MidMid schreef: ↑Gisteren, 13:56
rhadders schreef: ↑Gisteren, 13:47
MidMid schreef: ↑Gisteren, 13:14
Evangelist schreef: ↑Gisteren, 12:13
Ik weet niet of deputaten vertegenwoordiging alle stukken kennen en de besluiten van de AV. Als ik het persbericht zo lees, denk ik van niet. De AV heeft de cruciale vraag helemaal niet ontweken. Het gaat wel degelijk om het Schriftgezag, maar ook om het negeren van het gezag van kerkelijke vergaderingen.
Nee, niet alle kerken die nog eevroute via Hoogeveen gaan, wijken af van de besluiten. Het gaat inmiddels wel over rond de 60 afwijkende kerken.
Maar de denkfout die je keer op keer maakt, is dat je uitgaat van een functionerende synodale structuur. Die is evenwel kapotgeslagen, en niet ná, maar vòòr de sluiting van de synode.
Als je ziet wat er tussen 2018-2025 op classes en in een enkele PS gebeurde, dan zag je dat verschillende classes, en een PS gewoon vastliepen mb.t. het handhaven van de gezamenlijk genomen besluiten op Schrift en belijdenis. Als jij dan zegt: ja maar we moesten nog praten over wat je met afwijkende gemeenten moet doen, dan is mijn antwoord:
a) het is een onmogelijke mogelijkheid om bewust afwijken op majeure thema’s en de onwil of onmacht om dat te wijzigen, gepaard te laten gaan met het blijven in die synodale structuur;
b) alleen al het opwerpen van deze vraag is binnen het gereformeerd kerkrecht not done;
c) maar zelfs los van a en b: daarover kon de synode al geen besluiten meer nemen omdat na jaren van praten en proberen, het dossier toekomst kerkverband klapte. (En ja, dat was ook gebeurd bij andere vormen van bespreking, want tot die andere vormen zou eerst binnen de bestaande vormen besloten moeten worden.)
De vraag over wat de belijdenis over de kerk zegt, is beantwoord in het rapport kerk-zijn. En we weten hoe het met dat rapport is afgelopen. Daar ging het overigens ook over die onmogelijkheid die ik noemde onder a. Wij kunnen alleen belijden als plaatselijke kerk en we kunnen dat daarnaast alleen maar gezamenlijk belijden binnen een functionerende bovenplaatselijke structuur.
(En voor het geval dat je vindt dat de bovenplaatselijke structuur nog kan functioneren: wat zegt het jou dan dat zo’n 33-55 gemeenten aangeven dat dit voor hen onmogelijk zo niet heel lastig is. Dus geen kwestie van niet willen, maar niet kunnen?)
Het functioneren is geen denkfout maar gewoon de bewezen praktijk.
Iets is niet stuk omdat jij (of Rijnsburg c.s.) zegt of vindt dat het stuk is.
De classes komen samen, PS'sen ook. Weliswaar gemankeerd, maar dat komt vanwege degenen die zeggen het is stuk. Zij trekken zich terug en stellen vervolgens,
'kijk zie je het is stuk'. Dat heeft iets in zich van een
self fulfilling prophecy.
Het vastlopen van PS'sen qua handhaven ed. heeft te maken met landelijke onhelderheid in uitspraken. Je mag het daarmee oneens zijn, maar graag ontvang ik dan de heldere besluiten over de Schriftuurlijke en Confessionele status van vrouw en ambt. Dus waar onomwonden uitgesproken wordt dat het hier gaat om een bewegen buiten een gereformeerd Schriftbeschouwen en belijden. En allebei weten we dat die uitspraken er niet zijn. Daarnaast zijn er ook geen tools in handen gegeven om om te gaan met afwijkende gemeenten. Volgens mij zijn dat de feiten. Niet de PS is vastgelopen, maar de GS heeft haar werk niet gedaan.
Jij stelt dat binnen de bestaande vormen geen besluiten genomen konden worden. Wellicht was er inderdaad een patstelling op de laatste GS. Maar waarom het dan niet overlaten aan een nieuwe groep afgevaardigden? Waarom dan niet teruggaan naar de kerken in de vorm van een georganiseerd convent? Waarom dan geen andere gespreksvormen hanteren? Waarom dan geen hulp van buiten inroepen? Er zijn en waren nog scala aan mogelijkheden. De GS besloot echter, wij zien het niet, dus niemand (ook niet na ons) zal het zien. En ja, daar vind ik wat van...
Dat ben ik toch niet helemaal met je eens @Midmid. Als gemeenten, ook na afwijzing van revisieverzoeken, afwijken van gemaakte afspraken (wat de argumentatie daarachter verder ook is), heb je wel degelijk te maken met een bestuurlijk probleem.
Draai het eens om: dat zou betekenen dat, zolang iets niet de belijdenis raakt, alles geoorloofd is? Je bent met elkaar een gemeenschap en maakt met elkaar afspraken waardoor je goed en betrouwbaar met elkaar kunt samenwerken. Die basis is wel degelijk onder druk komen te staan. Dat is een andere basis dan de confessionele, maar raakt ook wel degelijk aan geloofsprincipes (je woord houden, rekening houden met elkaar, een gemeenschap zijn, enz.) Dus ja, er is wel degelijk iets stuk gestaan - dat kan ik niet ontkennen.
Nee, dat zou het niet betekenen.
Dat betekent dat wanneer gemeenten afwijken van gemaakte afspraken, je binnen de afspraken op zoek moet naar oplossingen of langs de lijnen van wat afgesproken is tot oplossingen moet komen.
Juist omdat er vanuit gegaan wordt dat in kerken het recht geschonden kan worden, is artikel 31 er. Dat blijkt in de huidige situatie onvoldoende. Maar daarmee is niet meteen de hele structuur overhoop. Dat argument maak ik echt niet mee. Daarin voel ik veel meer voor de lijnen zoals dep. KOKR (
https://cgk.nl/binnen-de-kerk/deputaats ... de-vragen/) die uiteenzetten.
En ja, wanneer iets de belijdenis niet aantast (en dat is wat anders dan raken), moet je in de orde een zeer grote voorzichtigheid betrachten in het opleggen van zaken aan elkaar. Het vertrouwen is niet stuk gegaan rondom vrouw en ambt of homoseksuele relaties. Zoals ik pagina's terug al heb gezegd, is dat vertrouwen al stuk vanaf het moment dat men elkaar niet meer vertrouwde met het Woord op elkaars kansels. Vandaar dat in het rapport kerk zijn het ook gaat over gezamenlijk terugkeren en gezamenlijk schuld hebben.
Het laatste wat @rhadders schrijft, bedoelde ik ook! Dat heeft inderdaad minder met de Schriftuurlijke en confessionele status te maken, maar met kerkelijk vertrouwen. Wij kunnen de ander niet meer op zijn woord vertrouwen. Er zijn classisvergaderingen geweest (ook al voor de GS van 2024-2025) die zijn vastgelopen, omdat er afgevaardigden waren die een lastbrief inleverden waarop stond dat ze zich in alles hielden aan Schrift, belijdenis en kerkorde + synodebesluiten terwijl dat aantoonbaar onjuist was. Ben ik dat te eendimensionaal als ik dan zeg dat er een leugen op staat? En als dat keer op keer aan de orde wordt gesteld, eindeloze praatsessie, bezoeken, groepjes, etc., maar er verandert aan die feitelijkheid niets..., dan verandert dat ook niets aan de impasse.
Eens met @MidMid dat het vertrouwen al veel eerder stuk gegaan is, en dat dit alles te maken had en heeft met de prediking, en dat daar ook gezamenlijke schuld ligt. Maar die wordt bepaald niet opgelost door verder te gaan op een weg van breken van de gezamenlijk genomen besluiten. Ik denk dat er in de achterliggende decennia een te grote verdraagzaamheid is geweest m.b.t. de inhoud van de prediking en dat dit feitelijk nooit, of te laat aan de orde is gesteld. Concreet: de inhoudelijke breedte van de CGK-prediking van de jaren '70-'80 (zie de Levensbron-preken) was fundamenteel smaller dan heden ten dage het geval is.
MidMid schreef:Dat betekent dat wanneer gemeenten afwijken van gemaakte afspraken, je binnen de afspraken op zoek moet naar oplossingen of langs de lijnen van wat afgesproken is tot oplossingen moet komen.
Precies! En laat dat nu juist de inzet zijn geweest van de synode van 2019-2022, van de taakgroep kerk-zijn, van het convent in Veenendaal in april 2024 en van de synode 2024-2025. Resultaat van dit eindeloze praten, tasten, zoeken, etc: patstelling. Ik ben blij dat je dit nu ook erkent. Waar je me weer kwijtraakt, is bij het vervolg: overlaten aan andere afgevaardigden. Zo werkt het gereformeerd kerkrecht niet. Bovendien ligt daaronder de veronderstelling dat met andere mensen, met andere gespreksvormen, met nog langer praten, en nog andere ideeën het kerkverband ongedeeld (181 gemeenten) bijeen zou kunnen blijven. Maar er zijn talloze ideeën ingediend, er zijn adviezen van buiten ingewonnen, maar werkelijk niets van dat alles had de potentie om een gedragen richting te worden die door alle of bijna alle kerken zou kunnen worden gedeeld. Dan gaat het dus niet om iets niet zien, en daarom denken dat niemand het ooit meer zal zien. Dan gaat het om onder ogen zien wat de realiteit is.
Feitelijk was die realiteit voorafgaand aan de start van de synode al duidelijk: een substantiële minderheid zou nooit in geweten kunnen blijven functioneren in een kerkverband waar - naar hun visie - het gezag van de Schrift en de eenheid van belijden zou worden aangetast door vrouwen te benoemen in de bijzondere ambten, en/of een ander beleid ten aanzien van homoseksuele relaties te gedogen. Een andere substantiële minderheid zou in geweten nooit kunnen berusten in de situatie waarin vrouwen niet in de ambten zouden mogen dienen en/of het plaatselijke beleid ten aanzien van homoseksuele relaties geheel in lijn zou moeten zijn van de synodale besluiten terzake. Kortom: twee posities die elkaar uitsluiten en waarbij ook het geweten een belangrijke rol speelt. De pogingen om via het interimmodel en het A/B-model nog bijeen te houden wat feitelijk al uiteen lag, zijn niet succesvol geweest en hadden deze discussie hooguit nog met een paar jaar verlengd. Werkelijk niemand geloofde overigens dat één van beide modellen de bovenstaande patstelling zou oplossen.