Owen schreef: ↑Vandaag, 15:13
Owen schreef: ↑Gisteren, 08:23
rhadders schreef: ↑Gisteren, 00:07
Owen schreef: ↑13 mei 2026, 22:16
Ik sluit me graag aan bij huisman in dezen. Als de Schrift ergens helder over spreekt, is het toch goed om daar een grens te trekken? Natuurlijk kan je alles anders gaan lezen. Dat betekent nog niet dat we dat ook moeten gaan doen.
Laat me een voorbeeld noemen. Ik heb een familielid dat zich bezighoudt met progressieve theologie. In het wonder van de vijf broden en de twee vissen ziet hij een aanwijzing dat de Heere graag vermenigvuldigt.
Zo is het ook met de liefde, betoogt hij: het is goed om de liefde te vermenigvuldigen. Voor hem is dit een argument voor polyamorie. Daarom leeft hij met twee andere mannen samen met wie hij ook het bed deelt.
@rhadders: zou jij in dit geval ook het argument van de veelzijdige diamant gebruiken? Waarom wel/niet? Ik ben oprecht benieuwd.
Ik kan je wel dit zeggen:
- Abraham had Sara én Hagar, later ook Ketura
- Jakob had vier vrouwen: Lea, Rachel, Bilha en Zilpa
- David had meerdere vrouwen en bijvrouwen
- Salomo had zelfs 700 vrouwen en 300 bijvrouwen
Het heeft God niet verhinderd om krachtig door hen te werken. Zij zijn de 'pijlers' geworden van Israël. Hij heeft hen niet veroordeeld. Wél heeft Hij gewaarschuwd voor de gevolgen hiervan. Want - en dat is waar het dan primair om gaat bij deze waarschuwingen: het leidt af van het dienen van God. In het Nieuwe Testament wordt dit aangescherpt. Voor Paulus is het huwelijk op zich al een afleiding. Daarom schrijft hij ook dat een diaken of oudste de man van één vrouw moet zijn (1Tim.3, Tit.1). Ook omdat zij een voorbeeldfunctie hebben. Dus ja, het is goed 'daar een grens te trekken'. Echter, als je meent dat dit een grens is tussen 'binnen Christus' en 'buiten Christus' zijn, dan wordt het een ander verhaal. Dat zegt Paulus namelijk niet.
Dank voor je antwoord. Begrijp ik het goed, dat jij iemand die met twee mannen samenwoont een broeder in Christus zou kunnen noemen en ook aan het Avondmaal zou verwelkomen?
Hoe verhoudt deze houding zich tot wat we lezen in bijv. 1 Korinthe 6:9-11? Daar hanteert Paulus toch een duidelijke grens tussen binnen en buiten het Koninkrijk?
Kan je hier nog even op reageren, rhadders?
Met alle liefde
Ik citeer even de hele tekst, voor de helderheid:
1 Korinthe 6 schreef:8 U echter doet onrecht en benadeelt, en dat nog wel aan broeders!
9 Of weet u niet dat onrechtvaardigen het Koninkrijk van God niet zullen beërven?
10 Dwaal niet! Ontuchtplegers, afgodendienaars, overspelers, schandknapen, mannen die met mannen slapen, dieven, hebzuchtigen, dronkaards, lasteraars en rovers zullen het Koninkrijk van God niet beërven.
11 Sommigen van u zijn dat wel geweest, maar u bent schoongewassen, maar u bent geheiligd, maar u bent gerechtvaardigd, in de Naam van de Heere Jezus en door de Geest van onze God.
Laten we deze verzen eens zorgvuldig lezen. In vers 8 zegt Paulus: "U doet onrecht en benadeelt". En in het vers daarna zegt hij dat onrechtvaardigen het Koninkrijk van God niet zullen beërven. Welnu, betekent dit dat deze 'u', de Korinthiërs dus, het Koninkrijk niet zullen ingaan? Zij doen immers onrecht? Het lijkt er niet op, want in vers 11 lezen wij: "u bent schoongewassen, u bent geheiligd, u bent gerechtvaardigd".
Wat Paulus zegt is dat de Korinthiërs er niet meer door gekenmerkt worden. Hij zegt niet dat ze geen onrecht meer doen, maar roept ze wel op daarmee te stoppen en te leven 'in nieuwheid des levens' (Rm.6:4). 'U bent immers duur gekocht. Verheerlijk daarom God in uw lichaam en in uw geest, die van God zijn' (vs.20).
Om jouw vraag te beantwoorden: ja, als homoseksuele mensen van harte Christus belijden zou ik hen broeders kunnen noemen en aan het Avondmaal verwelkomen. Besef wel: de reden dat wij elkaar vinden aan het Avondmaal is gelegen in wat Paulus in vers 11 schrijft, dat we schoongewassen, geheiligd en gerechtvaardigd zijn. In het Avondmaal belijden wij de volmaakte verbondenheid in Christus. En als we iemand in Christus zien, zien wij de ander 'niet meer naar het vlees', zoals Paulus schrijft in 2Kor.5:16.
De homoseksualiteit is een vleselijke zaak en ja, een zonde. Niet een zonde waar men heel bewust voor kiest, maar een zonde in de bijbelse betekenis: het mist zijn doel. Overigens is dat ook een gevolg van Gods oordeel over de mensen. Zie Romeinen 1: 'Zij hebben de waarheid van God vervangen door de leugen, en het schepsel vereerd en gediend boven de Schepper, Die te prijzen is tot in eeuwigheid. Amen. Daarom heeft God hen overgegeven aan schandelijke hartstochten, want ook hun vrouwen hebben de natuurlijke omgang vervangen door de tegennatuurlijke. En evenzo hebben ook de mannen de natuurlijke omgang met de vrouw opgegeven, en zijn in wellust voor elkaar ontbrand: mannen doen schandelijke dingen met mannen en ontvangen het gepaste loon voor hun dwaling in zichzelf' (vs.25-27).
Het risico bestaat dat ik nu wat kort door de bocht ga, want er valt veel meer over te zeggen dat ik nu kan, maar ik wil je ook geen vaag antwoord geven. Ik wijs je er op aan wie Paulus dit schrijft: Korinthiërs, die veel zonden deden die vallen in de categorieën van vers 10. Uitgerekend tegen en over hen schrijft de apostel dus 'u bent schoongewassen, u bent geheiligd, u bent gerechtvaardigd'.
Het is dus maar waar je naar kijkt.