Gereformeerde Gemeenten
Re: Gereformeerde Gemeenten
De onwaarheid is toch duidelijk? Het is toch raar om te zeggen dat de Gereformeerde Gemeenten NIET leren dat Christus de Middelaar van de genadeverbond is.
Re: Gereformeerde Gemeenten
Nee, ik geef gewoon door wat de GG met de leeruitspraken van 1931 gedaan hebben. Of het absurd is, is misschien wel een theologische gevoelige snaar, omdat achter het Middelaarsschap van Christus, een hele verbondsvisie schuil gaat, dat heb ik wel willen benoemen. De ruimte hier op Refoforum is hier beperkt. Maar goed. Dit is een punt voor theologen, of predikanten.KDD schreef: ↑Vandaag, 11:03Je bent nogal stellig met je onwaarheden. Ik weet niet wat je motief is maar het is wel absurd om dit neer te zetten.Comriaan schreef: ↑Vandaag, 10:33Nee, de Gereformeerde Gemeenten stellen niet dat Christus de Middelaar van de genade verbond is. Want juist deze notie ontbreekt in de leeruitspraken van de GG in 1931. Dit is precies het verschil met de drieverbondenleer bij de CGK, waardoor het genadeverbond ruimer functioneert. De consequentie is dat bij de CGK alle gedoopten delen in het genadeverbond, omdat Christus 'bemiddelt' tussen God de Vader en de bondelingen.KDD schreef: ↑Gisteren, 23:02De Gereformeerde Gemeenten stellen dat Christus de Middelaar van de genade verbond is. Dat hoeft niet duidelijk gemaakt worden want iedereen weet dat en is er eens mee. Dus ik weet niet hoe je erbij komt dat de GG dat niet leren. Dat Christus ook hoofd van de genadeverbond is gebaseerd op Romeinen 5 en 1 Korinthe 15. De GG volgt ook Thomas Boston hierin.Comriaan schreef: ↑Gisteren, 16:46 Een discussiepunt of vraag is bijvoorbeeld deze: Waarom wordt in de leeruitspraken van de Gereformeerde Gemeenten in 1931 geen woord gerept over de positie van Christus als Middelaar van het genadeverbond. Nog een vraag: Wat is nu het verschil: als je stelt dat Christus Hoofd is van het genadeverbond, zoals in 1931 GG leerregels, of dat je stelt zoals de CGK dat Christus Middelaar van het genadeverbond is.
Re: Gereformeerde Gemeenten
Dit wordt met de mond wel gezegd. Hoe werkt het in de praktijk? Regelmatig heb ik de indruk dat een mens in het middelpunt staat met zijn belevingen.
Christus de Middelaar van het genadeverbond is dan een dode letter geworden.
Wellicht verwoord ik het niet helemaal goed, maar ik heb te vaak preken gehoord waarin het alleen over de mens ging en zijn belevingen.
Re: Gereformeerde Gemeenten
Als je zo redeneert dan kan je ook zeggen dat de Gereformeerde Gemeenten niet geloven van een schepping in zes dagen want dat staat niet in de leeruitspraken van 1931.Comriaan schreef: ↑Vandaag, 11:38Nee, ik geef gewoon door wat de GG met de leeruitspraken van 1931 gedaan hebben. Of het absurd is, is misschien wel een theologische gevoelige snaar, omdat achter het Middelaarsschap van Christus, een hele verbondsvisie schuil gaat, dat heb ik wel willen benoemen. De ruimte hier op Refoforum is hier beperkt. Maar goed. Dit is een punt voor theologen, of predikanten.KDD schreef: ↑Vandaag, 11:03Je bent nogal stellig met je onwaarheden. Ik weet niet wat je motief is maar het is wel absurd om dit neer te zetten.Comriaan schreef: ↑Vandaag, 10:33Nee, de Gereformeerde Gemeenten stellen niet dat Christus de Middelaar van de genade verbond is. Want juist deze notie ontbreekt in de leeruitspraken van de GG in 1931. Dit is precies het verschil met de drieverbondenleer bij de CGK, waardoor het genadeverbond ruimer functioneert. De consequentie is dat bij de CGK alle gedoopten delen in het genadeverbond, omdat Christus 'bemiddelt' tussen God de Vader en de bondelingen.KDD schreef: ↑Gisteren, 23:02
De Gereformeerde Gemeenten stellen dat Christus de Middelaar van de genade verbond is. Dat hoeft niet duidelijk gemaakt worden want iedereen weet dat en is er eens mee. Dus ik weet niet hoe je erbij komt dat de GG dat niet leren. Dat Christus ook hoofd van de genadeverbond is gebaseerd op Romeinen 5 en 1 Korinthe 15. De GG volgt ook Thomas Boston hierin.
Re: Gereformeerde Gemeenten
Het is geen redenatie. Ik heb willen wijzen dat het Middelaarschap van Christus in 1931 ontbreekt. Dat is jammer, want daar zou theologisch veel meer over te zeggen zijn. Wat mij betreft gaan de Geref. Gemeenten zich opnieuw bezinnen over de leeruitspraken van 1931. Aanvullen, herzien, theologisch opnieuw doordenken, herijken, en vele bronnen uit de Geref. theologie met elkaar verbinden. Ook een visie over de doop door de GG nav de publicatie van dr. Van Vlastuin zou mee genomen kunnen worden. Wellicht kan op deze wijze de GG toch meer richting de CGK (Rijnsburggroep) en HHK een soort synthese komen in de Verbondsvisie, en de OGG en GGiN liften daarin mee. Laten predikanten meer met elkaar spreken over deze materie van 1931. Want juist deze leeruitspraken roepen vervreemding op bij HHK en CGK. Dus toch meer bezinning en gesprek met een Puriteintje erbij, en een wijntje....KDD schreef: ↑Vandaag, 11:49Als je zo redeneert dan kan je ook zeggen dat de Gereformeerde Gemeenten niet geloven van een schepping in zes dagen want dat staat niet in de leeruitspraken van 1931.Comriaan schreef: ↑Vandaag, 11:38Nee, ik geef gewoon door wat de GG met de leeruitspraken van 1931 gedaan hebben. Of het absurd is, is misschien wel een theologische gevoelige snaar, omdat achter het Middelaarsschap van Christus, een hele verbondsvisie schuil gaat, dat heb ik wel willen benoemen. De ruimte hier op Refoforum is hier beperkt. Maar goed. Dit is een punt voor theologen, of predikanten.KDD schreef: ↑Vandaag, 11:03Je bent nogal stellig met je onwaarheden. Ik weet niet wat je motief is maar het is wel absurd om dit neer te zetten.Comriaan schreef: ↑Vandaag, 10:33
Nee, de Gereformeerde Gemeenten stellen niet dat Christus de Middelaar van de genade verbond is. Want juist deze notie ontbreekt in de leeruitspraken van de GG in 1931. Dit is precies het verschil met de drieverbondenleer bij de CGK, waardoor het genadeverbond ruimer functioneert. De consequentie is dat bij de CGK alle gedoopten delen in het genadeverbond, omdat Christus 'bemiddelt' tussen God de Vader en de bondelingen.
Re: Gereformeerde Gemeenten
Ds GH Kersten heeft ook gezorgd dat er Nederlandse vertaling is van wat Ebenezer en Ralph Erskine en James Fisher geschreven heeft over Het Verbond der Genade. Als je dat raadpleegt met zijn catechismus verklaring en dogmatiek dan begrijp je wat er geleerd wordt. Dan kom je ook niet met stellingen dat niet waar zijn.
Re: Gereformeerde Gemeenten
De preek Kattenberg is enkel een metafoor om aan te duiden dat veel misverstanden bij de GG gaan over de prediking, aanbod van genade, enz. Dat is niet een stokpaardje, maar een ding wat in de GG blijkbaar eigen is.Erskinees schreef: ↑Gisteren, 17:34Onderzoek allereerst “nu eens” je eigen bronnen. Het leesprekengedoe n.a.v. een (overigens prachtige) gelezen preek van ds. Kattenberg is juist een van de kleinere zaken van het hele Geldermalsenconflict. Dit gebruiken voor je eigen stokpaardjes lijkt me niet zo handig.
Re: Gereformeerde Gemeenten
Goed, maar dan blijft staan dat Kersten het genadeverbond wel te veel betrekt 'onder beheersing' van de uitverkiezing. En de ruime aanbieding van de evangelische beloften, zoals dat bij de Erskines, in de preken functioneren, is dan toch wel een heel ander geluid, dan wat G. H. Kersten deed.KDD schreef: ↑Vandaag, 12:02 Ds GH Kersten heeft ook gezorgd dat er Nederlandse vertaling is van wat Ebenezer en Ralph Erskine en James Fisher geschreven heeft over Het Verbond der Genade. Als je dat raadpleegt met zijn catechismus verklaring en dogmatiek dan begrijp je wat er geleerd wordt. Dan kom je ook niet met stellingen dat niet waar zijn.
Re: Gereformeerde Gemeenten
Uit de Saambinder van 11 Juli 1935:Comriaan schreef: ↑Vandaag, 12:08Goed, maar dan blijft staan dat Kersten het genadeverbond wel te veel betrekt 'onder beheersing' van de uitverkiezing. En de ruime aanbieding van de evangelische beloften, zoals dat bij de Erskines, in de preken functioneren, is dan toch wel een heel ander geluid, dan wat G. H. Kersten deed.KDD schreef: ↑Vandaag, 12:02 Ds GH Kersten heeft ook gezorgd dat er Nederlandse vertaling is van wat Ebenezer en Ralph Erskine en James Fisher geschreven heeft over Het Verbond der Genade. Als je dat raadpleegt met zijn catechismus verklaring en dogmatiek dan begrijp je wat er geleerd wordt. Dan kom je ook niet met stellingen dat niet waar zijn.
ds GH Kersten schreef:
‘In de bediening van dit verbond (Genadeverbond) biedt God het leven en de zaligheid door Jezus Christus, om niet aan zondaars aan, eisende van hen geloof in Hem, opdat zij behouden mogen worden. Ofschoon Christus in dit verbond slechts een bepaald aantal uit de mensheid vertegenwoordigde, die in Hem verkoren waren voor de grondlegging der wereld, toch wordt, in de bediening van het verbond, de vrije aanbieding van genade door Jezus Christus gericht tot zondaars uit het mensengeslacht, zonder beperking en algemeen; Johannes 6:2, Jesaja 55:1, Openbaring 22:17. Deze aanbieding is niet beperkt tot bewuste zondaren - zoals Baxterianen beweren - of tot zulken, die overtuigd zijn van hun zonden en hun behoefte aan een Verlosser, want ze wordt gericht aan personen, die in algehele ongevoeligheid over hun ellenden en noden weggezonken zijn; Openbaring 3:17- 18. Deze aanbieding wordt even welgemeend tot dezulken, die haar ten slotte verwerpen als tot dezulken, die haar tenslotte aannemen, gedaan. Als dit niet het geval was, kon de eerste soort van evangeliehoorders niet om hun ongeloof veroordeeld worden; Johannes 3:18-19’.
uit hun verklaring over de genadeverbond:
Ebenezer en Ralph Erskine en James Fisher schreef:
81. Aan Wie was deze belofte van het eeuwige leven gedaan?
Allereerst aan Christus, en vervolgens aan de uitverkorenen in en door Hem,
gelijk blijkt uit Titus 1:2 vergeleken met 1 Johannes 2:25.
82. Tot wie worden de beloften van het verbond gericht?
Tot allen die het evangelie horen en tot hun zaad. Handelingen 2:39, “Want u
komt de belofte toe, en uw kinderen.”
83. Wat voor recht tot de beloften hebben de hoorders van het Evangelie
door deze algemene overmaking er van?
Een recht van toegang tot de beloften en al de goederen die er in toegezegd
worden, zodat ze niet te verontschuldigen zijn als zij niet geloven. Johannes
3:48.
84. Wat voor recht geeft het geloof tot de beloften?
Een recht van bezit, uit kracht van de vereniging met Christus, in Wie al de
beloften “ja en amen" zijn. Johannes 3:36, “Die in den Zoon gelooft, die heeft
het eeuwige leven."
85. Wat kunnen we uit het belovend deel van het verbond leren?
Dat al de weldaden ervan de vrije genadegiften zijn, lopende door het kanaal
van de gehoorzaamheid en de dood van Christus, en in Hem volkomen gewis
zijn aan het uitverkoren zaad. Jesaja 55:3.
Re: Gereformeerde Gemeenten
Het verschil tussen de Erskines en Fisher en Leeruitspraken 1931 is dus hoe de beloften gedaan zijn.
Erkine en Fisher: 82. Tot wie worden de beloften van het verbond gericht? Tot allen die het evangelie horen en tot hun zaad. Handelingen 2:39, “Want u komt de belofte toe, en uw kinderen.”
Dit is duidelijk, de beloften zijn gericht tot allen.
Leeruitspraken GG 1931: Dat het Verbond der Genade staat onder de beheersing van de uitverkiezing ter zaligheid, dat het wezen van het genadeverbond daarom alleen geldt voor de uitverkorenen van God en nooit gelden kan het natuurlijk zaad.
Hieruit kan je concluderen dat de beloften gelden voor de uitverkorenen, en niet voor het natuurlijke zaad. Kersten en 1931 gaan voorbij aan deze punten van Erskine en Fisher:
83. Wat voor recht tot de beloften hebben de hoorders van het Evangelie
door deze algemene overmaking er van?
Een recht van toegang tot de beloften en al de goederen die er in toegezegd
worden, zodat ze niet te verontschuldigen zijn als zij niet geloven. Johannes
3:48.
84. Wat voor recht geeft het geloof tot de beloften?
Een recht van bezit, uit kracht van de vereniging met Christus, in Wie al de
beloften “ja en amen" zijn. Johannes 3:36, “Die in den Zoon gelooft, die heeft
het eeuwige leven."
85. Wat kunnen we uit het belovend deel van het verbond leren?
Dat al de weldaden ervan de vrije genadegiften zijn, lopende door het kanaal
van de gehoorzaamheid en de dood van Christus, en in Hem volkomen gewis
zijn aan het uitverkoren zaad. Jesaja 55:3.
Erkine en Fisher: 82. Tot wie worden de beloften van het verbond gericht? Tot allen die het evangelie horen en tot hun zaad. Handelingen 2:39, “Want u komt de belofte toe, en uw kinderen.”
Dit is duidelijk, de beloften zijn gericht tot allen.
Leeruitspraken GG 1931: Dat het Verbond der Genade staat onder de beheersing van de uitverkiezing ter zaligheid, dat het wezen van het genadeverbond daarom alleen geldt voor de uitverkorenen van God en nooit gelden kan het natuurlijk zaad.
Hieruit kan je concluderen dat de beloften gelden voor de uitverkorenen, en niet voor het natuurlijke zaad. Kersten en 1931 gaan voorbij aan deze punten van Erskine en Fisher:
83. Wat voor recht tot de beloften hebben de hoorders van het Evangelie
door deze algemene overmaking er van?
Een recht van toegang tot de beloften en al de goederen die er in toegezegd
worden, zodat ze niet te verontschuldigen zijn als zij niet geloven. Johannes
3:48.
84. Wat voor recht geeft het geloof tot de beloften?
Een recht van bezit, uit kracht van de vereniging met Christus, in Wie al de
beloften “ja en amen" zijn. Johannes 3:36, “Die in den Zoon gelooft, die heeft
het eeuwige leven."
85. Wat kunnen we uit het belovend deel van het verbond leren?
Dat al de weldaden ervan de vrije genadegiften zijn, lopende door het kanaal
van de gehoorzaamheid en de dood van Christus, en in Hem volkomen gewis
zijn aan het uitverkoren zaad. Jesaja 55:3.
Re: Gereformeerde Gemeenten
Wat we hier lezen van de broeders ds. Erskine en ds. Fisher is een uitgewerkte verklaring van de vraag en antwoord:Comriaan schreef: ↑Vandaag, 13:00 Het verschil tussen de Erskines en Fisher en Leeruitspraken 1931 is dus hoe de beloften gedaan zijn.
Erkine en Fisher: 82. Tot wie worden de beloften van het verbond gericht? Tot allen die het evangelie horen en tot hun zaad. Handelingen 2:39, “Want u komt de belofte toe, en uw kinderen.”
Dit is duidelijk, de beloften zijn gericht tot allen.
Leeruitspraken GG 1931: Dat het Verbond der Genade staat onder de beheersing van de uitverkiezing ter zaligheid, dat het wezen van het genadeverbond daarom alleen geldt voor de uitverkorenen van God en nooit gelden kan het natuurlijk zaad.
Hieruit kan je concluderen dat de beloften gelden voor de uitverkorenen, en niet voor het natuurlijke zaad. Kersten en 1931 gaan voorbij aan deze punten van Erskine en Fisher:
83. Wat voor recht tot de beloften hebben de hoorders van het Evangelie
door deze algemene overmaking er van?
Een recht van toegang tot de beloften en al de goederen die er in toegezegd
worden, zodat ze niet te verontschuldigen zijn als zij niet geloven. Johannes
3:48.
84. Wat voor recht geeft het geloof tot de beloften?
Een recht van bezit, uit kracht van de vereniging met Christus, in Wie al de
beloften “ja en amen" zijn. Johannes 3:36, “Die in den Zoon gelooft, die heeft
het eeuwige leven."
85. Wat kunnen we uit het belovend deel van het verbond leren?
Dat al de weldaden ervan de vrije genadegiften zijn, lopende door het kanaal
van de gehoorzaamheid en de dood van Christus, en in Hem volkomen gewis
zijn aan het uitverkoren zaad. Jesaja 55:3.
Wat hier geschreven staat is niets anders dan wat er in de leeruitspraken van 1931 geleerd wordt.Westminster Catechismus schreef: Heeft God het mensdom laten omkomen in de staat van zonde en ellende?
God, Die naar Zijn louter welbehagen van alle eeuwigheid sommigen ten eeuwigen leven heeft uitverkoren, trad in een verbond der genade om hen uit de staat van zonde en ellende te verlossen en hen te brengen in een staat des heils door een Verlosser.
Als we de schriften van ds. GH Kersten lezen zien wij ook hoe hij de leeruitspraken van 1931 verder verklaren. Zoals ik eerder heb laten zien.
en - Als we over dominees hebben dat horen we ook ds voor hun naam schrijven.
Re: Gereformeerde Gemeenten
Waar zit nu de verwarring in de Gereformeerde Gemeenten? Erkinse en Fisher stellen dit: 83. Wat voor recht tot de beloften hebben de hoorders van het Evangelie door deze algemene overmaking er van? Een recht van toegang tot de beloften en al de goederen die er in toegezegd worden, zodat ze niet te verontschuldigen zijn als zij niet geloven. Johannes 3:48.
En 84. Wat voor recht geeft het geloof tot de beloften? Een recht van bezit, uit kracht van de vereniging met Christus, in Wie al de beloften “ja en amen" zijn. Johannes 3:36, “Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven."
Maar wat is de conclusie uit het boek 'Verbond, prediking en geestelijk leven', door drs. J. J. Grandia, drs. J. van Mourik, drs. B. van Ojen en drs. J. Pas, uitg. Den Hertog Houten, 2005, p. 94 en 95. Je mag naderen tot Christus (Het recht toegang). Maar dit recht of recht van aanneming geeft "je niet vergeving van zonden". Dat is dus niet genoeg. Je moet een recht van bezit hebben, of zien te krijgen. Dat recht van bezit 'wordt gewerkt door het waarachtige, zaligmakende geloof in Christus. Gewerkt door de Heilige Geest". Met deze zinnen wordt in feite vraag 83 en vraag 84 van Erskine en Fisher ontkracht, omdat het element van wedergeboorte er tussen wordt geschoven tussen recht van toegang of aanneming en recht van bezit. En daarbij: wat kan nu het gedoopte kind doen? En waarom is het gedoopte kind geen bondeling? Het gedoopte kind wordt dus met het recht van toegang de belofte van vergeving onthouden.
Terug naar de leerregels GG 1931. Als je dus deze leerregels in verband brengt met Erskine en Fisher (83 en 84) en de publicatie 'Verbond, prediking en geestelijk leven', dan is het niet duidelijk uitgewerkt, namelijk dat de gedoopte kinderen, die niet in het genadeverbond begrepen zijn met het recht van toegang, de belofte van vergeving van zonden, niet beloofd wordt. Vergeving van zonden wordt zo de absolute (onvoorwaardelijke) beloften die dus alleen voor Gods kinderen zijn. Dus, is dit niet in strijd met de Schrift? Wie gelooft en gedoopt is, die ontvangt altijd vergeving.
Dus een nauwe doopvisie in de GG komt wellicht hierdoor?!
En 84. Wat voor recht geeft het geloof tot de beloften? Een recht van bezit, uit kracht van de vereniging met Christus, in Wie al de beloften “ja en amen" zijn. Johannes 3:36, “Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven."
Maar wat is de conclusie uit het boek 'Verbond, prediking en geestelijk leven', door drs. J. J. Grandia, drs. J. van Mourik, drs. B. van Ojen en drs. J. Pas, uitg. Den Hertog Houten, 2005, p. 94 en 95. Je mag naderen tot Christus (Het recht toegang). Maar dit recht of recht van aanneming geeft "je niet vergeving van zonden". Dat is dus niet genoeg. Je moet een recht van bezit hebben, of zien te krijgen. Dat recht van bezit 'wordt gewerkt door het waarachtige, zaligmakende geloof in Christus. Gewerkt door de Heilige Geest". Met deze zinnen wordt in feite vraag 83 en vraag 84 van Erskine en Fisher ontkracht, omdat het element van wedergeboorte er tussen wordt geschoven tussen recht van toegang of aanneming en recht van bezit. En daarbij: wat kan nu het gedoopte kind doen? En waarom is het gedoopte kind geen bondeling? Het gedoopte kind wordt dus met het recht van toegang de belofte van vergeving onthouden.
Terug naar de leerregels GG 1931. Als je dus deze leerregels in verband brengt met Erskine en Fisher (83 en 84) en de publicatie 'Verbond, prediking en geestelijk leven', dan is het niet duidelijk uitgewerkt, namelijk dat de gedoopte kinderen, die niet in het genadeverbond begrepen zijn met het recht van toegang, de belofte van vergeving van zonden, niet beloofd wordt. Vergeving van zonden wordt zo de absolute (onvoorwaardelijke) beloften die dus alleen voor Gods kinderen zijn. Dus, is dit niet in strijd met de Schrift? Wie gelooft en gedoopt is, die ontvangt altijd vergeving.
Dus een nauwe doopvisie in de GG komt wellicht hierdoor?!
Re: Gereformeerde Gemeenten
Je maakt een te groot onderscheid tussen wedergeboorte en geloof. Wat overigens in de GG vaker voorkomt. Maar dat volgt toch niet uit deze uitspraken?
Re: Gereformeerde Gemeenten
Mijn punt is: de consequentie dat wedergeboorte een belemmering vormt waarmee het gedoopte kind toegang kan hebben tot de absolute beloften. Daarom zijn er weinig dooppreken in de GG, waarin gewoon gezegd wordt dat je met de doop met pleiten.