KDD schreef: ↑12 mar 2026, 12:43
Ik heb een vraag over de eerste gedeelte van Johannes 15 vers 4:
Blijft in Mij, en Ik in u.
Is het mogelijk dat we de eerste wel hebben maar het tweede niet? In andere woorden kunnen wij in Christus zijn maar dat Christus niet in ons is?
In het Johannesevangelie kan iemand in de sfeer van de Messias staan: deel van de discipelkring, onder Zijn onderwijs, verbonden met Hem als rabbi. In die zin kan iemand “in Hem” zijn in uiterlijke zin. Een duidelijk voorbeeld is Judas Iscariot: hij hoorde bij de twaalf, liep met Jezus mee, werd zelfs uitgezonden om te prediken. Toch zegt Jezus later: “Ik heb u twaalf uitgekozen, en één van u is een duivel.” (Joh. 6:70). Dus iemand kan binnen de kring van de wijnstok staan zonder werkelijk het leven van de wijnstok te hebben in die tijd.
Duivel staat er niet letterlijk. Meer: lasteraar, aanklager, iemand die kwaad spreekt, tegenstander
Het tweede deel van de zin verwijst naar iets veel diepers: de Messias die werkelijk in iemand woont. Dan zie ik verband met deze tekst: Jezus antwoordde en zeide tot hem: Zo iemand Mij liefheeft, die zal Mijn woord bewaren; en Mijn Vader zal hem liefhebben, en Wij zullen tot hem komen, en zullen woning bij hem makeDie Mij niet liefheeft, die bewaart Mijn woorden niet; en het woord dat gijlieden hoort, is het Mijne niet, maar des Vaders, Die Mij gezonden heeft. Deze dingen heb Ik tot u gesproken,
bij u blijvende. Maar de Trooster, de Heilige Geest, Welken de Vader zenden zal in Mijn Naam,
Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles, wat Ik u gezegd heb.
Dit is trouwens een stukje uit het afscheidsgesprek. Hij legt uit hoe ze zonder Zijn zichtbare aanwezigheid moeten leven, blijven in Hem (Joh. 15). Het beeld van de wijnstok hoort bij die voorbereiding. Jezus leert de elf dat hun leven straks niet meer zal bestaan uit fysiek met Hem meelopen maar uit: blijvende verbondenheid met Hem.
t Was ook wel aanschouweilijk onderwijs... ze hadden net Judas weg zien gaan.
Direct daarna spreekt Jezus alleen nog met de elf. In dat licht krijgen Zijn woorden extra gewicht:
“Jullie zijn al rein.” (Joh. 15:3)
“Blijf in Mij, en Ik in u.” (Joh. 15:4)
Het contrast ligt voor hun ogen:
Judas... bij Jezus geweest, maar niet gebleven
De elf... moeten in Hem blijven
---
Door minder heldere prediking kan het voorkomen dat mensen in bevindelijke kringen werkelijk van Christus zijn, dat Hij door Zijn Geest in hen woont, maar dat zij het zelf nauwelijks durven geloven.
De werkelijkheid van de Schrift is echter dat wie tot Christus gekomen is, ook met Hem verenigd is. Wie in Christus is, heeft ook Christus in zich. Het geloof kan klein zijn en de zekerheid zwak, maar de werkelijkheid van die vereniging hangt niet af van wat wij voelen of durven uitspreken.