GGG038 schreef: ↑21 apr 2026, 09:43
Met verdriet heb ik deze discussie gevolgd. Het is pijnlijk om te zien dat er openlijk zo negatief over een dominee gesproken wordt. Daarom wil ik, nadat ik de hele preek beluisterd heb, toch graag een kort tegengeluid laten horen.
Je kunt deze predikant op stijl, accent en eenzijdigheid bekritiseren, maar je kunt niet eerlijk volhouden dat hij in deze preek helemaal niet over Christus spreekt, de opstanding niet verkondigt of het Schriftgedeelte totaal loslaat. De preek is sterk polemisch van toon, dat is waar. Maar de stelling dat er met geen enkel woord goed gesproken wordt van de Heere, of dat Christus niet verkondigd wordt, houdt naar mijn overtuiging niet goed stand. Het gaat wel degelijk over Christus’ opstanding, over Gods handelen, over bekering, verlossing en over de noodzaak van waarheid tegenover leugen.
Juist op wezenlijke momenten spreekt de dominee expliciet over Gods machtige handelen in de opstanding en over Christus’ verlossingswerk. Hij zegt bijvoorbeeld: “Wat is er gebeurd? De God van de hemel en de aarde, de Rechter, Die heeft Zijn Zoon opgewekt uit het graf.” Ook zegt hij: “En de waarheid, de waarheid heeft getriomfeerd.” En verder: “Die grote Christus ging de dood in om de doden uit de dood te gaan verlossen. Dat is de zaak.” Dat zijn geen losse of terloopse opmerkingen, maar kernzinnen uit de preek. Daarmee wordt juist wél groot gesproken van Gods daad in Christus.
Ook de kritiek dat Christus niet verkondigd zou worden en dat de mens met zijn ervaringen centraal zou staan, lijkt mij te ver gaan. Het hoofdthema van de preek is immers de waarheid van Christus’ opstanding. En die opstanding wordt inhoudelijk niet leeg gelaten, maar juist verbonden aan heil voor zondaren. Zo zegt de dominee: “Wat voor waarheid? Dat de grootste der zondaren bekeerd kan worden.” En ook: “Mensen die daar liggen in een doodstaat, wil de Heere door de opstandingskracht van de Middelaar, die mensen ophalen uit die ontzaglijke werkelijkheid.” Dat is niet slechts spreken over menselijke ervaring, maar Christus’ opstanding preken als heilsfeit en als grond van levendmaking.
Er wordt ook gezegd dat het Bijbelgedeelte niet echt wordt uitgelegd en dat er geen exegese is. Daarin zou ik meer nuance willen aanbrengen. De preek is inderdaad niet vers voor vers exegetisch in academische zin. Maar het is ook niet waar dat het Schriftgedeelte helemaal niet wordt uitgelegd. De structuur van Mattheüs 28:11-15 is duidelijk verbonden aan de drie punten van de preek. Vervolgens behandelt de dominee daadwerkelijk het komen van de wachters naar de overpriesters, het beraad van de overpriesters, het geven van geld en de leugen over de discipelen. Je kunt dus zeggen dat het misschien geen rustige of breed uitgewerkte exegese is, maar wel een tekstgebonden homiletische behandeling.
Ook het verwijt dat het thema de waarheid van Christus’ opstanding is, terwijl het vervolgens bijna alleen over “godsdienst” gaat, vind ik te scherp geformuleerd. Ds. Beens gebruikt dat woord inderdaad vaak en ook polemisch, maar juist als contrast met de waarheid van Christus’ opstanding. In zijn opzet is dat geen los stokpaardje, maar de toepassing van de tekst zelf. De overpriesters kopen immers de waarheid af om hun religieuze positie te behouden. Dat blijkt uit uitspraken als: “Waarom doen ze dat? Om hun godsdienst te mogen bewaren.” En: “Want gemeente, weet u, als u nou die waarheid ten derde dagen wederom opgestaan van de doden tot beleving krijgt, dan gaat uw godsdienst eraan.” Zijn punt is dus niet zomaar afgeven op godsdienst als zodanig, maar laten zien dat menselijke religie zich verzet tegen de opstandingswaarheid. Dat is een homiletische toepassing van het conflict dat in de tekst zelf zichtbaar wordt.
Dat theologen het in de preek moeten ontgelden, is op zichzelf niet onwaar. De dominee spreekt scherp over overpriesters, schriftgeleerden en theologen. Maar ook daar is het goed om eerlijk te blijven over de context. Hij doet dat niet omdat hij geleerdheid of theologie op zichzelf zou bestrijden, maar omdat de tekst zelf gaat over religieuze leiders die de waarheid onderdrukken. Hij zegt bijvoorbeeld: “Die overpriesters, die theologen die horen dat aan. En gemeente, dan komt er van binnen bij die overpriesters een weerstand, een vijandschap.” Zijn kritiek richt zich dus niet in de eerste plaats tegen geleerdheid als zodanig, maar tegen geestelijke vijandschap tegenover Christus’ opstanding.
Het punt dat er een bepaalde bevinding normatief gemaakt wordt, vind ik nog het meest begrijpelijke bezwaar. De dominee spreekt inderdaad veel over bevinding, doodstaat, inleveren en het afbreken van eigen godsdienst. Toch is ook dat niet losgemaakt van Christus’ opstanding. De innerlijke beleving wordt steeds verbonden aan de waarheid van het Evangelie en aan Gods werk. Opnieuw hoor je dat in zinnen als: “Wat voor waarheid? Dat de grootste der zondaren nou bekeerd kan worden.” En: “Die grote Christus ging nou de dood in om de doden uit de dood te gaan verlossen.” Ook klinkt de oproep: “Keer toch weder … om van de Heere geleerd bekeerd en onderwezen te worden.” Dat is meer dan alleen het beschrijven van menselijke ervaringen. Het is een oproep tot bekering in het licht van Christus’ opstanding.
Tenslotte wordt gezegd dat er alleen maar gezegd wordt wat het niet is, en dat er geen onderwijs gegeven wordt. Ook daar zie ik het anders. Zeker, hij waarschuwt veel. De toon van de preek is vermanend. Maar hij geeft ook positief onderwijs. Hij benoemt de waarheid van de opstanding, hij laat zien wat er op het spel staat, hij roept op de waarheid te “kopen”, hij wijst op Christus’ verlossend werk en hij roept op tot zelfonderzoek en gebed. Dat is wel degelijk onderwijs, al is het bevindelijk en vermanend van aard.
Alles overziend denk ik daarom dat je deze preek best op onderdelen kunt bekritiseren (al moeten we waken voor de toon waarop), maar dat het niet eerlijk is om te doen alsof hier helemaal niet over Christus gesproken wordt, alsof de opstanding niet verkondigd wordt en alsof hij zich volledig van de Schrifttekst heeft losgemaakt.
Ik hoop dat ik met het weergeven van enkele uitspraken uit de preek het tegenovergestelde kan laten zien.