en men wéét dat God een heilig God is en dat de zondaar niet aan de vreselijke gerichten kan ontkomen. „Wie zou niet vrezen, als de Leeuw heeft gebruld?” De Leeuw uit de stam van Juda zal het land doen beven, wanneer Hij komt, briesende om een roof.
Beproeft alle dingen
„Veracht de profetieën niet. Beproeft alle dingen; behoudt het goede. Onthoudt u van alle schijn des kwaads.”
1 Thessalonicenzen 5:20-22
Wij worden gedrongen de mensen te bewegen tot het geloof, aangezien wij voor Gods rechterstoel zullen moeten verschijnen en geoordeeld worden. De apostel Petrus verkondigde ons dat het uur van scheiden niet verre zou zijn en de aflegging van zijn tabernakel haast zijn zou. Daarom benaarstigde hij zich om predikers de schrik des Heeren in gedachtenis te brengen, opdat zij in de tegenwoordige waarheid versterkt zouden mogen worden. Allen die enigszins met deze schrik bekend zijn, zullen zich zeer beijveren om anderen tot Christus uit te nodigen. Hierin zal de liefde tot de broederen zich openbaren. Mochten uw harten hiernaar uitgaan! De rijke man die zijn vijf broeders wilde waarschuwen, zij u ten voorbeeld!
Waartoe behoren de predikers de mensen te bewegen? Er zijn enkele grote, waarachtige waarheden waartoe ik u hier zou wensen te bewegen. De eerste voorname en waarachtige waarheid is om u te wachten voor de zonde. De zonde is zielsverwoestend en hoogst onterend voor God. Dat ik uit uw bevinding kon spreken! Het is een zaak die de Geest Gods bedroeft en eenmaal uw geweten pijnlijk zal treffen. U moet afstand doen van uw persoonlijke boezemzonde, die u zo lichtelijk omringt. Want als u deze afgoden in uw hart blijft koesteren, zal de schrik des Heeren u aangrijpen. Daarom, wacht u om Zijn Heilige Geest door uw persoonlijke zonden te bedroeven.
Zuchters en klagers
„En de HEERE zei tot Hem: Ga door, door het midden der stad, door het midden van Jeruzalem, en teken een teken op de voorhoofden der lieden die zuchten en uitroepen over al die gruwelen die in het midden derzelve gedaan worden.”
Ezechiël 9:4
Verlaat al hetgeen u tot één lichaam met de vijanden verbindt, anders zult u delen in de wraak die hen zal overkomen volgens Gods Woord. Staak niet alleen uw omgang met hen, maar betreur het voor de Heere vanwege hetgeen u gedaan hebt door u te schikken naar de vijanden. Ook moest u bewenen de zonden van het land en al het onrecht dat de Heere door de vijand wordt aangedaan. Niemand zal in die grote dag gespaard worden, behalve de zuchters en de klagers. „Ga door, door het midden der stad, door het midden van Jeruzalem, en teken een teken op de voorhoofden van de lieden die zuchten en uitroepen over al de gruwelen die in het midden ervan gedaan worden.” Zie dat teken van de zuchters te bekomen, opdat u gespaard mag worden ten dage der bezoeking.
Een andere waarheid waartoe wij u willen bewegen, is begerig te zijn de Heere te gehoorzamen en in de plichten Hem te zoeken. Wees ijverig om uw samenkomsten bij te wonen en verzoek Hem u daarin te ondersteunen. Onderhoud de godsdienstoefeningen in uw gezinnen, die in deze tijden van afval nu zozeer veronachtzaamd worden. Helaas! Velen hebben thans hun plichten, zowel in het openbaar als in het bijzonder, opgegeven en vaarwel gezegd. Weinig gebeden worden tot de Heere in de hemel opgezonden voor al hetgeen ons overkomen is.
In waarheid
„Indien gijlieden in Mijn woord blijft, zo zijt gij waarlijk Mijn discipelen. En zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken.” Johannes 8:31b, 32
Betracht alle openbare en bijzondere plichten die u opgelegd zijn door het Woord des Heeren en onze verbonden, en wees oprecht. Spot niet met de levende God, Die een heilig en ijverig God is en Zijn eer geen ander zal geven, noch Zijn lof de gesneden beelden.
Verder willen wij u door de schrik des Heeren bewegen dat u uw belijdenis onwankelbaar vasthoudt. Laten we de onwankelbare belijdenis der hoop vasthouden, niet nalatende de onderlinge bijeenkomsten, zoals sommigen de gewoonte hebben. Wacht u voor een verslappen in de leer. Het zal vreselijk zijn indien u de christelijke gemeenschap verzaakt. Doet u het toch, hoor dan uw vonnis: een verschrikkelijke verwachting van het oordeel en hitte des vuurs! Onderhoud uw samenkomsten ondanks alle gevaren, en verzuim ze niet uit vrees voor het kruis. Maar wees hiervan overtuigd: de Heere zal de afvalligen in hart, leven of praktijk bestraffen in Zijn toorn.
Ook willen wij u bewegen, „wetende de schrik des Heeren”, om trouw te blijven aan al de waarheden van de Heere. Dit is het huidige getuigenis: houd de waarheid en u zult de waarheid verstaan, en „de waarheid zal u vrijmaken”. Wij moeten u niet zoeken te behagen, maar wij moeten trachten Gode te behagen en u te bewegen tot uw plicht vanwege de schrik des Heeren, die ons ertoe dwingt.
Pinkstergemeenschap
„En zij waren volhardende in de leer der apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods, en in de gebeden. En een vreze kwam over alle ziel.”
Handelingen 2:42, 43a
Het zal voor uw verantwoording zijn indien u ons niet zult gehoorzamen of de stem in het Evangelie, die des Heeren stem tot u is uit Zijn Woord. Ook willen wij u bewegen vanwege de schrik des Heeren om het eeuwigblijvend Evangelie als van God te ontvangen, en niet van ons, die maar nietige aarden vaten zijn. Wij gelasten u, aangezien u God verantwoording zult hebben te doen op die grote dag en wij ons vrij van u wensen te maken, dat u deze waarheid ontvangt als de boodschap van onze Heere en grote Meester, Jezus Christus.
Hoewel wij mensen van oproerige beginselen en verdeeldheid worden genoemd en door de meesten veroordeeld worden, wensen wij u nochtans te bewegen om veel voor de waarheid te strijden, met name voor de Koninklijke macht en het Hoofd van Christus over Zijn eigen Kerk, die in deze dagen veel wordt bestreden. Hij heeft de autoriteit om in Zijn eigen Huis Zijn dienstknechten aan te stellen zonder de burgerlijke macht of haar gezag: „En heeft Hem alle dingen onderworpen en Hem de Kerk tot een Hoofd gegeven over alle dingen.” Hij is het Hoofd van Zijn lichaam, de Kerk. Wij wensen u te bewegen dit te erkennen en hiervoor te strijden. O, wat een edele strijd, ja, de edelste strijd, waarvoor ooit een arm mens verwaardigd werd te strijden.
Belijdenis
„Een iegelijk dan die Mij belijden zal voor de mensen, dien zal Ik ook belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is.”
Mattheüs 10:32
De laatste grote waarheid waartoe wij u wensen te bewegen, is Jezus voor de mensen te belijden. Wacht u ervoor om uitvluchten te zoeken wanneer u Hem voor de mensen moet belijden, want zo zal God uw deel uit het verbond uitdoen. Doe nooit afstand van de waarheden van Christus. Zij moeten door ons geloofd worden en wij moeten ervoor lijden, niet alleen sommige van deze waarheden, maar wij moeten die alle belijden en verdedigen, van de geringste tot de grootste toe. Wanneer u ertoe geroepen wordt, moet u die alle belijden en niet één waarheid van het Woord Gods loochenen. „Zo wie Mij verloochend zal hebben voor de mensen, die zal Ik ook verloochenen voor Mijn Vader, Die in de hemelen is.”
Het is tot uw nut, om ook te trachten kennis van Christus en kennis van deze schrik des Heeren te bekomen. Waarom moet u dit beproeven? U moet vrezen en enige mate van de genade Gods in uw harten begeren, omdat Hij een groot, vreselijk en machtig God is. Zoekt een besef hiervan te verkrijgen, opdat Hij u in de tijd van beproeving voorbijgaat! Hij is heerlijk in majesteit. Is Hij niet de Koning der volkeren? Vreest Hem daarom, o, vreest Hem, Die met een ijzeren roede regeert. We wensen dat Hij in uw harten, levens en praktijken mocht verheerlijkt worden.
Hun enig deel
„Ik ben mijns Liefsten, en mijn Liefste is mijne, Die onder de leliën weidt.”
Hooglied 6:3
We willen u bewegen om de grote en heerlijke God te verheerlijken. Om u hiertoe te bewegen: Hij is een heilig God, een vlekkeloos en smetteloos God, en Hij zal alle werkers der ongerechtigheid straffen, omdat Hij een vertoornd God, een gekrenkte Majesteit is en gramstorig op de inwoners van het land vanwege hun overtredingen en afval van Hem. Hoewel Hij grimmig voor de goddelozen is, is Hij toch een Vader, een Profeet, Priester en Koning voor Zijn eigen volk.
Thans zullen wij betreffende degenen die de Heere vrezen enkele voordelen opnoemen, die zij ten laatste dage zullen ontvangen. Zij zijn verzekerd dat Hij hun enig Deel is. Hij is hun zekere Erfenis en Hij alleen. Zij zijn de Zijnen en Hij is de hunne. „Mijn Liefste is de mijne en ik ben de Zijne, Die weidt onder de leliën.”
Het is een heilig volk, dat de Heere vreest. Hij zal al hun krankheden genezen en zij zullen niet meer in gevaar van de eeuwige dood en verwoesting verkeren. Zij zullen bij Hem veilig zijn; ja, veiliger dan te midden van een leger engelen. De sterkten der steenrotsen zullen hun hoog vertrek zijn; Hij is hun sterke toren. Hun zal niets ontbreken. „Die de Heere waarlijk vrezen, hebben geen gebrek aan enig goed.” „Zijn brood zal hem niet ontbreken, en zijn wateren zijn gewis.”
Grote zaligheid
„Hoe zullen wij ontvlieden, indien wij op zo grote zaligheid geen acht nemen?” Hebreeën 2:3a
Indien u deze vreze des Heeren bezit, zal zij u noodzaken tot iedere plicht die u als uw plicht kent. Ook zult u alle zonde vermijden en beproeven, om die zowel in uzelf als in anderen te weerstaan.
Ik durf niet anders dan eerlijk en ronduit met u over de staat en toestand van uw zielen te handelen. Wetende de schrik des Heeren, wensen wij u te bewegen om het met Christus eens te worden! Er is geen weg van ontkoming indien u dit grote aanbod van zaligheid veronachtzaamt. Wij kunnen u geen verzekering geven dat u nog zo’n aanbod in dit leven zal worden gedaan.
Aanschouw die heerlijke en dierbare Christus, Die u hier aangeboden wordt en beantwoord en gehoorzaam Zijn roepstem. Anders hebben wij u in ’s Heeren Naam een eeuwig wee en de toorn Gods aan te zeggen. Wij roepen u toe om uw antwoord te geven!
Bedenk dat het een onuitsprekelijk grote zonde is om dit aanbod te veronachtzamen. Ja, het is groter dan doodslag, bloedschande of overspel. Het is een Christus-vermoordende zonde. Het is een opnieuw openrijten van Zijn wonden. „Hoe zullen zij ontvlieden, indien zij op zo grote zaligheid geen acht nemen?” Het is een zonde tegen de Wet en een zonde tegen het Evangelie, dat in een ruime zin de Wet insluit.
Omhels dit Evangelie
„Doe uw mond wijd open, en Ik zal hem vervullen.” Psalm 81:11b
Bedenk hoe u Christus kunt ontvangen. „Gelooft en gij zult zalig worden.” „Doe uw mond wijd open, en Ik zal hem vervullen.” Zijn dit geen lichte voorwaarden waarop de hemel en de heerlijkheid kunnen bekomen worden? Maak dan geen verontschuldiging, maar sluit de koop met uw ganse hart en laat al uw andere metgezellen los en omhels Hem alleen in dit Evangelie, opdat u niet in der eeuwigheid omkomt!
Overweeg ook de ellende van deze veronachtzaming. Zij is onvermijdelijk. Het zal vreselijk zijn, vooral voor belijders aan wie het aanbod van het Evangelie en de zaligheid op zulke lichte voorwaarden werden aangeboden. Denkt u te vlieden om u in die Leeuw en Lam te verbergen? U, die ongevoelig bent geweest voor het Evangelie en die wij met geen woorden kunnen bewegen? Als u dit aanbod niet wilt omhelzen, loopt u groot gevaar om de hemel en de gelukzaligheid te verliezen, evenals de goddeloze vijanden
U die nooit vreest voor uw staat en toestand, verkeert in een jammerlijk geval. Ook u die niet kunt lezen. Uw toestand is droevig. U zegt dat u geen gelegenheid hebt om uw Bijbel te lezen, maar kunt u tijd vinden om uw eigen zielen te vernielen? Indien u niet meer moeite zult doen om Gods Woord te lezen en de Heere te smeken om meer zaligmakende kennis van de Schrift te krijgen, dan verkeert u in groot gevaar.
Leeuw en Lam
„En een van de ouderlingen zei tot mij: Ween niet; zie, de Leeuw Die uit de stam van Juda is, de Wortel Davids, heeft overwonnen, om het boek te openen, en zijn zeven zegelen open te breken.” Openbaring 5:5
Christus is ook een Leeuw, en dat getuigt van Zijn macht en sterkte en heiligheid. Indien u Hem in Zijn zachtmoedigheid van een Lam weigert, in de aanbiedingen en stille stem van het Evangelie, dan zult u geworpen worden in de vreselijke klauwen van de Leeuw uit de stam van Juda, en wie zal Hem doen opstaan of kwetsen? Neem en omhels Hem. Indien u niet wilt, zal Hij komen en zeggen: „Maar deze mijn vijanden, die niet hebben gewild dat Ik over hen Koning zou zijn, brengt ze hier, en slaat ze hier voor Mij dood”!
Kom dan, o rebellen en oproerlingen, kom onder Zijn juk, want daar zijn veel vijanden des Heeren in dit land, die zich niet onder Zijn Koninklijke regering willen schikken, die niet willen dat Hij in en over hen regeert.
Welaan, wat zullen we tot u zeggen? Wij wensen u hier in Zijn Naam, wetende de schrik des Heeren, te bewegen om u met Christus te laten verzoenen, opdat Hij niet tegen u getuigt wanneer er niemand zal gevonden worden om voor u te pleiten, noch u te verontschuldigen in die grote dag der verantwoording, waar wij allen voor die grote God moeten verschijnen. Dan zult u uzelf moeten verantwoorden, ook wat betreft deze dag. O, benaarstig u daarom in Hem gevonden te worden! Amen.
Alexander Shields (1660/61 – 1700)
Alexander Shields werd in 1660 of 1661 geboren in het Schotse gehucht Haughead. Hij studeerde in Edinburgh en in Utrecht. Shields groeide uit tot een van de boegbeelden van de zogenoemde Covenanters, en zat gevangen in Londen, in Edinburgh en op het beruchte eiland Bass Rock. Een van zijn bekendste werken is ”A Hind Let Loose” (Een losgelaten hinde, 1688). Shields overleed in het jaar 1700 in Port Royal, Jamaica
Evangelieverkondiging
„Wij dan, wetende de schrik des Heeren, bewegen de mensen tot het geloof.” 2 Korinthe 5:11a
Het is een grote genade dat u in dit land het Evangelie hebt. Wat een onuitsprekelijke genade! Maar hoe zult u van al het prediken dat u gehoord hebt verantwoording afleggen voor de rechterstoel van de grote God des hemels? Ik vrees dat het maar een droevig verslag zal zijn wanneer u voor Hem gedaagd zult worden.
Hier hebben wij een verklaring van de instrumenten waarvan Hij Zich bedient om het Evangelie te doen zegepralen. Hij heeft het nodig geoordeeld deze schat aan aarden vaten toe te vertrouwen. Aangezien dit zo is, kunnen sommigen denken: dat Hij voor dit verheven werk geen gebruik wil maken van de groten en edelen dezer wereld, maar in Zijn neerbuigende goedheid een groep arme vissers geroepen heeft om hen tot dit edele werk te bekwamen! Dit is inderdaad een groot wonder.
Sommigen kunnen menen dat de Heere, sinds het Hem behaagde deze waardigheid aan arme, geringe mensen te schenken, hen dan mocht bewaren voor moeite en lijden op deze aarde. Maar Zijn gedachten zijn niet de gedachten van de mens, want moeite en zorg zijn in alle eeuwen het lot van de Kerk van God geweest, zowel inwendig als ook uitwendig: moeite en verdrukking van de wereld. Maar indien dit in alle eeuwen haar deel geweest is, wat zal haar dan onder dit alles ondersteunen?
Hemels verlangen
„Want ook in dezen zuchten wij, verlangende met onze woonstede die uit de hemel is, overkleed te worden.” 2 Korinthe 5:2
Waarom mag Gods Kerk de Evangelieprediking niet opgeven? Er zijn drie zaken die de Kerk ondersteunen, zodat zij niet terzijde kan gesteld worden: geloof, vrees en liefde.
Het geloof ondersteunt de Kerk van God. Indien u de kostelijkheid en waardij van dit Evangelie geloofde, het geloof zou u alle tegenstand doen vertreden. De Kerk gelooft in een dag der overwinning, wanneer Gods kinderen over al hun vijanden zullen triomferen, en kronen der overwinning en palmtakken in hun handen zullen ontvangen. De verwachting van die kroningsdag zal u in alle moeiten en zorgen ondersteunen, zodat u al deze verliezen en verdrukkingen als niets zult achten.
Gods volk gelooft in een ontbinding van deze aardse tabernakel. U ziet met veel voorbeelden dat u een broos en zwak lichaam mee moet dragen, en wanneer dit lichaam verbroken wordt, zijn diegenen gelukkig te achten die een huis betreden, niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen. Het bewustzijn van uw ontbinding moest u uitdrijven naar het Evangelie!
Gods Kerk gelooft dat zij een erfenis zal ontvangen. In dat bezit zal zij zich boven alles verheugen. Hier hebt u maar geleende goederen. Daarom bent u pelgrims op de aarde en dit doet u de erfenis van het volk van God zoeken, dat nieuwe Jeruzalem. Gods kinderen zullen immers het nieuwe Jeruzalem binnentreden en nimmermeer verlaten, als inwoners en burgers des hemels.
Getuigenis
„Zo zijn wij dan gezanten van Christuswege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christuswege: Laat u met God verzoenen.”
2 Korinthe 5:20
Het getuigenis van de Geest zet de predikers tot dit werk aan. Wat een dringende beweegreden is dit! Zij maakt hen moedig en doet hen met vertrouwen Zijn boodschap verkondigen. Deze gezanten geloven dat zij eens voor God zullen verschijnen om rekenschap af te leggen van hun getrouwheid in dit Evangeliewerk.
Wat een jammerlijke verschijning zal het zijn voor degenen die niet getrouw zijn geweest aan de zending van hun Meester. Zij die niet durven zeggen dat zij Zijn gebod hebben gehoorzaamd om tijdig en ontijdig het Woord te prediken om de Kerk Gods te bouwen. Maar het zal een heuglijke verschijning zijn voor hen die getrouw zijn bevonden. Zij mogen die dag aanspraak op Hem maken als hun Heere en Meester.
De tweede zaak die de predikers aandrijft om het Evangelie te prediken, is vrees. De vrees en de schrik des Heeren dienden de mens te bewegen getrouw te zijn om vrij en openhartig met het volk te handelen over de toestand en staat van hun zielen. Ik zeg: deze vrees en schrik des Heeren zouden de predikers moeten aanzetten tot hun plicht om het Evangelie vrijmoedig te prediken, opdat de Heere niet de zielen der mensen van hun handen eist en hen veroordelen zal wegens gebrek aan getrouwheid door de waarheid niet zonder verschil te prediken. Verder moet een beginsel der liefde de predikers tot hun werk aanzetten.
Vreze des Heeren
„De vreze des HEEREN is rein, bestaande tot in eeuwigheid; de rechten des HEEREN zijn waarheid, tezamen zijn zij rechtvaardig.”
Psalm 19:10
Als wij Gods volk zijn, laten we dan het werk om het Evangelie te prediken en te beluisteren in het openbaar ter hand nemen. Wij willen aantonen wat de schrik des Heeren is, die de predikers beweegt om in deze zaak ernstig met het volk te handelen en wat de toepassing hiervan is.
Er is geen ware christen die niet iets van deze zaak kent. Deze schrik des Heeren betekent meer dan een gewone vrees, en hij kan zo verstaan en opgevat worden voor de hele plicht van een mens tot de Heere, zoals er staat: „De vreze des Heeren is rein, bestaande tot in eeuwigheid.” Dat kan deze verklaring hebben, dat men bevreesd is om zijn broeder in zonden te laten leven. Als u iets kende van de ware godsdienst en de natuur der zonde, zal het u voorzeker aanzetten om het goede voor anderen te zoeken. Ook kan het in deze zin verstaan worden dat er een gedurige vreze blijft, zoals bij Heman, die van zijn jeugd af bedrukt en doodbrakende was. Maar hier wordt melding gemaakt van de schrik des Heeren, waarbij wij zullen letten op drieërlei vreze: een heilige vreze, welke de uitverkorenen voor (of liever op) de tijd van de bekering vervult; een eerbiedige vreze of schrik des Heeren na de bekering, en een knechtelijke vreze.
Bedrukt en doodbrakend
„Van de jeugd aan ben ik bedrukt en doodbrakende; ik draag Uw vervaarnissen, ik ben twijfelmoedig.”
Psalm 88:16
De vreze die in de gelovigen aangetroffen wordt tijdens hun bekering, kan een beproevende vreze genoemd worden: de weeën van de nieuwe geboorte en het begin van een werk van reformatie of wedergeboorte. Deze vrees en schrik zijn zeer noodzakelijk. Dat is een schrik die gekend moet worden. Om u dit alles duidelijker te maken, dienen we te weten dat deze beproevende vreze uit de volgende zaken voortspruit: zij spruit voort uit die geestelijke dienstbaarheid en schrik van de verbroken wet Gods, die het geweten met vreselijke striemen bewust wordt. Deze schrik doet het ongelukkige schepsel schreeuwen en brullen als een beest. Sommigen hebben al de dagen van hun leven hierin verkeerd. Heman was verbijsterd vanwege de verschrikkingen des Heeren: „Ik draag Uw vervaarnissen; ik ben twijfelmoedig” (Psalm 88:16).
O mensen, indien u een gezicht van uzelf in die toestand kon bekomen, dan zou u eraan ontdekt worden dat u in de gevangenis leeft, met de duivel tot cipier, die als het ware telkens tot u komt en zegt: „Nu, mijn gevangenen, u moet sterven, u moet sterven.” Welaan, mensen, is dit geen vreselijke en jammerlijke toestand? Deze beproevende vreze spruit voort uit een schuldig geweten. Dit zal een ongelukkig mens vreselijk schokken en inwendig aan zijn geweten knagen en hem (met Paulus) doen uitroepen: „Mannen broeders, wat moeten wij doen om zalig te worden?”
Ik ben Jezus
„En hij zeide: Wie zijt Gij, Heere? En de Heere zeide: Ik ben Jezus, Dien gij vervolgt.”
Handelingen 9:5a
Wij hebben de Heere der heerlijkheid onrecht aangedaan en Hem met onze zonden doorstoken. Nu, wat zullen wij doen? Wij zijn verloren! Wij hebben de Heere der ere gekruisigd en gedood.
Welaan, mensen, bent u hiertoe reeds gekomen? Ik zeg u, tenzij u uw verloren staat en toestand leert zien, tenzij u uzelf verloren leert zien, zult u nooit recht tot Christus komen. U ziet dit bewaarheid in de stokbewaarder die, toen hij door de schrik des Heeren werd bevangen, haastig wanhoopte en zichzelf zou hebben doorstoken, waarna Paulus uitriep: „Doe uzelf geen kwaad.” Toen zei hij: „Wat moet ik doen, opdat ik zalig worde?” Daarna diende hij hen.
Deze beproevende vreze spruit voort uit een gewaarwording van des Heeren ongenoegen. De apostel Paulus verkeerde drie dagen onder deze schrik; een tijd zonder te kunnen zien. Hij was op weg naar Damascus om als een schelm of dragonder de Kerk van God uit te roeien; maar hij kon zeggen wat velen van de vervolgers uit deze tijd niet ter verontschuldiging kunnen aanvoeren, dat hij dat onwetend deed. Maar de stem kwam tot hem en zei: „Saul, Saul, wat vervolgt u Mij?” Toen viel hij ter aarde en zei: „Wie zijt Gij, Heere?” En de Heere zei: „Ik ben Jezus, Dien gij vervolgt.” Wanneer verkeerde u in zo’n staat of toestand als deze?
De Koning der ere
„Wie is Hij, deze Koning der ere? De HEERE der heirscharen, Die is de Koning der ere. Sela.”
Psalm 24:10
Er is een eerbiedige vreze in de gelovigen na hun bekering, gewerkt door zaligmakende genade. „Zo zegt de Heere der heirscharen, de God Israëls: Neem deze brieven, deze koopbrief, zo de verzegelde als deze open brief, en doe ze in een aarden vat, opdat zij veel dagen mogen bestaan. Want zo zegt de Heere der heirscharen, de God Israëls: Er zullen nog huizen, en velden en wijngaarden in dit land gekocht worden.” Hier hebt u een heerlijke belofte om op te bouwen. Hij die een recht of bewijs van deze koop heeft verkregen, mag in de Heere aangemoedigd worden. Maar u die geen verzegelde of open brief van de koop hebt ontvangen, hebt geen deel aan Hem.
Welaan, om u deze zaak een weinig nader te ontvouwen, zullen wij onderzoeken waarin deze vreze bestaat. Deze vreze bestaat hierin, dat wij hoge gedachten van God hebben. Wat een hoge, goedertieren en liefelijke gedachten koestert Gods volk van dat heerlijke Wezen. Hoe vaak zal het arme schepsel Hem in overpeinzing hebben, wanneer het zijn onwaardigheid en de grootheid van de macht en ere Gods leert zien en inleven! Deze vreze bestaat hierin, dat de ziel leeft onder een indruk van de ere Gods. En hoe zoet en aangenaam is het voor een teergevoelige ziel om Zijn eer, heerlijkheid en heiligheid in overdenking te hebben!
Heilige engelen
„De serafs stonden boven Hem; een iegelijk had zes vleugelen: met twee bedekte ieder zijn aangezicht en met twee bedekte hij zijn voeten en met twee vloog hij.”
Jesaja 6:2
„Leer mij Uw weg”, zegt de psalmist. Zijn hart moet bij de Heere vertoeven. Het moet niet slechts een voorbijgaande gedachte zijn, maar een bijblijvende overdenking. Het moet als het ware een natuurlijke of hebbelijke indruk van Gods eer in het hart worden.
De vreze des Heeren bestaat in een plichtmatig en gehoorzaam gadeslaan en opmerken van des Heeren wijsheid en wijze handelingen in Zijn werken. Hij zij uw vreze en Hij zij uw verschrikking. Daar is of moet zijn een soort knechtelijke vreze of schrik. En deze is tweeledig: daar is een beproevende schrik om de zwakheid van Zijn kinderen te ontdekken, wanneer de Heere hun ziel met vreze vervult om hen te doen vluchten tot hun Sterkte. Zo’n gezicht van die heerlijkheid, zoals Mozes kreeg op de berg Sinaï bij de wetgeving, was een vreselijk gezicht. De mens kan niet bestaan wanneer hij een gezicht van die heerlijkheid verkrijgt; ja, zelfs de engelen moeten zich bedekken wanneer die heerlijkheid hun beschijnt. Om die reden hebben zij vleugels om daarmee hun aangezichten te bedekken.
Het is een verschrikkende vrees of schrik wanneer Gods volk Zijn komst tot het land met Zijn oordelen vreest. Dan worden zij met schrik bevangen: „Heere als ik Uw rede gehoord heb, heb ik gevreesd”. Hier kreeg de profeet een visioen van des Heeren komst met Zijn oordelen, en hij vreesde.
Mijn toevlucht
„Wees Gij mij niet tot een verschrikking; Gij zijt mijn Toevlucht ten dage des kwaads.”
Jeremia 17:17
Naar ik vrees, komt er soms een sterke vrees voor God openbaar bij het volk van God, omdat zij de hand des Heeren zien, en dat maakt hen bevreesd. Dit is geen slaafse vrees. Toen David verschrikkelijke tijden zag naderen, vervulde dit gezicht hem met vreze en beving. Hieruit ziet u met wat een grote vrees het volk des Heeren beangst kan zijn. „O”, zegt David, „gruwen overdekt mij”, toen hij de goddeloosheid van het hof van Saul en de zonden van het land aanschouwde.
Het is een droevig teken wanneer de zonden van de vijand u niet op de rechte wijze ter harte gaan. Indien de smaad en hoon die God in dit land op deze dag worden aangedaan u niet smarten, zo beoefent u geen ware liefde en doet niets dan uzelf bedriegen.
Evenwel moge ik nog opmerken dat er een vrees of schrik is die bij het volk van God aankomt vanwege de verlating of verberging van Zijn aangezicht. Hij is hun vijand niet, maar Hij ziet hen als het ware misnoegd aan. Dit doet hen bevreesd zijn. Deze vrees deed Job uitroepen: „Waarom verbergt U Uw aangezicht en houdt mij voor Uw vijand?” En Jeremia zegt: „Weest Gij mij niet tot een verschrikking; Gij zijt mijn Toevlucht, ten dage des kwaads.” Hier bestond een vrees voor het verbergen van Zijn aangezicht in verlating.
Vreze des HEEREN
„De vreze des HEEREN is het beginsel der wijsheid; allen die ze doen, hebben goed verstand; Zijn lof bestaat tot in der eeuwigheid.” Psalm 111:10
De vreze des Heeren gaat samen met de liefde Gods, die altijd bezorgd is om geen arme zondaren te verliezen. De vreze Gods is afkerig om God te honen door alles wat voor Hem naar hun weten kwetsend is. Maar de huichelaar of ongelovige kent niets van deze vreze Gods en zijn ongeloof is de oorzaak van zijn haat en vijandschap tegen God. En omdat hij Gods gerechtigheid veracht, zal dit oordeel over hem geveld worden.
De vreze des Heeren gaat gepaard met de verzekering der gelovigen van hun aandeel in Hem als hun Heere en Meester. Maar de slaafse vrees leidt de goddeloze tot wanhoop.
Verder is de ware vreze Gods bevreesd voor de zonde, maar de vrees der goddelozen is een angst voor de hel. Daar zijn sommige verfoeilijke zonden, waarvoor zij bevreesd zijn, zoals godslastering, doodslag, overspel en dergelijke. Evenwel is de vrees van de godvruchtigen over de geringste zonde bevreesd, omdat deze Godonterend is.
Verder vreest de godvruchtige mens de Heere om Hemzelf. Hoewel de duivel een leugenaar is vanaf het begin, sprak hij evenwel dit ware woord: „Is het om niet, dat Job God vreest?” Maar de goddelozen dienen Hem uit vrees voor de straf. Beproeft uzelf dan bij deze dingen, wat voor vreze u bezit, opdat u niet moogt bevonden worden onder degenen die huichelaars en zondaren in Sion zijn.
Proefondervindelijk
„Wij dan, wetende de schrik des Heeren, bewegen de mensen tot het geloof.” Korinthe 5:11a
Wát zal de predikers bewegen, om met ernst in deze zaak met het volk te handelen, namelijk hun kennis van de schrik des Heeren: „Wij dan, wetende de schrik des Heeren, bewegen de mensen.”
Er is velerlei kennis die geen rechte kennis is. En wij zullen hier in het algemeen opmerken dat indien u meent deze schrik te kennen, u nog niet weet zoals u behoorde te weten. Maar daar moet zijn: een proefondervindelijke kennis. U moet weten dat de zonde in haar aard altijd verderfelijk is. U moet weten dat u verloren bent, indien u uw zonden niet geestelijk gevoelt, indien u niet daartoe gebracht bent, dat het gevoel van uw zonde u in het stof doet neerliggen en uitroepen: „Wat zal ik doen om zalig te worden?”
Er is ook een ingebeelde kennis. De ware kennis werkt nochtans ware geestelijke oefeningen. „De geest van een man zal zijn krankheid ondersteunen; maar een verslagen geest, wie zal die opheffen?” Deze kennis doet een mens de zonde ontvlieden. Daar moet een zaligmakende indruk gevestigd zijn, dat men verloren is zonder Christus. De apostel kon zeggen dat hij alles wat hij voor Christus deed, maar weinig achtte. Dit is de schrik die de predikers moesten hebben.
Maar hoe wordt deze schrik zo bevindelijk gekend? Daarvan zullen we u enkele kentekenen geven.
Schrik des Heeren
„Ik heb de HEERE gezocht, en Hij heeft mij geantwoord, en mij uit al mijn vrezen gered.” Psalm 34:5
Een mens met de ware vreze des Heeren zal begerig zijn om God te kennen en het heil dat hij door die vrees verkregen heeft. David onderricht ons om de Heere te vrezen, want hij zegt dat hij veel goeds verkregen heeft door de Heere te vrezen. „Ik heb de Heere gezocht, en Hij heeft mij geantwoord, en mij uit al mijn vrezen gered”. En elders: „Komt en ik zal vertellen wat Hij aan mijn ziel gedaan heeft.”
Indien u de zonde voedt, zal de Heere u niet horen. David, die er ondervinding van had, zegt: „Had ik naar ongerechtigheid met mijn hart gezien, de Heere zou niet gehoord hebben.”
Neem de ervaringen in acht. David was een groot man, een profeet, en evenwel beging hij een erge misstap, die een verbrijzeling van zijn beenderen veroorzaakte. Iemand die veel bevindingen heeft, kan niet anders dan anderen opwekken en bewegen. Welaan dan, wetende de schrik des Heeren, bewegen zij de mensen. De schrik des Heeren wordt bevindelijk gekend wanneer men besef heeft van de naderende oordelen over een land en men wéét dat God een heilig God is en dat de zondaar niet aan de vreselijke gerichten kan ontkomen. „Wie zou niet vrezen, als de Leeuw heeft gebruld?” De Leeuw uit de stam van Juda zal het land doen beven, wanneer Hij komt, briesende om een roof.
Beproeft alle dingen
„Veracht de profetieën niet. Beproeft alle dingen; behoudt het goede. Onthoudt u van alle schijn des kwaads.”
1 Thessalonicenzen 5:20-22
Wij worden gedrongen de mensen te bewegen tot het geloof, aangezien wij voor Gods rechterstoel zullen moeten verschijnen en geoordeeld worden. De apostel Petrus verkondigde ons dat het uur van scheiden niet verre zou zijn en de aflegging van zijn tabernakel haast zijn zou. Daarom benaarstigde hij zich om predikers de schrik des Heeren in gedachtenis te brengen, opdat zij in de tegenwoordige waarheid versterkt zouden mogen worden. Allen die enigszins met deze schrik bekend zijn, zullen zich zeer beijveren om anderen tot Christus uit te nodigen. Hierin zal de liefde tot de broederen zich openbaren. Mochten uw harten hiernaar uitgaan! De rijke man die zijn vijf broeders wilde waarschuwen, zij u ten voorbeeld!
Waartoe behoren de predikers de mensen te bewegen? Er zijn enkele grote, waarachtige waarheden waartoe ik u hier zou wensen te bewegen. De eerste voorname en waarachtige waarheid is om u te wachten voor de zonde. De zonde is zielsverwoestend en hoogst onterend voor God. Dat ik uit uw bevinding kon spreken! Het is een zaak die de Geest Gods bedroeft en eenmaal uw geweten pijnlijk zal treffen. U moet afstand doen van uw persoonlijke boezemzonde, die u zo lichtelijk omringt. Want als u deze afgoden in uw hart blijft koesteren, zal de schrik des Heeren u aangrijpen. Daarom, wacht u om Zijn Heilige Geest door uw persoonlijke zonden te bedroeven.
Zuchters en klagers
„En de HEERE zei tot Hem: Ga door, door het midden der stad, door het midden van Jeruzalem, en teken een teken op de voorhoofden der lieden die zuchten en uitroepen over al die gruwelen die in het midden derzelve gedaan worden.”
Ezechiël 9:4
Verlaat al hetgeen u tot één lichaam met de vijanden verbindt, anders zult u delen in de wraak die hen zal overkomen volgens Gods Woord. Staak niet alleen uw omgang met hen, maar betreur het voor de Heere vanwege hetgeen u gedaan hebt door u te schikken naar de vijanden. Ook moest u bewenen de zonden van het land en al het onrecht dat de Heere door de vijand wordt aangedaan. Niemand zal in die grote dag gespaard worden, behalve de zuchters en de klagers. „Ga door, door het midden der stad, door het midden van Jeruzalem, en teken een teken op de voorhoofden van de lieden die zuchten en uitroepen over al de gruwelen die in het midden ervan gedaan worden.” Zie dat teken van de zuchters te bekomen, opdat u gespaard mag worden ten dage der bezoeking.
Een andere waarheid waartoe wij u willen bewegen, is begerig te zijn de Heere te gehoorzamen en in de plichten Hem te zoeken. Wees ijverig om uw samenkomsten bij te wonen en verzoek Hem u daarin te ondersteunen. Onderhoud de godsdienstoefeningen in uw gezinnen, die in deze tijden van afval nu zozeer veronachtzaamd worden. Helaas! Velen hebben thans hun plichten, zowel in het openbaar als in het bijzonder, opgegeven en vaarwel gezegd. Weinig gebeden worden tot de Heere in de hemel opgezonden voor al hetgeen ons overkomen is.
In waarheid
„Indien gijlieden in Mijn woord blijft, zo zijt gij waarlijk Mijn discipelen. En zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken.” Johannes 8:31b, 32
Betracht alle openbare en bijzondere plichten die u opgelegd zijn door het Woord des Heeren en onze verbonden, en wees oprecht. Spot niet met de levende God, Die een heilig en ijverig God is en Zijn eer geen ander zal geven, noch Zijn lof de gesneden beelden.
Verder willen wij u door de schrik des Heeren bewegen dat u uw belijdenis onwankelbaar vasthoudt. Laten we de onwankelbare belijdenis der hoop vasthouden, niet nalatende de onderlinge bijeenkomsten, zoals sommigen de gewoonte hebben. Wacht u voor een verslappen in de leer. Het zal vreselijk zijn indien u de christelijke gemeenschap verzaakt. Doet u het toch, hoor dan uw vonnis: een verschrikkelijke verwachting van het oordeel en hitte des vuurs! Onderhoud uw samenkomsten ondanks alle gevaren, en verzuim ze niet uit vrees voor het kruis. Maar wees hiervan overtuigd: de Heere zal de afvalligen in hart, leven of praktijk bestraffen in Zijn toorn.
Ook willen wij u bewegen, „wetende de schrik des Heeren”, om trouw te blijven aan al de waarheden van de Heere. Dit is het huidige getuigenis: houd de waarheid en u zult de waarheid verstaan, en „de waarheid zal u vrijmaken”. Wij moeten u niet zoeken te behagen, maar wij moeten trachten Gode te behagen en u te bewegen tot uw plicht vanwege de schrik des Heeren, die ons ertoe dwingt.
Pinkstergemeenschap
„En zij waren volhardende in de leer der apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods, en in de gebeden. En een vreze kwam over alle ziel.”
Handelingen 2:42, 43a
Het zal voor uw verantwoording zijn indien u ons niet zult gehoorzamen of de stem in het Evangelie, die des Heeren stem tot u is uit Zijn Woord. Ook willen wij u bewegen vanwege de schrik des Heeren om het eeuwigblijvend Evangelie als van God te ontvangen, en niet van ons, die maar nietige aarden vaten zijn. Wij gelasten u, aangezien u God verantwoording zult hebben te doen op die grote dag en wij ons vrij van u wensen te maken, dat u deze waarheid ontvangt als de boodschap van onze Heere en grote Meester, Jezus Christus.
Hoewel wij mensen van oproerige beginselen en verdeeldheid worden genoemd en door de meesten veroordeeld worden, wensen wij u nochtans te bewegen om veel voor de waarheid te strijden, met name voor de Koninklijke macht en het Hoofd van Christus over Zijn eigen Kerk, die in deze dagen veel wordt bestreden. Hij heeft de autoriteit om in Zijn eigen Huis Zijn dienstknechten aan te stellen zonder de burgerlijke macht of haar gezag: „En heeft Hem alle dingen onderworpen en Hem de Kerk tot een Hoofd gegeven over alle dingen.” Hij is het Hoofd van Zijn lichaam, de Kerk. Wij wensen u te bewegen dit te erkennen en hiervoor te strijden. O, wat een edele strijd, ja, de edelste strijd, waarvoor ooit een arm mens verwaardigd werd te strijden.
Belijdenis
„Een iegelijk dan die Mij belijden zal voor de mensen, dien zal Ik ook belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is.”
Mattheüs 10:32
De laatste grote waarheid waartoe wij u wensen te bewegen, is Jezus voor de mensen te belijden. Wacht u ervoor om uitvluchten te zoeken wanneer u Hem voor de mensen moet belijden, want zo zal God uw deel uit het verbond uitdoen. Doe nooit afstand van de waarheden van Christus. Zij moeten door ons geloofd worden en wij moeten ervoor lijden, niet alleen sommige van deze waarheden, maar wij moeten die alle belijden en verdedigen, van de geringste tot de grootste toe. Wanneer u ertoe geroepen wordt, moet u die alle belijden en niet één waarheid van het Woord Gods loochenen. „Zo wie Mij verloochend zal hebben voor de mensen, die zal Ik ook verloochenen voor Mijn Vader, Die in de hemelen is.”
Het is tot uw nut, om ook te trachten kennis van Christus en kennis van deze schrik des Heeren te bekomen. Waarom moet u dit beproeven? U moet vrezen en enige mate van de genade Gods in uw harten begeren, omdat Hij een groot, vreselijk en machtig God is. Zoekt een besef hiervan te verkrijgen, opdat Hij u in de tijd van beproeving voorbijgaat! Hij is heerlijk in majesteit. Is Hij niet de Koning der volkeren? Vreest Hem daarom, o, vreest Hem, Die met een ijzeren roede regeert. We wensen dat Hij in uw harten, levens en praktijken mocht verheerlijkt worden.
Hun enig deel
„Ik ben mijns Liefsten, en mijn Liefste is mijne, Die onder de leliën weidt.”
Hooglied 6:3
We willen u bewegen om de grote en heerlijke God te verheerlijken. Om u hiertoe te bewegen: Hij is een heilig God, een vlekkeloos en smetteloos God, en Hij zal alle werkers der ongerechtigheid straffen, omdat Hij een vertoornd God, een gekrenkte Majesteit is en gramstorig op de inwoners van het land vanwege hun overtredingen en afval van Hem. Hoewel Hij grimmig voor de goddelozen is, is Hij toch een Vader, een Profeet, Priester en Koning voor Zijn eigen volk.
Thans zullen wij betreffende degenen die de Heere vrezen enkele voordelen opnoemen, die zij ten laatste dage zullen ontvangen. Zij zijn verzekerd dat Hij hun enig Deel is. Hij is hun zekere Erfenis en Hij alleen. Zij zijn de Zijnen en Hij is de hunne. „Mijn Liefste is de mijne en ik ben de Zijne, Die weidt onder de leliën.”
Het is een heilig volk, dat de Heere vreest. Hij zal al hun krankheden genezen en zij zullen niet meer in gevaar van de eeuwige dood en verwoesting verkeren. Zij zullen bij Hem veilig zijn; ja, veiliger dan te midden van een leger engelen. De sterkten der steenrotsen zullen hun hoog vertrek zijn; Hij is hun sterke toren. Hun zal niets ontbreken. „Die de Heere waarlijk vrezen, hebben geen gebrek aan enig goed.” „Zijn brood zal hem niet ontbreken, en zijn wateren zijn gewis.”
Grote zaligheid
„Hoe zullen wij ontvlieden, indien wij op zo grote zaligheid geen acht nemen?” Hebreeën 2:3a
Indien u deze vreze des Heeren bezit, zal zij u noodzaken tot iedere plicht die u als uw plicht kent. Ook zult u alle zonde vermijden en beproeven, om die zowel in uzelf als in anderen te weerstaan.
Ik durf niet anders dan eerlijk en ronduit met u over de staat en toestand van uw zielen te handelen. Wetende de schrik des Heeren, wensen wij u te bewegen om het met Christus eens te worden! Er is geen weg van ontkoming indien u dit grote aanbod van zaligheid veronachtzaamt. Wij kunnen u geen verzekering geven dat u nog zo’n aanbod in dit leven zal worden gedaan.
Aanschouw die heerlijke en dierbare Christus, Die u hier aangeboden wordt en beantwoord en gehoorzaam Zijn roepstem. Anders hebben wij u in ’s Heeren Naam een eeuwig wee en de toorn Gods aan te zeggen. Wij roepen u toe om uw antwoord te geven!
Bedenk dat het een onuitsprekelijk grote zonde is om dit aanbod te veronachtzamen. Ja, het is groter dan doodslag, bloedschande of overspel. Het is een Christus-vermoordende zonde. Het is een opnieuw openrijten van Zijn wonden. „Hoe zullen zij ontvlieden, indien zij op zo grote zaligheid geen acht nemen?” Het is een zonde tegen de Wet en een zonde tegen het Evangelie, dat in een ruime zin de Wet insluit.
Omhels dit Evangelie
„Doe uw mond wijd open, en Ik zal hem vervullen.” Psalm 81:11b
Bedenk hoe u Christus kunt ontvangen. „Gelooft en gij zult zalig worden.” „Doe uw mond wijd open, en Ik zal hem vervullen.” Zijn dit geen lichte voorwaarden waarop de hemel en de heerlijkheid kunnen bekomen worden? Maak dan geen verontschuldiging, maar sluit de koop met uw ganse hart en laat al uw andere metgezellen los en omhels Hem alleen in dit Evangelie, opdat u niet in der eeuwigheid omkomt!
Overweeg ook de ellende van deze veronachtzaming. Zij is onvermijdelijk. Het zal vreselijk zijn, vooral voor belijders aan wie het aanbod van het Evangelie en de zaligheid op zulke lichte voorwaarden werden aangeboden. Denkt u te vlieden om u in die Leeuw en Lam te verbergen? U, die ongevoelig bent geweest voor het Evangelie en die wij met geen woorden kunnen bewegen? Als u dit aanbod niet wilt omhelzen, loopt u groot gevaar om de hemel en de gelukzaligheid te verliezen, evenals de goddeloze vijanden
U die nooit vreest voor uw staat en toestand, verkeert in een jammerlijk geval. Ook u die niet kunt lezen. Uw toestand is droevig. U zegt dat u geen gelegenheid hebt om uw Bijbel te lezen, maar kunt u tijd vinden om uw eigen zielen te vernielen? Indien u niet meer moeite zult doen om Gods Woord te lezen en de Heere te smeken om meer zaligmakende kennis van de Schrift te krijgen, dan verkeert u in groot gevaar.
Leeuw en Lam
„En een van de ouderlingen zei tot mij: Ween niet; zie, de Leeuw Die uit de stam van Juda is, de Wortel Davids, heeft overwonnen, om het boek te openen, en zijn zeven zegelen open te breken.” Openbaring 5:5
Christus is ook een Leeuw, en dat getuigt van Zijn macht en sterkte en heiligheid. Indien u Hem in Zijn zachtmoedigheid van een Lam weigert, in de aanbiedingen en stille stem van het Evangelie, dan zult u geworpen worden in de vreselijke klauwen van de Leeuw uit de stam van Juda, en wie zal Hem doen opstaan of kwetsen? Neem en omhels Hem. Indien u niet wilt, zal Hij komen en zeggen: „Maar deze mijn vijanden, die niet hebben gewild dat Ik over hen Koning zou zijn, brengt ze hier, en slaat ze hier voor Mij dood”!
Kom dan, o rebellen en oproerlingen, kom onder Zijn juk, want daar zijn veel vijanden des Heeren in dit land, die zich niet onder Zijn Koninklijke regering willen schikken, die niet willen dat Hij in en over hen regeert.
Welaan, wat zullen we tot u zeggen? Wij wensen u hier in Zijn Naam, wetende de schrik des Heeren, te bewegen om u met Christus te laten verzoenen, opdat Hij niet tegen u getuigt wanneer er niemand zal gevonden worden om voor u te pleiten, noch u te verontschuldigen in die grote dag der verantwoording, waar wij allen voor die grote God moeten verschijnen. Dan zult u uzelf moeten verantwoorden, ook wat betreft deze dag. O, benaarstig u daarom in Hem gevonden te worden! Amen.
© -DIA- 33.999 || ©Dianthus »since 03.10.2008«