Re: Het verschil tussen een wettisch- en een evangelisch berouw
Geplaatst: 12 sep 2009, 17:17
Beste DWW, dan heb je niet goed gelezen en mij niet goed begrepen. Een mogelijkheid van zalig worden zien is wat anders als het eigenen door het geloof. Maar om nu in de nood van je bestaan het uit te roepen, als is het fluisterend en met veel vrees : Mijn Verlosser , mijn Zaligmaker, daar iets van te kennen, hoe bestreden het ook kan worden en hoe zwak het ook kan zijn, dat is mi een kennen van Christus. En dat kenmerk is mi Bijbels.DWW schreef: @ Wilhelm
Toch ben ik bang, dat jij bij tijden weleens een beetje teveel nuanceert. Met name op deze onderstaande vetgedrukte laatste woorden van jou wil ik nog even ingaan. Want, daaruit schijnt mij zo toe, om nog even te mogen spreken vanuit mijn bovengenoemde voorbeeld van de drenkeling in nood, dat jij het in de verte zien van die Reddingsboot alrede beschouwt als een zekere mate van Christuskennis, wanneer Hij ons gepreekt wordt in Zijn gewilligheid om verloren zondaren tot een Redder willen zijn.
Daar hoor ik liever over spreken , dan alleen maar het spreken over de diepe weg die men beleefd heeft.
Want zie de bloedvloeiende vrouw, ze viel niet op, ze sprak niet over haar toestand, maar greep de zoom van Zijn kleed aan, toen ze uigewerkt was in haar eigen bestaan.
Waar zal ze verder in haar leven over gesproken hebben denk je ?
En wat de bijlslagen van Boston betreft, die ken ik ook, mooi beschrijft hij hoe het er in het leven van een zondaar in grote lijnen aan toe gaat als hij de toevlucht tot Jezus mag nemen.
Maar vergeet een ding niet, ook Boston, waarschuwt later in het hoofdstuk :
Met wat er over deze hoofdgedachte is gezegd, is het niet mijn bedoeling om tere consciënties te kwellen of te bedroeven. Want hoewel er tegen¬woordig slechts weinig zulke mensen met tere consciënties zijn, zo verhoede God het dat ik één van de kleinen van Christus zou ergeren. Maar helaas! Een doodse slaap is nu op dit geslacht gevallen. Zij willen niet wakker worden, al raken wij hen nog zo gevoelig. Daarom vrees ik dat dit geslacht waarop preken geen enkele vat hebben, een ander soort ontwaken wacht, wat een ieder die het hoort, de oren zal doen klinken. Ik wil echter niet dat dit beschouwd wordt als de methode waartoe de Heere Zich beperkt, wanneer Hij de zondaar afbreekt van de oude stam. Maar dit handhaaf ik als een zekere waarheid, dat allen die in Christus zijn, afgebroken zijn van al die verschillende dingen waarop zij hun vertrouwen stelden, en dat zij die er nooit van afgebroken werden, nog steeds in hun natuurlijke stam zijn. Niettemin, als het huis afgebroken is en het oude fundament is geslecht, dan komt dat op hetzelfde neer, of het nu steen voor steen werd afgebroken, of dal het ondergraven werd en alles tegelijk instortte.
En ook leerzaam is hoe Boston omgaat met die zoekende zielen die zo onzeker zijn over hun staat :
2e Vraag: Hoe kan ik weten, of ik door Christus gegrepen ben?
Antwoord: U zult wat betreft deze vraag tevreden worden gesteld, als u de volgende twee dingen overweegt en toepast:
1. Wanneer Christus een mens door Zijn Geest gevangen neemt, dan wordt hij zo getrokken, dat hij tot Christus komt met zijn gehele hart, want waar geloof houdt in, "van ganser harte geloven" (Handelingen 8:37). De volgelingen van onze Heere zijn net als de mensen die Saul in het eerst volgden, mannen "welker hart God geroerd had" (l Samuël 10:26). Wanneer de Geest overwinnende genade instort, dan storten zij hun hart uit voor Zijn aangezicht (Psalm 62:9). Zij vloeien tot Hem als een rivier (Jesaja 2:2). Alle volken zullen erheen stromen, namelijk naar "de berg van het huis des HEEREN." Het geeft niet alleen de overvloed van bekeerden aan, maar ook de gesteldheid van hun ziel bij het komen tot Christus. Zij komen van harte en vrijwillig, daar zij "getrokken worden met goeder¬tierenheid" (Jer. 31:3). "Uw volk zal zeer gewillig zijn op den dag Uwer heirkracht" (Psalm 110:3), dat wil zeggen: ongedwongen, bereidwillig, op¬recht, waarbij zij zichzelf aan U geven als "vrijwillige offeranden". Wanneer de bruidegom het hart van zijn bruid heeft, dan is het een goed huwelijk, maar sommigen geven hun hand aan Christus, en niet hun hart. Zij die alleen naar Christus gedreven worden door schrik, zullen Hem zeker weer verlaten, wanneer de schrik verdwenen is. Verschrikkingen kunnen een hart van steen breken, maar de stukken waarin het is gebroken, blijven steeds steen. De verschrikkingen kunnen het niet zacht maken tot een vlezen hart. Toch kan schrik het werk beginnen dat door de liefde wordt bekroond. "De sterke wind, de aardbeving en het vuur" gaan vooraf; "het suizen van een zachte stilte", waarin de HEERE is, kan erop volgen. Wanneer de gezegende Jezus zondaars zoekt om een huwelijk met hen aan te gaan, dan zijn zij schaamteloos en verdorven. Zij willen niet met Hem spreken, totdat Hij hen verwond heeft, hen gevangen heeft genomen en hen gebonden heeft met de koorden des doods. Wanneer dit gedaan is, dan maakt Hij hen het hof en wint hun hart in. De Heere zegt ons in Hosea 2:16-20, dat Hij Zijn uitverkoren Israël zal ondertrouwen met Hemzelf. Hoe zal de toestemming van de bruid echter verkregen worden? Wel, Hij zal haar in de eerste plaats "in de woestijn voeren", zoals Hij met Zijn volk handelde, toen Hij hen uit Egypteland leidde (vers 14). Daar zal zij hard behandeld worden: zij vergaat van dorst en zij wordt door slangen gebeten. Dan zal Hij "troostend tot haar spreken" (Engelse vertaling), of, zoals het ook uitgedrukt wordt, dan zal Hij "naar haar hart spreken."
De zondaar wordt eerst tot Christus gedreven en daarna tot Hem getrokken. Het is met de ziel als met de duif van Noach. Ze werd gedwongen om naar de ark terug te keren, omdat ze niets anders kon vinden om op te rusten. Maar toen ze terugkeerde, zou ze op de buitenkant van de ark zijn blijven rusten, als Noach niet zijn hand had uitgestoken om haar tot zich in de ark te brengen (Genesis 8:9). De Heere zendt de bloedwreker om de misdadiger achterna te jagen, en hij verlaat met een droevig hart zijn eigen stad, en met tranen in de ogen neemt hij afscheid van zijn oude bekenden, omdat hij niet bij hen durft te blijven. Hij vlucht voor zijn leven naar de vrijstad. Dit is helemaal zijn keuze niet, het is gedwongen werk. Nood breekt wet. Als hij echter bij de poorten komt en de schoonheid van die plaats ziet, dan bekoren de uitnemendheid en lieflijkheid ervan hem. Dan gaat hij van harte en gaarne naar binnen, terwijl hij zegt: "Dit is mijn rust, en hier zal ik blijven"; en zoals iemand in een ander geval zei: "Ik zou omgekomen zijn, indien ik niet omgekomen was."
2. Wanneer Christus een ziel arresteert, dan wordt het hart losgemaakt van de zonde, en keert het zich tegen de zonde. Bij de afsnijding van de rank van de oude stam wordt de grote afgod, het eigen ik, omvergeworpen en de mens wordt krachtdadig geleerd zichzelf te verloochenen. Zo ook wordt bij de arrestatie van de zondaar door de Geest, die vereniging verbroken die er was tussen de mens en zijn lusten terwijl hij in het vlees was, zoals de apostel dat uitdrukt in Romeinen 7:5. Zijn hart wordt ervan losgemaakt, hoewel ze vroeger zo dierbaar voor hem waren als de leden van zijn lichaam; als zijn ogen, benen of armen. In plaats dat hij er nog behagen in schept zoals hij daarvoor deed, verlangt hij ervan bevrijd te worden. Als de Heere Jezus op de dag van hartvernieuwende genade tot een ziel komt, dan vindt Hij haar als Jeruzalem op de dag van haar geboorte (Ezech. 16:4), met haar "navel niet afgesneden", terwijl zij haar walgelijk voedsel en haar voldoening uit haar lusten haalt. Maar Hij snijdt deze gemeenschap af om de ziel te leggen aan de borsten van Zijn eigen vertroostingen en haar zo rust in Hemzelf te geven. En zo verwondt de Heere het hoofd en het hart van de zonde, en de ziel komt tot Hem en zegt: "Immers hebben onze vaders leugen erfelijk bezeten, en ijdelheid, waarin toch niets was, dat nut deed" (Jer. 16:19).
Ik kom er steeds meer achter dat citeren zo moeilijk is, we zijn zo geneigd naarons zelf toe te citeren, om zo onze meningen te onderbouwen.
Want laten we eerlijk zijn, in dit bovenstaand citaat spreekt Boston op een wijze dat we er zelfs in kunnen lezen dat de eerste overtuigingen zaligmakend zijn.
Maar idd hij heeft meer gezegd.
Evenwicht ook in deze, en in het pastorale gesprek is van levensbelang.
Nogmaals, als we aan een kant van het bootje gaan hangen , denken we op een gegeven moment, dat wij het enkel nog weten , geleerd hebben en kennen, verachten we vele knechten van God en Zijn instellingen, en o wat moeten we daar toch voor bewaard worden.
Het zal anders eenmaal tegen ons getuigen.