J P Zoon schreef: ↑10 apr 2025, 22:19
DDD schreef: ↑10 apr 2025, 18:10
Waarom zijn de leeruitspraken een dieptepunt?
Blijven die niet binnen de kaders van de drie formulieren van eenheid? Als het een inperking zou zijn, dan is dat in strijd met het slotwoord van de Dordtse Leerregels.
Criticasters op de GG(iN) menen in de leeruitspraken van 1931 de uitspraak dat 'het verbond der genade staat onder de beheersing van de uitverkiezing ter zaligheid' als een bevestiging te zien dat dit ook zo klinkt in de prediking, en dat dit volgens hen daarom hypercalvinistisch zou zijn.
DDD schreef: ↑10 apr 2025, 18:10
Nog even los van het punt dat ik nog onlangs vernam dat ds. Kersten de leeruitspraken in zijn dogmatiek niet eens noemt, dus je kunt het belang ervan ook overdrijven. Hij maakte er geen geweldig punt van, en de meeste predikanten in de GG niet. Ik heb het niet gecontroleerd trouwens.
Er was gewoon best veel verschil van inzicht in de GG over doop, verbond en evangelieverkondiging, en om te voorkomen dat dominees allemaal wat anders zeiden, en wellicht ook als verantwoording naar buiten toe, zijn de leeruitspraken er gekomen.
Men had ook gezamenlijk de Dordtse Leerregels kunnen bestuderen. Daar staat het allemaal heel netjes in. Met nog wijze adviezen in het slotwoord.
Dat is wel juist. Ds. Kersten had graag gezien dat prof. G. Wisse was overgekomen naar de GG, heb ik weleens begrepen. En was dat maar gebeurd, dan had wellicht de scheuring van 1953 nooit plaatsgevonden.
Ik lees het woord criticaster ( op beide GG's). Een criticaster is iemand die bepaalde personen of hun handelen streng, negatief of onredelijk beoordeelt of recenseert. Een negatieve criticus. In 1858 schreef men over criticaster: een berisper, een waanwijze kunstregter. Ik heb me zelf voor dit woord over. Mijn kritische opmerkingen over de GG's betreffen alleen, uitsluitend, de in de loop der jaren vanaf 1907 ontstane toevoegingen aan de Drie Formulieren. Die toevoegingen zijn gaan behoren tot het 'eigene 'dat men koestert. Verder ben ik als lidmaat van de PKN in vele opzichten jaloers op de GG's. Zal ook uitleggen dat ik persoonlijk schade heb ondervonden van toevoegingen aan de leer. Zo kennen de GG's het begrip 'bekommerde', het begrip van 'in je ongeluk lopen', 'in je schuld lopen'. En op een bepaalde manier kreeg ik de indruk dat die begrippen toch wel een positieve lading hadden. M.a.w. dat de Heere toch wel een oog op ons had omdat we bekommerd waren, ernstig waren, krap keken. Te weinig, en laat pas, heb ik ingezien dat God goddelozen rechtvaardigt. Dat reformatorische en bijbelse begrip is mogelijk onderbelicht. Van Calvijn heb ik geleerd dat boetvaardigheid op zichzelf niets betekent als daar niet mee gemengd is een zicht op Gods genadige ontferming in Christus. Zie ook kanttekeningen bij de tekst: immers zal een wees bij U ontfermd worden. Er moeten hier postings van mij te vinden zijn waarin ik me zeer positief uitspreek over veel aspecten va de beide GG's.