Ik denk dat je mijn bijdrage anders leest dan ik haar bedoelde. Ik gaf geen oordeel over Van Vlastuins doopvisie en ook geen fundamentele kritiek. Ik heb simpelweg weergegeven wat Kater inhoudelijk corrigerend zei, los van waardering of verdediging. Daarom snap ik niet goed waarom je nu al gaat nuanceren, corrigeren of vooruitloopt op wat Van Vlastuin zelf nog zou zeggen. Dat was niet waar ik op uit was. Ik ga ook niet verder met luisteren. Het brengt me immers nergensRefojongere schreef: ↑Gisteren, 07:221. M.b.t. het participeren gaf ds. Van Vlastuin bij de beantwoording toe dat hij dat gaat corrigeren in de volgende druk.Arja schreef: ↑04 feb 2026, 19:12 Ik heb alleen prof. Kater nog maar beluisterd.
Los van zijn beleefdheid wijst Kater hier toch op vriendelijke toon bepaalde wezenlijke onderdelen van het boek af.
Dat ervaar ik als een negatieve beoordeling van die dingen
Hij zegt dat het boek in zijn manier van spreken te ver gaat. Het vind dat er existentiële en relationele taal gebruikt wordt op een manier die theologisch te zwaar wordt belast. Vooral het spreken over participatie in Gods smart vindt hij problematisch. Gods verdriet en toorn zijn bijbels en echt, maar volgens hem niet iets waarin mensen kunnen delen. Onze droefheid over de zonde is een reactie op God en een werk van de Geest, geen deelname aan Gods innerlijke leven.
Dat zijn afwijzingen van centrale formuleringen. Ook uitspraken als paradox tot in God wijst hij af. Tegenstellingen zitten volgens hem niet in God, maar in ons begrijpen. God Zelf is één en zonder innerlijke spanning. Verder vindt hij dat het boek bepaalde woorden te ver uitwerkt. Begrippen als zijn, nieuw hart en belofte worden zo geanalyseerd dat vaste onderscheidingen uit de gereformeerde traditie te weinig blijven staan. Daardoor kan wat bedoeld is als "beschrijving van geloof" ook normerend gaan werken.
Zo heb ik Kater verstaan. Inhoudelijk corrigerend.
Liefdevol ook wel.
2. M.b.t. de paradox tot in God verwees Van Vlastuin naar Augustinus. Hoe kan God de zondaar liefhebben en haten tegelijk? Denk aan Psalm 5. Calvijn kwam daar ook niet uit.
3. Beschrijving van het geloof. Antwoord: niemand komt eronder uit om te beschrijven wat kenmerkend is voor het ware geloof.
Ik zie dit niet als fundamentele kritiek op de doopvisie.
Toch kort over wat je zegt in punt 3: Niemand ontkomt eraan geloof te beschrijven, want de Schrift doet dat zelf. De vraag is niet óf we beschrijven, maar wáár we ons aan binden: rechtstreeks aan Gods Woord, of aan menselijke ervaringen die als reactie op het Woord worden "verabsoluteerd" en vervolgens naast de Schrift als maatstaf voor geloof gaan functioneren.