GJdeBruijn schreef:Mijns inziens liggen de standpunten dicht bij elkaar, met een enkele uitzondering.
De zaak die in het geding is, of onderkend wordt dat het aanbod als zodanig wat anders is dan het kunnen geloven. Dat wil zeggen: Impliceert het aanbod de mogelijkheid om het aan te nemen? Als het zo wordt geinterpreteerd, of als de prediking die schijn wekt, dan is het puur remonstrants. Aanbod en aannemen zijn beide zaken waarin God respectievelijk (ge)biedt én geeft.
Dat de Heilige Geest een weg gaat van verbrijzeling ín het geven, is bij alle oudvaders terug te vinden. Met nogmaals de opmerking dat de duur en diepte daarin kan verschillen. De vraag hoe het bij Zacheüs zat is niet relevant. Wél dat hij waar geloofde. En dan kan het niet anders of hij moet ervan geweten hebben waaróm Jezus het zo waard was om na te volgen.
Het aanbod zal aangenomen moeten worden. Dat is de bijbelse boodschap.
Het is verkeerd gegaan toen men zich erin ging verdiepen hoe het nu zo is gekomen.
We zien een gelovige, daarin zijn de meningen niet verdeeld. De remonstrant zegt: hij is het geworden omdat hij zo slim was de genade te aanvaarden. Terecht zeggen de DL dat het alles Gods genade en werk is en was. Let wel: die leer of dat leerstuk is alleen bruikbaar in dit kader: als iemand zegt dat de gelovige het allemaal te danken heeft aan zijn eigen acteren in het aannemen van Gods genade. Dát is onjuist. Maar zet dat leerstuk niet voorop. Want dan is het een blokkade neerzetten voor de Middelaar.
Stappen we met deze zelfde waarheid af op de hoorders: het Evangelie zegt nu wel dat je geloven moet, maar daarvoor moet God wel eerst het één en ander rechtzetten bij je, dus aannemen kun je het niet. Dan wordt de boodschap geheel afgezwakt of verdwijnt zelfs. Dat komt doordat er een onderscheid gemaakt wordt dat er niet is. De Middelaar is namelijk een volkomen Middelaar. Alles wat nodig is is in Hem te vinden. Wordt Hij aangeboden dan is Zijn Geest inbegrepen. De vraag: kun je wel geloven komt niet eens aan de orde.
Dat die vraagt niet deugt is wel duidelijk: het leidt altijd tot uitstel. Zondag in de preek zei ds Boogaard het nog: als je naar de kerk komt moet je voortaan eerst maar aan de Heere vragen of Hij Zijn Woord aan je wil zegenen. Beste dominee, we zijn NU in de kerk. Er is misschien niet eens meer een volgende keer.
En het verbrijzelen? Tja, dat wordt langzamerhand een beetje een psychologisch verhaal. Uiteraard is genade alleen bestemd voor wie zijn zonden belijdt, maar het gaat om het concrete aanwijzen van zonden in de prediking (iets anders dus dan de befaamde wetsprediking) gevolgd door de onmiddellijk aan te wijzen mogelijkheid van vrijspraak. Niet aan reeds levendgemaakten, maar aan de gehele gemeente.
Doe je dat anders dan gaat de gehele gemeente navelstaren: voel ik al iets wat daar op lijkt? En de zaligheid zit niet in je navel, niet in je hoofd, maar is buiten je te vinden.