DJK schreef:Dus die bloedvloeiende vrouw was al met Hem(haar tweede Man) getrouwd middels het geloof in Hem, terwijl zij nog immer met haar eerste Man, de wet in Adam, getrouwd was???(Rom. 7: 1-6)
Kijk, opnieuw blijkt dat je me helaas niet begrijpt. Wat ik probeer duidelijk te maken is dat de bloedvloeiende vrouw
door het geloof tot Jezus kwam! Nadat ze van Jezus gehoord had! En dat horen was duidelijk een horen met het hart. Maar toen ging ze ook met haar nood tot Hem.
Dat ze daarvoor van alles en nog wat geprobeerd had zal waar zijn, maar de kwaal werd alleen maar erger. En ook die lijn mogen we doortrekken in het geestelijk leven. Als we buiten Jezus om met van alles wat van de wet proberen onszelf op te knappen wordt het alleen maar erger. Maar wanneer we met geopende oren de boodschap mogen horen dat Jezus zondaren ontvangt wordt het anders. Dan kunnen we niet anders dan tot Hem gaan met al onze nood en verlorenheid, in de zekere geloofswetenschap: Maar bij Hem is vergeving, ook voor mij! Of zoals de bloedvloeiende vrouw het zei: Indien ik slechts de zoom van Zijn kleed zal aanraken, zo zal ik genezen zijn.
Mijn bezwaar is dat jij een bepaalde dogmatische opvatting die op zich zeker Bijbels is (sterven aan de wet, leven door het Evangelie) op een geforceerde manier in elke Evangeliegeschiedenis terug gaat lezen. En daarom verwar je volgens mij de vruchten van het geloof met het geloof zelf. Ter verheldering: de genezing van de bloedvloeiende vrouw was de genezing van een lichamelijke kwaal! En het moment van de genezing van haar lichamelijke kwaal mogen we niet zonder meer gelijkstellen met het moment van genezing van haar geestelijke kwaal (rechtvaardiging door het geloof in Christus). Alsof het een vrouw zonder zaligmakend geloof was tot op het moment dat haar kwaal genezen was door Jezus' kracht.
Dan kom je trouwens met de Kananese vrouw ook in de problemen. Want de nood waar zij mee kwam was de ziekte van
haar dochter. Consequent vanuit jouw gedachten doordenkend zou dat betekenen dat de genezing van
haar dochter de schenking van het zaligmakend geloof
aan haar zou betekenen. Dat is echt onbijbels.
Nee, de geschiedenis laat juist zien dat het ware geloof vanuit de nood opklimt tot God, en blijft vasthouden aan Zijn belofte, ondanks alles wat er tegenop komt. En daarom zegt Jezus van haar: Vrouw, groot is uw geloof.
Samengevat: de Schrift zegt in de geschiedenissen van de bloedvloeiende vrouw en de Kananese vrouw helemaal niet in de eerste plaats iets over hun sterven aan de wet (hooguit zou je de vergeefse pogingen van de bloedvloeiende vrouw zo mogen zien), maar laat alle nadruk vallen op hun geloof dat daaruit blijkt dat het met alle nood en verlorenheid tot Jezus vlucht in de zekerheid dat er bij Hem genezing te krijgen is.
DJK : Al wat die vluchter mee maakt of doorleefd op de vluchtweg naar de Vrijstad(Num. 35), kan je noemen of betitelen hoe je wilt, maar is niet en nimmer zaligmakend. Het geloof wordt pas ingestort wanneer die zondaar aan die bloedwrekende- en tuchtigende werking der Wet is gestorven. (Gal. 3: 19-25)
"Maar als het geloof gekomen is, zo zijn wij niet meer onder de tuchtmeester..." ( der Wet)
Ja, maar zoals je het nu schrijft wordt het wel heel massief, die werking der wet. Met als gevolg dat je een bepaalde dogmatische bril opzet en alle Bijbelgeschiedenissen zo gaat exegetiseren dat jij er perse een sterven in de wet in aan meent te kunnen wijzen.
Let op: ik geloof van harte dat alle ware gelovigen gestorven zijn aan de wet, in acht nemend dat Gods Geest ook hierin veelkleurig werkt. Maar ik geloof niet dat het in alle Bijbelse geschiedenissen waarin het geloof functioneert ook altijd expliciet vermeld is in de Schrift, of aan te wijzen is. En dat bedoel ik met mijn opmerkingen over de geschiedens van de bloedvloeiende vrouw en Kananese vrouw.
Volgens mij ben je zozeer gefocust op dat ene punt van het werk van de wet, dat je niet meer onbevangen dergelijke geschiedenissen kunt lezen. En ja, dan dreigt wel het gevaar dat het werk der wet wettisch wordt, als je begrijpt wat ik bedoel.
Tot slot een laatste vraag: denk je werkelijk dat Paulus in Galaten 3: 24, 25 (gezien je citaat) in de allereerste plaats uitleg in
heilsordelijke zin aan de Galaten wil geven?