Dat zag/hoorde ik ook, maar het leek me niet relevant om dit punt te vermelden hier te vermelden.Hendrikus schreef: ↑21 aug 2025, 08:20Bedoeld is dus de melodie van Abide with me (Blijf bij mij, Heer)-DIA- schreef: ↑21 aug 2025, 07:25
We besloten dan om het dichtwerk hier maar te delen...
Gedicht: In tegenspoed tevreden
Tekst: Willem Sluiter
Melodie: William Henry Monk
Hoe wordt gij dus beroerd, o zwakke mens,
omdat het hier niet gaat naar uwe wens?
Wie is er toch die bij de mensen leeft,
die 't alles naar zijn wil en wensen heeft?
Niet één voorwaar; al waar' 't ook dat het scheen
of hij 't geluk der wereld had alleen.
Meent niet dat gij 't hebt slechter dan de rest,
want ieder kent zijn eigen droefheid 't best.
Het waar' geluk is bij dezulke niet,
die nimmermeer beproefd werd met verdriet.
Ja, want er is geen meerder ongeluk
dan nooit te zijn bezocht met kruis en druk.
Al wie verheft naar boven zijn gemoed
en ziet alleen op 't eeuwig hemels goed,
die acht niet wat hij lijden moet op d' aard',
want 't is als niets (daar bij geleken) waard.
En zo gij daar uw harte mee versterkt,
dat Hij het al tot uwen besten werkt:
zo zult gij zijn tevreden met uw staat,
ook als het u nog eens zo kwalijk gaat.
Gedichten
Re: Gedichten
© -DIA- 33.999 || ©Dianthus »since 03.10.2008«
Re: Gedichten
Mij wel-DIA- schreef: ↑21 aug 2025, 08:52Dat zag/hoorde ik ook, maar het leek me niet relevant om dit punt te vermelden hier te vermelden.Hendrikus schreef: ↑21 aug 2025, 08:20Bedoeld is dus de melodie van Abide with me (Blijf bij mij, Heer)-DIA- schreef: ↑21 aug 2025, 07:25
We besloten dan om het dichtwerk hier maar te delen...
Gedicht: In tegenspoed tevreden
Tekst: Willem Sluiter
Melodie: William Henry Monk
Hoe wordt gij dus beroerd, o zwakke mens,
omdat het hier niet gaat naar uwe wens?
Wie is er toch die bij de mensen leeft,
die 't alles naar zijn wil en wensen heeft?
Niet één voorwaar; al waar' 't ook dat het scheen
of hij 't geluk der wereld had alleen.
Meent niet dat gij 't hebt slechter dan de rest,
want ieder kent zijn eigen droefheid 't best.
Het waar' geluk is bij dezulke niet,
die nimmermeer beproefd werd met verdriet.
Ja, want er is geen meerder ongeluk
dan nooit te zijn bezocht met kruis en druk.
Al wie verheft naar boven zijn gemoed
en ziet alleen op 't eeuwig hemels goed,
die acht niet wat hij lijden moet op d' aard',
want 't is als niets (daar bij geleken) waard.
En zo gij daar uw harte mee versterkt,
dat Hij het al tot uwen besten werkt:
zo zult gij zijn tevreden met uw staat,
ook als het u nog eens zo kwalijk gaat.
~~Soli Deo Gloria~~
Re: Gedichten
Melanchthon (vertaald door J.J.L. ten Kate) schreef: Bloedt de wonde, vlijmt de smart,
'k blijf toch op genezing hopen;
waar' ook elke deur verspard,
eeuwig staat de toegang open
tot Gods hemel, tot Gods hart.
Waan niet dat mij God verstiet,
nu Hij mij zoveel doet lijden.
Liefde spaart de roede niet.
Als Hij ophoudt met kastijden,
zeg dan dat Hij mij verliet.
Niet in 't vreugdelicht alleen,
meest in tranen stroomt Gods zegen.
Zij versmelten 't hart van steen.
Levenwekkend stoomt de regen,
door de weke voren heen.
Wie de last des lijders woog,
heeft ook 's lijdens duur gemeten.
Duurt het lang en klimt het hoog,
Heere God, Gij moet het weten,
waar Uw hand gaat, reikt Uw oog.
Op Uw trouw, hoe bang het hijgt,
moet mijn hart zich nederleggen.
Als de wolk ter kimme stijgt,
heeft Uw wijsheid iets te zeggen.
Heer, Gij spreekt, Uw dienstknecht zwijgt.
Harde lessen geeft Gij mij,
maar ik heb ook veel te leren.
Lout'rend blaakt Uw medelij',
slechts 't onreine zal 't verteren.
Heer, Uw slaan is artsenij.
Wat ik hier niet kan verstaan,
zal ik namaals eens doorgronden.
Zalig, met de zegevaan,
overdekt met heldewonden,
tot Uw sabbat in te gaan.
- J.C. Philpot
- Berichten: 10805
- Lid geworden op: 22 dec 2006, 15:08
Re: Gedichten
Kan gezongen worden op de wijs van psalm 22.
1 Wie heeft op aard de prediking gehoord,
De prediking van ’t vleeschgeworden Woord,
Den Zoon van God, op Golgotha vermoord?
Wie durft gelooven?
Wie ziet in Hem Gods reddend’ arm, van Boven
Tot ons gestrekt?
Wie durft zijn kruis belijden?
Wiens hart zich in den Lijdenden verblijden,
Met smaad bedekt?
2 Een rijsje, dat zoo woest een storm bewoog,
Een wortel uit de aarde dor en droog,
Had geen gedaante of schoonheid in ons oog.
Als wij hem zagen,
Zoo was daar niets dat oogen kon behagen;
Hij was veracht,
De onwaardigste der menschen:
Wie durft zich Hem tot Zaligmaker wenschen?
Hij was veracht.
3 O Man van smart, dat ieder voor u kniel!
Gij droegt aldus de krankheid onzer ziel;
’t Was onze smart, die op uw schedel viel;
Ons overtreden
Heeft u verwond; om de ongerechtigheden,
Door ons begaan,
Zijt ge in dit leed gekomen:
De straf, die ons den vrede toe doet stroomen,
Die naamt gij aan.
4 ’t Is heil, wat uw verbrijzling ons verkondt;
Uw striemen zijn genezing onzer wond:
Wij dwaalden als verloren schapen rond,
Op eigen paden;
De Heer heeft u met onzen last beladen;
Gij hebt geboet;
Niet gij, slechts wij zijn schuldig;
Maar gij, gij stort gewillig en geduldig
Uw dierbaar bloed.
5 Gelijk een lam, dat stil ter slachtbank gaat,
Gelijk een schaap zich zwijgend scheren laat,
Zoo deedt ge uw mond niet open onder ’t kwaad,
U overkomen.
God heeft u uit het oordeel weggenomen,
Als ge elke toog
Zijns bekers hadt gedronken,
En ’t zondig volk gerechtigheid geschonken,
In ’s Heeren oog.
6 Toen was ’t volbracht! Volbracht voor zondaars, Heer,
Gij buigt het hoofd tot uwe ruste neer;
Geen oneer treft uw heilig lichaam meer,
Geen smaad der boozen;
En schoon m’ uw graf gesteld heeft bij godloozen,
God wreekt uw recht:
De liefde en eerbied dragen
Uw lijk van ’t kruis, en schreiende oogen zagen
Het weggelegd.
7 O Heiland, dus gefolterd voor mijn kwaad!
O Heilige, om mijn schande dus gesmaad!
Wat spruit er uit uw graf een heerlijk zaad
Van eeuwig leven!
Hoe veler ziel werd u van God gegeven
Voor de eeuwigheid,
Om de eeuwige eer te deelen,
U, die u tot een offer gaaft voor velen,
Bij Hem bereid!
8 ’t Verloste volk verheft tot u zijn hart,
Rechtvaardige, die zonde voor hen werd!
Het zegen al uw wonden, smaad en smart!
Gij hebt geleden
Voor snooden; gij voor vijanden gebeden.
Gij hebt gesmacht,
Moest Gods nabijheid derven,
Hun ziel ten troost in leven en in sterven;
Het is volbracht.
Ds. N. Beets
1 Wie heeft op aard de prediking gehoord,
De prediking van ’t vleeschgeworden Woord,
Den Zoon van God, op Golgotha vermoord?
Wie durft gelooven?
Wie ziet in Hem Gods reddend’ arm, van Boven
Tot ons gestrekt?
Wie durft zijn kruis belijden?
Wiens hart zich in den Lijdenden verblijden,
Met smaad bedekt?
2 Een rijsje, dat zoo woest een storm bewoog,
Een wortel uit de aarde dor en droog,
Had geen gedaante of schoonheid in ons oog.
Als wij hem zagen,
Zoo was daar niets dat oogen kon behagen;
Hij was veracht,
De onwaardigste der menschen:
Wie durft zich Hem tot Zaligmaker wenschen?
Hij was veracht.
3 O Man van smart, dat ieder voor u kniel!
Gij droegt aldus de krankheid onzer ziel;
’t Was onze smart, die op uw schedel viel;
Ons overtreden
Heeft u verwond; om de ongerechtigheden,
Door ons begaan,
Zijt ge in dit leed gekomen:
De straf, die ons den vrede toe doet stroomen,
Die naamt gij aan.
4 ’t Is heil, wat uw verbrijzling ons verkondt;
Uw striemen zijn genezing onzer wond:
Wij dwaalden als verloren schapen rond,
Op eigen paden;
De Heer heeft u met onzen last beladen;
Gij hebt geboet;
Niet gij, slechts wij zijn schuldig;
Maar gij, gij stort gewillig en geduldig
Uw dierbaar bloed.
5 Gelijk een lam, dat stil ter slachtbank gaat,
Gelijk een schaap zich zwijgend scheren laat,
Zoo deedt ge uw mond niet open onder ’t kwaad,
U overkomen.
God heeft u uit het oordeel weggenomen,
Als ge elke toog
Zijns bekers hadt gedronken,
En ’t zondig volk gerechtigheid geschonken,
In ’s Heeren oog.
6 Toen was ’t volbracht! Volbracht voor zondaars, Heer,
Gij buigt het hoofd tot uwe ruste neer;
Geen oneer treft uw heilig lichaam meer,
Geen smaad der boozen;
En schoon m’ uw graf gesteld heeft bij godloozen,
God wreekt uw recht:
De liefde en eerbied dragen
Uw lijk van ’t kruis, en schreiende oogen zagen
Het weggelegd.
7 O Heiland, dus gefolterd voor mijn kwaad!
O Heilige, om mijn schande dus gesmaad!
Wat spruit er uit uw graf een heerlijk zaad
Van eeuwig leven!
Hoe veler ziel werd u van God gegeven
Voor de eeuwigheid,
Om de eeuwige eer te deelen,
U, die u tot een offer gaaft voor velen,
Bij Hem bereid!
8 ’t Verloste volk verheft tot u zijn hart,
Rechtvaardige, die zonde voor hen werd!
Het zegen al uw wonden, smaad en smart!
Gij hebt geleden
Voor snooden; gij voor vijanden gebeden.
Gij hebt gesmacht,
Moest Gods nabijheid derven,
Hun ziel ten troost in leven en in sterven;
Het is volbracht.
Ds. N. Beets
Man is nothing: he hath a free will to go to hell, but none to go to heaven, till God worketh in him to will and to do of His good pleasure.
George Whitefield
George Whitefield
Re: Gedichten
In het Liedboek voor de kerken (1973 ) te vinden als lied 179, in de Hervormde bundel van 1938 als gezang 35, beide met de melodie van Johannes Gijsbertus Bastiaans, waarmee het lied vooral bekend is geworden.J.C. Philpot schreef: ↑20 jan 2026, 20:06 Kan gezongen worden op de wijs van psalm 22.
1 Wie heeft op aard de prediking gehoord,
....
Ds. N. Beets
In Weerklank (2016) staat een hertaling door de onlangs overleden Henk van 't Veld, met daarbij de melodie van Psalm 22.
De tekst is gebaseerd op Jesaja 53.
~~Soli Deo Gloria~~
Re: Gedichten
ik mag iedere maand onze kerkelijke blad van een gedicht gezien. ik heb er hier voor de eerstvolgende 50 versies één gevonden.
Bedankt allen

Bedankt allen
Wien heb ik nevens U in den hemel? Nevens U lust mij ook niets op de aarde!
Bezwijkt mijn vlees en mijn hart, zo is God de Rotssteen mijns harten, en mijn Deel in eeuwigheid.
Gib dich zufrieden und sei stille
Bezwijkt mijn vlees en mijn hart, zo is God de Rotssteen mijns harten, en mijn Deel in eeuwigheid.
Gib dich zufrieden und sei stille