MidMid schreef: ↑16 jun 2026, 10:33Dus weer terug naar het begin van het cirkeltje, de kerken zijn gebaat bij een heldere uitspraak. Niet over vrouw en ambt, maar of het thema wel of niet behoort tot het wezen van de kerk. Oftewel raakt dit thema het fundament van ons kerk-zijn. Daarover verschillen wij van mening. En alles wat daarna komt, is terug te voeren op dat verschil. Ik meen dat de GS daarin terughoudender spreekt en gesproken heeft dan jullie hier doen. Laat ze daar maar klaarheid in geven.
De synode heeft daar met meer terughoudendheid over gesproken dan ten aanzien van homoseksuele relaties. (Waarbij ik aanteken dat in de meerderheid van de gemeenten waar vrouwelijke ambtsdragers zijn ook ander beleid is ten aanzien van homoseksuele relaties, maar dat terzijde.) Daarbij is steeds aangegeven dat dit dan misschien een persoonlijke opvatting kan zijn, maar dat op geen enkele wijze in de kerkelijke praktijk daarnaar gehandeld mag worden.
Vervolgens moeten we onder de argumentatie dat er met terughoudendheid is gesproken niet vervolgens het tegendeel gaan proberen te zeggen dan wat er gezegd is. Van de synode-uitspraken van 1998, 2001, 2013, 2022 en 2025 kun je een heleboel zeggen of vinden, maar één ding is glashelder: er is binnen de CGK geen enkele ruimte voor vrouwelijke ambtsdragers, en dat is besloten op grond van zorgvuldige Schriftstudie en exegese, waarbij de exegese van de voorstanders van vrouwelijke ambtsdragers als ondeugdelijk is afgewezen.
Daarna zijn er allerlei pogingen gedaan om teksten iets anders te laten zeggen dan dat ze zeggen, er is 'meegedacht met Paulus', er zijn andere hermeneutische brillen gepresenteerd, er is zelfs beweerd dat de Schrift het allebei kan zeggen (vrij naar het GKv-besluit), maar uiteindelijk ligt op de bodem daarvan: wij willen het anders en dus willen we net zo lang praten totdat iedereen zo murw is dat er gezegd wordt: 'Toe dan maar; beslis het plaatselijk maar, dan zijn wij van de discussie af.' Want zo hoog verheven als jij het hier nu stelt, gaan de plaatselijke discussies helemaal niet. Daar vallen gewoon argumenten als: 'daar kun je in deze tijd toch niet mee aankomen?'
Dan het punt dat ik steeds naar voren breng: zelfs als de synode niet uitspreekt of deze zaak wel of niet bij het wezen van de kerk hoort, en/of het fundament van het kerk-zijn raakt, dan nog doet dat er bij landelijke besluiten op zo'n gewichtig thema in het geheel niet toe. Het feit dat de breedste vergadering zich hierover (op verzoek!) heeft uitgesproken én daarbij heeft aangegeven dat dit een zaak is waarover eenheid binnen het geheel dient te zijn, geeft al aan dat afwijkingen daarvan zonder meer niet kunnen bestaan.
Het was na de uitspraak van 1998/2001 al helder genoeg dat er geen ruimte voor vrouwelijke ambtsdragers was; toch zijn de kerken ingegaan op een verzoek om dit nogmaals grondig te onderzoeken. Dat heeft een stevig en goed rapport opgeleverd in 2022, terwijl het minderheidsrapport vooral veel vragen stelde en een andere manier van Bijbellezen introduceerde. Dat meerderheidsrapport is aanvaard. Als je dan tóch meent dat er een verkeerde beslissing is genomen, dan dien je in de kerkelijke weg onderbouwde bezwaarschriften in. Zolang die lopen, is het besluit opgeschort (2022-2025). In die periode gold dus gewoon het oude besluit van 1998/2001. Ondertussen hadden we het rapport kerk-zijn...
Diverse gemeenten hebben echter én een revisieverzoek ingediend, én alvast vrouwelijke ambtsdragers bevestigd. Dat zou voor mij persoonlijk al een reden zijn (maar ik ga er niet over) om zo'n revisieverzoek niet ontvankelijk te verklaren; want dat is werkelijk ongehoord gedrag en doet iets fundamenteels met het onderlinge kerkelijke vertrouwen dat noodzakelijk is om überhaupt samen kerk te kunnen zijn. Het indienen van een revisieverzoek sluit in dat je wacht met elke andere beslissing, totdat op het revisieverzoek is besloten.
Dat besluit kwam in 2025, opnieuw op grond van een zeer grondig rapport, waarvan ik de link gisteren heb gedeeld. (In de door mij genoemde paragrafen staan genoeg antwoorden op de dingen die je nu steeds weer ter discussie stelt.) Er is bij meerderheid besloten dat de revisieverzoeken niet staande konden blijven. Dat is gedaan op een wijze die sinds decennia gebruikelijk is bij de behandeling van revisieverzoeken. Dat men - nu het besluit vast en bondig is geworden - een muizengaatje meent gevonden te hebben door 'de wijze van behandelen van de revisieverzoeken' onder revisie te plaatsen, is niet minder dan een truc, omdat men zich eenvoudigweg niet wil neerleggen bij kerkelijke besluitvorming.
En van dat laatste heb ik gezegd dat wanneer een besluit vast en bondig is geworden, er drie smaken zijn: (1) of je berust erin en brengt de kerkelijke praktijk in de plaatselijke gemeente in overeenstemming met de kerkelijke besluiten; (2) of je vraagt beargumenteert of het kerkverband een plaatselijke afwijking op dat punt kan dragen/gedogen; of (3) je er in geweten niet in berusten en ontvangt geen uitzonderingspositie, dan verlaat je het kerkverband.
Met de route die nu evenwel gekozen is (gewoon doen, ongeacht kerkelijke besluitvorming), spreekt men "iets onmogelijks uit" (rapport kerk-zijn).