Ik ben diep onder de indruk van de Gereformeerde Gemeenten. Er is daar een grote eerbied voor Gods heiligheid, voor Gods grootheid, voor Gods Majesteit. In de Gereformeerde Gemeenten zijn vele duizenden kinderen van God. Dat komt omdat de Heere Zijn trouw zal gedenken. Het werk van de Heilige Geest is niet alleen bij de wedergeboorte, dus als je daar het accent op legt, dan denk je al klein van de Geest, want de Geest werkt verzegeling, niet nadat we gelooft hebben, maar terwijl wij gelooft hebben. Dus alle kinderen van God zijn verzegeld. Romeinen 8. Jammer dat er zo niet gedacht wordt. Anders gezegd: Op het moment dat je wedergeboren wordt, dan ben je verzegeld met de Geest. Dat zegt Octavius Winslow.
In de stilte van de ochtend, wanneer de zon de horizon kust, stijgt een lofzang op uit het hart van de schepping. Het is de echo van eeuwen, van de ziel van de mens die zoekt, bidt en zich verwondert. Het begint in het besef dat de Heere onze herder is, dat wij geleid worden naar weiden van rust en wateren die onze dorst lessen. Elke ademtocht herinnert aan Zijn trouw, zoals een rivier onverstoorbaar stroomt door het landschap van tijd en geschiedenis. Gods goedheid omhelst ons, niet alleen in vreugde, maar ook in de schaduwen van twijfel en angst.
Het leven is een reis, en in elke stap weerklinkt de oproep tot lof. De wereld zingt samen, niet alleen in woorden, maar in het ritme van het bestaan. Elke psalm en elk gezang draagt beelden en gevoelens: smeken, jubelen, zoeken naar gerechtigheid, vieren van Gods Majesteit. Daarin ligt de kern van het geloof: God is onze toevlucht en de bron van onze diepste vreugde. Zoals John Piper herinnert, is het hoogste doel van ons leven de verheffing van Gods glorie en de vreugde in Hem.
De lofzang eindigt in een horizon die zich uitstrekt voorbij tijd en ruimte. Het is een lofzang die van continent tot continent reist, van hart tot hart, van generatie tot generatie. Het is een lofzang die de mens uitnodigt om te leven, te bewegen, te ademen in erkenning van Gods eeuwige majesteit. Het is een lof die nooit eindigt, die steeds opnieuw wordt geboren in het hart van de mens, in de geschiedenis van de kerk, in de ritmes van de schepping, een kosmische symfonie van dertig psalmen en evenveel hymnes, een lofzang voor alle tijden.
Heer, onze Heer, hoe heerlijk is Uw naam over de hele aarde! Uw majesteit is te zien in de hemel, in de maan en de sterren die U hebt geplaatst. Uit de mond van kinderen en zuigelingen hebt U een loflied voortgebracht, om Uw tegenstanders te weerstaan, om vijanden en rebellen te bedwingen.
Wanneer ik de hemel zie, het werk van Uw vingers, de maan en de sterren die U daar gesteld hebt: wat is de mens dat U aan hem denkt, en het mensenkind dat U om hem geeft?
Tienduizend redenen om de Heer te loven, mijn hart zingt steeds opnieuw Uw lof. Uw heiligheid is groot, Uw liefde blijft voor eeuwig, ik zal U loven, Heer, elke dag van mijn leven. Ik hef mijn handen op, ik zing een lofzang, ik roep naar U, mijn Heer. Uw kracht en majesteit zijn groot, alles wat leeft, juicht en prijst Uw naam. Heere, ik hef Uw naam hoog, ik prijs U, mijn Redder. U hebt de duisternis overwonnen, mijn ziel zingt van vreugde in Uw licht.
Groot bent U, Heere, en vol Majesteit, Uw adem geeft leven aan alles wat leeft. Heer, wij prijzen U, wij verheffen Uw naam, want alles wat U doet is goed. Gezegend zij Uw naam in vreugde en pijn, in overvloed en in nood. Uw trouw blijft altijd bestaan, Uw liefde houdt nooit op, Heere.
Halleluja, zing voor Jezus, Licht van de wereld, vreugde in ons hart. Van zonsopgang tot avondschemering we dragen Uw lof, Uw liefde nooit apart. Halleluja, jubel en juich, Laat elke stem, elk kind, elk mens horen. Uw goedheid is groter dan woorden kunnen zeggen, Uw trouw blijft eeuwig, nooit verloren. Halleluja, dans in het licht, Laat de aarde trillen van dankbaarheid. Wij prijzen U in woord en in daad, In elke adem, in elke tijd. Halleluja, zing voor Jezus, Onze Redder, onze bron van kracht. Uw liefde overstijgt alles wat wij kennen, Uw naam zij verheven, dag en nacht.
Looft nu de Heer, de Almachtige, Schepper van ’t leven! Ziel, loof de Heer, die u gezondheid en heil blijft geven. Allen die hoort, Komt tot Zijn huis nu in het koor. Looft Hem met blijde verheven. Looft nu de Heer, die zo wonderlijk alles doet heersen, Die u behoedt onder vleugelen, in liefde wil eren. Hebt u niet gezien hoe uw verlangens meteen vervuld zijn, door wat Hij deed leren? Looft nu de Heer, die uw arbeid doet bloeien en hoeden. Dag na dag schenkt Hij u liefde, genade en goedheid. Denk weer eens na wat de Almachtige ja doen kan, als Hij u wil groeten. Looft nu de Heer, laat wat in mij is Hem altoos eren! Al wat adem heeft, kome nu tot Hem om te vereren. Laat het amen klinken van ’t volk om Hem heen. Eeuwig zal ’t hart Hem vereren.
Goddelijke liefde, alles overtreffend, Vreugd’ des hemels, kom tot ons neer. Woon in ons, in zacht bewogen, hart en leven, keer steeds weer. Jezus, vol van mededogen, zuivere, grenzeloze trouw. Kom ons met Uw heil bezoeken, maak ons hart voor U weer nieuw. Adem, heilige en liefderijke Geest, rust in elk onrustig hart. Laat ons in U ’t erfdeel vinden, Dat U zelf beloofd en start.
Neem van ons de zondige neiging, Alfa, Omega, wees Gij, einde én begin van ’t geloven, Maak Uw volk in U weer vrij. Kom, almachtig om te redden, Laat ons heel Uw leven zien; Keer tot ons en blijf voor altijd, laat ons nooit meer van U vluchten.
Heer, wij willen U verblijden, dienend zoals engelen doen. Bidden, loven, zonder eind’, juicht ons hart in Uw goeds zo zoet. Maak dan, Heere, Uw nieuwe schepping, voltooid, zuiver, zonder vlek. Laat ons heel Uw heil aanschouwen, Vol hersteld naar ziel en trek. Glorie groeit van glorie verder, tot wij staan voor U, o Heer. Kronen leggend voor Uw voeten, liefde, lof en eer steeds meer. O, had ik duizend tongen om Mijn grote Redder te loven. De glorie van mijn God en Koning, en Zijn genade te beloven!
Mijn lieve Meester en mijn God, Help mij Uw naam te loven, door ’t ganse land, in ieder hart, Uw grote lof te verkondigen. Jezus! de naam die vrees doet wijken, Die al mijn zorgen stilt. ’t Is muziek in ’t zondaarsoor, ’t Is leven, heil en mild. Hij breekt de macht van schuld en zonde, bevrijdt de gevangenen vrij. Zijn bloed maakt schoon wie vuil en donker, Zijn bloed heeft ook voor mij gewerkt. Hij spreekt, en wie gestorven waren, krijgen nieuw leven terug. De treurigen, gebroken harten, vinden vreugde en geluk.
Hoor Hem, gij doven; zing, gij stommen, ontsloten tongen juicht Hem toe. Gij blinden, zie uw Heiland komen, En spring, gij lammen, van vreugde! Mijn lieve Meester en mijn God, help mij Uw naam te loven. Door ’t ganse land, in ieder hart, Uw grote lof te verkondigen. Volle verzekering, Jezus is mijn! O welk een voorrecht, zalig en zoet. Erfkind des hemels eeuwig te zijn, wedergeboren, rein door het Bloed!
Dit zal mijn juichtoon eeuwig dan zijn: Jezus mijn Heiland, Jezus is mijn! Vol onderwerping, heerlijk genot! Hemelvisioenen steeds voor mijn oog. Engelen Gods dalen neer van Zijn’ troon. Brengen mij vrede steeds van omhoog.
Volle verlossing! Rust nu mijn ziel, ’k Heb in mijn Heiland enkel genot. Vol van verwachting, zie ik omhoog, Jezus mijn Heiland brengt mij tot God. Volle genezing! lichaam en ziel, heelt Hij mijn Heiland, op het gebed. ’k Zal Hem dan prijzen steeds in mijn lied, Die mij verlost heeft, die mij nu redt.
Gereformeerde Gemeenten
Re: Gereformeerde Gemeenten
Komt op de toepassing aan, zal iemand zeggen. Of er staat Heer i.p.v. Heere, dan sta je bij wijze van spreken al 3-0 achter.