Ambtenaar schreef: ↑Gisteren, 18:00
Refojongere schreef: ↑Gisteren, 17:35
Zeker ken ik die. Maar vind ik hierop niet van toepassing. Je stelt dat representativiteit geen issue was vroeger, maar dat was nu juist wel het probleem wat Arminius met Dordt had. Dat leidde tot muiterij.
In de tijd van de synode van Dordrecht was democratische representativiteit geen breed gedragen uitgangspunt.
En hoe met Arminius en zijn volgelingen is omgegaan is naar huidige maatstaven ook niet te billijken.
Het eerste zal kloppen, het tweede niet. De parallellen tussen de ongehoorzame CGK-gemeenten en de remonstranten kun je zo maken. Ik citeer uit een artikel van ds. K. Exalto:
"In 1969, een herdenkingsjaar, schreef de remonstrantse hoogleraar dr. G. J. Hoenderdaal in het Nederlands Theologisch Tijdschrtft een artikel over "De kerkordelijke kant van de Dordtse Synode". (...)
Ook volgens Hoenderdaal zouden onze Dordtse vaderen de remonstranten onbehoorlijk behandeld hebben. Waarom? Bogerman heeft hen op een ogenblik weggestuurd. Dat was volgens Hoenderdaal niet uit een opwelling, het was erger, er zat beleid achter. (...)
Twee zaken liepen op de Dordtse Synode bij het behandelen van de kwestie met de remonstranten steeds door elkaar heen. Belijdenis en kerkorde! De remonstranten hadden een heel andere visie op de belijdenis en ook op de kerk dan de Dordtse vaders. Dat is de reden waarom zij zich al dadelijk verongelijkt gevoelden. Zij erkenden niet het recht van de synode en het recht van de kerkelijke tucht.
Gedurende een aantal jaren hadden zij met steun van Oldenbarnevelt en de Staten van Holland aan het langste eind getrokken, maar de situatie was gewijzigd. Eindelijk was er een echte synode bijeengeroepen. Daar wilden zij niet aan. Zij beseften, terecht, dat, als zij niet wilden toegeven, zij buiten de Gereformeerde Kerk zouden worden gezet. Ter synode namen zij dan ook, wat ook Hoenderdaal toegeeft, hun toevlucht tot het voeren van een langdurige „obstructie". Is hét wonder dat daar -na lang geduld- een einde aan is gemaakt?
(...) Hoenderdaal heeft het treffend geformuleerd als hij zegt dat het hun te doen was om een „meervoudig belijden". (...) De remonstranten zijn voorlopers geweest. Voorlopers van zovelen in onze tijd die ook spreken van een „meervoudig geloven", of „geloven in meervoud". De moderne pluraliteitsidee, toegepast op de kerk, is in feite zo nieuw niet.
Met dit kerkbeeld voor ogen kon een synode volgens de remonstranten niet veel anders zijn dan een "overlegorgaan". Zo noemt ook Hoenderdaal hetgeen zijn geestelijke voorouders begeerden. Praten, praten en nog eens praten. In ieder geval geen leertuchtproces!
Daar hebben de contra-remonstranten zich niet voor laten vinden. Niet alle "praten" hebben zij afgeschreven, maar zij wilden, bewust, staan op een basis, op een solide grondslag.
En verder, het "revisionabel" van de belijdenis kon weinig genade vinden in Triglands ogen, maar het "examinabel" handhaafde hij.
Op 7 december, toen de synode al een maand oud was, in de 23e zitting, kreeg Episcopius, hun leider, het woord. Al bijna dadelijk komt over zijn lippen het woord „conferentie". Hij wil een gesprek. Maar conferenties zijn er al genoeg gehouden, zo wordt hem aan zijn verstand gebracht; (...)
Als een officier van Justitie, zo gedroeg Episcopius zich, aldus dr. H. Kaajan in zijn studie over de Dordtse Synode. Niet de remonstranten zijn de gedaagden. Episcopius keert het om, de kerkelijken zijn het. De ware synode zit in het midden, hijzelf is voorzitter, Bogerman en de zijnen zijn geciteerden. Men heeft hem geduldig aangehoord, hoe lang het ook duurde. De vaderen hadden geduld, veel geduld. Ze zijn niet overhaast te werk gegaan. Zelfs Hoenderdaal moet het de synode nageven dat zij met „grote voorzichtigheid te werk ging. (...)
Niemand kan zeggen dat de remonstranten alleen maar "verhoord" zijn, ze zijn ook "gehoord".
Het "rekken" begon. De zaak werd slepend, zo slepend als alleen maar ambtelijke vergaderingen zijn kunnen. Daar zorgden de remonstranten voor. Niet rechtuit voor de dag komen. Steeds weer slaan op dat ene aambeeld: wij erkennen niet de wettigheid van deze synode. En toch konden zij zeggen wat zij wilden.
Eindelijk de ontknoping of, zo men wil, de uitbarsting. Op 11 januari 1619, na een maand traineren. „Zeg nu "ja" of "neen". De synode spreekt rechtuit, gij duister", aldus Bogerman midden in de discussie. Het helpt niet. Nog steeds zetten de remonstranten hun tactiek voort. En dan, helemaal aan het eind, Bogerman, de voorzitter met een zware stem: „Ite, gaat heen". Een siddering gaat door de zaal. De teerling is geworpen.
(...)
Er is geduld nodig, veel geduld; maar ten slotte kan de kerk er niet omheen een knoop door te hakken. Dat is verantwoord: voor God en mensen."