Bourdon16 schreef: ↑Vandaag, 10:14
Ik heb een SOW/2004 gevoel bij dit alles.
Mijn sympathie ligt bij het behoudende deel qua standpunten omtrent vrouw in ambt en degelijke maar ik schat in dat Hoogeveen toch de beste (juridische) papieren heeft om de CGK voort te zetten. Ook geld en bezit zal een rol gaan spelen en ik vrees dat het net zo'n trieste vertoning gaat worden als met de PKN/HHK.
Het grote verschil tussen SOW/2004 en de huidige situatie is de eigendomsrechten. Die ligt niet zoals bij de NHK/PKN bij de landelijke kerk, maar juist bij de plaatselijke gemeente.
Als we dus moeten vergelijken met een eerdere situatie, kijk dan naar bijvoorbeeld 1953.
Ook interessant:
https://kerkrecht.nl/node/2865/
In de rechtspraak naar aanleiding van de kerkscheuring binnen de Gereformeerde Kerken in 1944 wordt, wanneer de burgerlijke rechter uitspraak doet over geschillen omtrent de eigendom van kerkelijke goederen, in veel gevallen de zogenaamde meerderheidsregel toegepast. Daarbij is doorslaggevend, of de meerderheid van de kerkenraad van de oorspronkelijke kerk vóór of tegen de uittreding heeft gestemd. Samen met de gemeenteleden die met deze meerderheid meegaan, vormen ze de voortzetting van de oorspronkelijke kerk. Dit brengt mee dat deze groep wordt aangemerkt als eigenaar van de kerkelijke goederen.
In dergelijke gevallen zou men de vraag kunnen stellen of een kerkenraad niet op zijn minst eerst de ‘achterban’ (c.q. de kerkelijke gemeente) moet raadplegen alvorens een dergelijk ingrijpend besluit tot uittreding uit het kerkelijk verband te nemen. Dat is, zoals ook blijkt uit de jurisprudentie, niet het geval.
Illustratief is in dat verband de rechtspraak inzake de Gereformeerde Kerk te Kornhorn. De kerkenraad van de Gereformeerde Kerk van Kornhorn heeft met meerderheid van stemmen besloten uit het synodale verband van de Gereformeerde Kerken te treden. Tussen beide groepen – de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) en de Gereformeerde Kerk (synodaal) – ontstaat er vervolgens onenigheid over de eigendom en het gebruik van de pastorie en het kerkgebouw.
In kort geding vordert de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) een voorlopig oordeel dat zij eigenares is van de pastorie. Daarnaast vordert ze dat de gedaagde Gereformeerde Kerk (synodaal) wordt veroordeeld tot onthouding van het gebruik van het kerkgebouw en de pastorie, onder verbeurte van een dwangsom.
De president van de rechtbank wijst, mede op grond van de meerderheidsregel, de vorderingen toe. De Gereformeerde Kerk (synodaal) gaat in hoger beroep. Zij voert onder meer aan, dat er weliswaar een meerderheid van de kerkenraad vóór het besluit tot vrijmaking heeft gestemd, maar dat het merendeel van de gemeenteleden tégen die vrijmaking was. Het besluit van de kerkenraad zou derhalve niet te goeder trouw zijn genomen.
Naar voorlopig oordeel van het hof geldt de groep gemeenteleden die is meegegaan met de meerderheid van de kerkenraad als de voortzetting van de oorspronkelijke Gereformeerde Kerk te Kornhorn. De Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) moet derhalve worden beschouwd als eigenares van de plaatselijke kerkelijke goederen. Dat de meerderheid van de gemeente niet achter het besluit van de kerkenraad staat, acht het hof niet van belang:
“Overwegende naar aanleiding van deze grief, dat blijkens de Kerke-ordening en het Bevestigingsformulier der ouderlingen en diakenen in elke plaatselijke Gereformeerde Kerk de Kerkeraad de gemeente ‘representeert en regeert’, zodat een besluit van dat college met meerderheid van stemmen genomen om de plaatselijke Kerk uit het Generaal verband der Gereformeerde Kerken los te maken, de gemeente bindt, ook al zijn de leden van de plaatselijke gemeente er in meerderheid tegen en dat derhalve een beroep op de goede trouw dit reglementair beginsel van de regeermacht van de Kerkeraad niet terzijde kan stellen noch een besluit van de Kerkeraad, dat geen steun vindt bij de meerderheid van de gemeenteleden, nietig maakt;”
De Hoge Raad verwerpt het door de Gereformeerde Kerk (synodaal) ingestelde cassatieberoep.